High performance low code voorziet in behoefte om snel apps te ontwikkelen met onderscheidend vermogen voor de business

8 maart 2023

We horen vaak spreken van ‘the war on talent in IT’. Hoe groot is de nood nu echt? En hoe beïn­vloedt dit het vermogen van bedrijven om snel onder­schei­dende appli­ca­ties te ontwikkelen? 

Stef Vermeulen, Partner Alliance Manager BeLux bij OutSys­tems, hoort het wekelijks bij klanten en prospects. “Met name als het om high code devel­o­pers gaat, is het voor veel orga­ni­sa­ties zeer lastig om hen aan te werven, laat staan om hen voor langere tijd aan zich te binden. Hierdoor zien we bovendien we dat de backlog bij veel orga­ni­sa­ties steeds groter wordt. Men heeft simpelweg niet voldoende goed gekwa­li­fi­ceerde devel­o­pers beschikbaar.” 

Veel aandacht voor onderhoud

Stef Vermeulen

Dat zijn belang­rijke redenen waarom low code tools zoals OutSys­tems deze aanbiedt zo populair zijn geworden. “Alles wat gebouwd wordt, moet nu eenmaal onder­houden worden”, legt Vermeulen uit. “Daar gaat bij veel orga­ni­sa­ties dus een groot deel van de tijd en aandacht van hun devel­o­pers naar uit. En niet naar het bouwen van nieuwe appli­ca­ties. Hierdoor wordt de backlog dus steeds groter. Bovendien is het voor goed opgeleide devel­o­pers natuur­lijk veel leuker om aan nieuwe appli­ca­ties te werken, dan om andermans werk te moeten onder­houden. Dan is het natuur­lijk ook te begrijpen dat devel­o­pers met regelmaat over­stappen naar een andere werkgever.” Bedrijven willen goede .Net of Python ontwik­ke­laars graag houden, dat wordt dus steeds duurder. 

Er speelt echter nog een probleem: door de schaarste aan devel­o­pers is het ook lastig geworden om goede devel­o­pers van minder goede te onder­scheiden. Ook dat vertraagt de nieuwbouw van appli­ca­ties die de business nodig heeft. “Veel bedrijven en orga­ni­sa­ties hebben dat inmiddels ingezien en zijn op zoek gegaan naar oplos­singen. Die zoektocht heeft hen gebracht bij low code tools.” 

Wakker geworden

OutSys­tems is inmiddels 21 jaar oud, vertelt Vermeulen. “Oorspron­ke­lijk ontwik­kelden wij tools om de developer te helpen. Het werk van een developer is complex, je moet veel regels code inkloppen, je bent met deploy­ments bezig – allemaal repe­ti­tief werk. Dat staat snelle voor­uit­gang in de weg. We zagen dat er een duide­lijke behoefte bestond om snel complexe appli­ca­ties te kunnen bouwen. Daar zijn onze tools altijd op gericht geweest. En toen kwam COVID en dat heeft veel bedrijven wakker gemaakt.”

Naast de bekende leve­ran­ciers van low code tools zoals OutSys­tems, voeren ook bedrijven die zich tradi­ti­o­neel richten op enter­prise-appli­ca­ties als SAP en Sales­force inmiddels low code producten. Vermeulen herkent de trend, maar zegt hij: “Bestaande vendoren van enter­prise appli­ca­ties doen wel low code, maar uitslui­tend binnen hun eigen silo en op basis van de data en de content die binnen hun silo beschik­baar is. Dat biedt voor een bedrijf of orga­ni­satie die echt onder­schei­dend vermogen wil ontwik­kelen via nieuwe apps vaak toch geen oplossing.”

Low code versus no code

Het is in de discussie over de moge­lijk­heden van low code tools belang­rijk om onder­scheid te maken ten opzichte van no code tools. “No code tools worden vooral gebruikt door wat we maar ‘citizen devel­o­pers’ zullen noemen. Dat is een groep van – zeg maar – prosumers die vaak hele inte­res­sante tools en services ontwik­kelen, maar die vaak niet schaal­baar zijn naar het niveau dat enter­prise-orga­ni­sa­ties nodig hebben. Ook zie ik dan nog wel wat issues als het gaat om bijvoor­beeld compli­ance, privacy en bijvoor­beeld security.” 

OutSys­tems heeft zijn markt vooral gevonden in wat Vermeulen noemt: high perfor­mance low code voor business critical appli­ca­ties. Kenmer­kend voor deze categorie is dat business users en devel­o­pers veel meer dan voorheen samen­werken. “Onze tech­no­logie wordt gebruikt om snel data en func­ti­o­na­li­teit in tal van bestaande systemen op een slimme manier met elkaar te inte­greren en te voorzien van nieuwe user inter­faces. Denk aan een nieuwe app die data of func­ti­o­na­li­teit heeft uit een oude J.D. Edwards-omgeving, terwijl ook data uit een SAP-omgeving gewenst is. Die nieuwe app moet bovendien heel makkelijk te gebruiken zijn en razend­snel voor klanten beschik­baar gemaakt kunnen worden. Doe je dat met OutSys­tems dan kan dit allemaal via een en hetzelfde platform. Van user interface design tot het business proces, de onder­lig­gende logica en de data – alles geregeld via één platform. Het platform compi­leert achter­lig­gend zelf de code. 

Dat maakt het voor ontwik­ke­laars ook zo inte­res­sant. Dat wij zelf de code compi­leren is trouwens een belang­rijk verschil ten opzichte van veel andere low code tools.” Als je in tradi­ti­o­nele code ontwik­kelt zijn er tal van aspecten op vlak van perfor­mance, main­tai­na­bi­lity, archi­tec­tuur en vooral ook security waar je zelf als ontwik­ke­laar aan moet denken en dus zelf moet ontwik­kelen. Door de appli­ca­ties achter de schermen te compi­leren injec­teren wij verschil­lende best practice patronen die specifiek op bijvoor­beeld security zijn gericht.

Rol van business users

Hoe goed zijn business users als het om dit soort projecten gaat? “De end user kan zelf tot zeker moment zelf een app ontwik­kelen. Dat gebeurt visueel door de gewenste logica in de juiste volgorde te plaatsen. Doordat dit visuele gebeurt is voor een business user veel makke­lijker te begrijpen wat de app doet. Cruciaal is dat de user interface direct zichtbaar is, zonder dat de business user zich om de inte­gratie met de backend omgeving(en) zorgen hoeft te maken. De tech­ni­sche inte­gratie gebeurt allemaal op de achter­grond. Als dat te complex wordt, dan zien we dat devel­o­pers inspringen. De business user doet dus het concept en het business proces, tech­ni­sche aspecten als validatie, tech­ni­sche inter­faces en derge­lijke wordt gedaan door ons platform en door devel­o­pers. Zeker als het om business kritische appli­ca­ties gaat.”

De winst zit dus vooral in visueel werken en de intel­li­gente manier waarop je als ontwik­ke­laar wordt begeleidt in het maken en publi­ceren van een appli­catie, vertelt Vermeulen. “Daar zit echt de grote sprong vooruit. Dat visuele wordt helemaal door­ge­trokken door de func­ti­o­na­li­teit, data, schermen, processen en logica. Denk aan een barcode die in user interface wordt opgenomen. Of een datumveld. Als je als business user dat soort func­ti­o­na­li­teit visueel in de app plaatst, krijg je van onze tool meteen de suggestie welke bijko­mende func­ti­o­na­li­teit daaraan vast hangt; er moet immers iets met die barcode of dat datumveld gebeuren.”

Low code voor developers

Wat betekent deze manier van werken nu voor devel­o­pers? Vermeulen: “De produc­ti­vi­teit van devel­o­pers neemt al gauw met een factor 5 toe, onze klanten kunnen dat alleen maar staven. Dat is voor hen erg prettig. Dit komt door de veran­de­rende taak­ver­de­ling tussen business user en developer, maar ook doordat ons platform bijvoor­beeld een AI-mentor kent. De klassieke approach van de “speci­fi­ca­tions-to-code-hand-off” verdwijnt. IT is niet langer eenzaam en alleen in het ownership van een business oplossing. De business zit mee aan de draai­knoppen. De AI-mentor zorgt continu voor analyse en moni­to­ring, zorgt voor onder­steu­ning tijdens het hele project en doet voort­du­rend kwali­teits­checks. Een voorbeeld? Duplicate scripts op een pagina gebruiken. Dat ziet de mentor en dan geeft hij een noti­fi­catie. Of er wordt voor een bepaalde functie teveel data opgehaald uit de database. Deze checks gebeuren al tijdens het ontwerp en daardoor werken de door de AI mentor voor­ge­stelde verbe­te­ringen door in alles: func­ti­o­na­li­teit, data, inte­gra­ties, noem maar op. De bekende comments in de code zijn hierdoor niet meer nodig, de AI-mentor doet dit veel beter.”

Tijdwinst

Wat is volgens Vermeulen nu de belang­rijkste winst van het gebruik van high perfor­mance low code? “Als ik maar één pluspunt mag noemen, dan zeg ik: snelheid van ontwik­kelen van apps op een correcte schaal­bare manier. De business kan hierdoor veel beter worden onder­steund als het om nieuwe requests en derge­lijke gaat.” Dat gaat soms zo ver dat de business de devel­o­pers niet meer kan bijhouden, vertelt hij. En dus niet – zoals nu vaak het geval is – andersom. “Dat klinkt natuur­lijk bijna als een utopie, maar we hebben het daad­wer­ke­lijk bij klanten zien gebeuren. Een goed voorbeeld is Carrefour.” 

Is high perfor­mance low code daarmee vooral bedoeld voor grote enter­prise-orga­ni­sa­ties? Nee, dat zeker niet, meent Vermeulen. “Deze aanpak is ook zeer geschikt voor kleine IT-afde­lingen die werken voor kmo’s die veel werk maken van digi­ta­li­se­ring. De snelheid waarmee dit soort firma’s nieuwe apps en nieuwe services aan hun klanten en partners kunnen aanbieden, is soms echt onge­loof­lijk om te zien.” Ook hier zijn klanten als bijvoor­beeld Duvel en Renotec een school­voor­beeld van.

Open source marketplace

Die snelheid kan nog verder opgevoerd worden door gebruik te maken van de open source market­place die OutSys­tems in het leven heeft geroepen. “Forge” – zoals wij deze market­place noemen – zit vol met soft­wa­re­ma­tige compo­nenten die kunnen worden herge­bruikt. Je hoeft dus niet alles zelf te ontwerpen, maar kunt voor allerlei gebrui­ke­lijke maar soms ook meer exotische functies terug­vallen op wat andere orga­ni­sa­ties al hebben gedaan. Dat werkt erg handig en snel.”

Niet onbe­lang­rijk is wat devel­o­pers met veel ervaring met het schrijven en onder­houden van enter­prise-appli­ca­ties van tools als OutSys­tems vinden. Vermeulen: “Dat is heel inte­res­sant om te zien. Oudere devel­o­pers lijken ten onrechte nog wel eens gezien te worden als weinig flexibel en enkel in staat om met oude talen als Cobol te kunnen of willen werken. Onze ervaring is heel anders. Wij zien dat zij veel belang­stel­ling hebben voor onze visuele manier van werken. Natuur­lijk vraagt het even wat tijd voordat zij goed met een andere manier van werken uit de voeten kunnen. Dus een goede developer onboar­ding is erg belang­rijk. Maar al snel zien we dan teams van oudere en jongere devel­o­pers samen werken aan bijvoor­beeld het migreren van oude Cobol-applicaties.” 

Om te helpen bij de onboar­ding stelt OutSys­tems zijn trai­nings­ma­te­riaal gratis ter beschik­king. Net als een free edition van de tool die weliswaar maar door één gebruiker kan worden benut, maar die wel de volledige func­ti­o­na­li­teit biedt. “Ook de speci­fieke bran­che­kennis van veel van onze partners helpt natuur­lijk enorm. Zij leveren soms al kant-en-klare oplos­singen waar de business dan zelf enkel nog eigen uitbrei­dingen aan toe hoeft te voegen. Ook dat weer geheel in dienst van de doel­stel­ling van high perfor­mance low code: snel business critical appli­ca­ties bouwen waarmee de business onder­schei­dend vermogen weet te creëren.”

Pin It on Pinterest

Share This