WatchGuard: controleer wat AI namens medewerkers mag doen

26 oktober 2026

AI-agents krijgen steeds vaker toegang tot e‑mail, agenda’s, docu­menten en bedrijfs­ap­pli­ca­ties om zelf­standig werk uit te voeren. Daarmee krijgen ze toegang tot infor­matie, maar ook bevoegd­heden die normaal bij mede­wer­kers liggen. Dat is poten­tieel riskant: hackers kunnen die AI-agents namelijk beïn­vloeden en daarmee bijvoor­beeld data onder­scheppen of processen verstoren. Watch­Guard Tech­no­lo­gies waar­schuwt CIO’s daarom om bij iedere nieuwe AI-toepas­sing scherp te bepalen wat een agent namens mede­wer­kers mag doen.

Dat wordt nog belang­rijker nu mede­wer­kers zelf steeds vaker AI-tools gebruiken of nieuwe appli­ca­ties aan bedrijfs­sys­temen koppelen zonder dat de bevei­li­gings­af­de­ling daarbij betrokken is. Dit wordt ook wel Shadow AI genoemd.

Dat risico wordt concreet bij iets simpels als e‑mail. Een agent die berichten samenvat, kan via dezelfde koppeling bijvoor­beeld ook toegang hebben tot andere mails of berichten versturen. Een aanvaller kan dan verborgen instruc­ties in een e‑mail plaatsen die de agent proberen over te halen gevoelige infor­matie op te zoeken en door te sturen. De agent ziet tekst die hij moet verwerken dan ten onrechte als een opdracht. Deze aanvals­tech­niek heet prompt injection.

Bevei­li­gings­or­ga­ni­satie OWASP beschrijft dit als een mogelijk aanvals­sce­nario. In haar risi­co­lijst voor 2026 noemt de orga­ni­satie dit ‘excessive agency’: AI met te veel functies, rechten of zelf­stan­dig­heid. Dit risico steeg van plaats zes in de vorige editie naar plaats drie. Die hogere positie geeft aan hoe zwaar OWASP het risico beoordeelt.

De afweging achter AI-innovatie

De meer­waarde van AI-agents zit juist in het feit dat ze zelf­standig werk kunnen uitvoeren. Een agent die afspraken plant, moet daarom bijvoor­beeld in een agenda kunnen schrijven. Voor andere taken kan ook toegang tot meerdere bedrijfs­ap­pli­ca­ties nodig zijn. Alleen lees­rechten zijn dan niet genoeg.

Daar zit volgens Watch­Guard de lastige afweging. Orga­ni­sa­ties willen mede­wer­kers minder werk laten doen, terwijl binnen cyber­se­cu­rity het principe geldt dat een account zo weinig mogelijk rechten krijgt. Ook nood­za­ke­lijke rechten kunnen bij misbruik schade veroor­zaken. Maar iedere handeling vooraf laten goed­keuren beperkt de zelf­stan­dig­heid van de agent en houdt een deel van het werk bij de medewerker.

De keuze hoeveel autonomie een agent krijgt, hoort daarom bij het ontwerpen van de toepas­sing. Welke taken moet hij zelf­standig afhan­delen? En bij welke hande­lingen zijn de mogelijke gevolgen zo groot dat mense­lijke controle nodig blijft?

Orga­ni­sa­ties moeten daarnaast weten welke AI-tools mede­wer­kers daad­wer­ke­lijk gebruiken en hoeveel toegang die tools tot bedrijfs­sys­temen hebben. Zonder dat overzicht kunnen koppe­lingen buiten bevei­li­gings­con­troles blijven. Daardoor ontstaan extra ingangen voor aanval­lers en blinde vlekken in de bevei­li­ging waarvan cyber­cri­mi­nelen misbruik kunnen maken.

Beveiliging moet meegroeien

“Alleen multi­fac­to­r­au­then­ti­catie is niet genoeg om het gebruik van AI-agents goed te bevei­ligen”, zegt Martijn Nielen, Sr. Sales Engineer bij Watch­Guard Tech­no­lo­gies. Watch­Guard adviseert CIO’s daarom de bevoegd­heden van AI-agents in drie stappen te beoordelen.

Daarbij is het belang­rijk om zicht te houden op de AI-appli­ca­ties die met de bedrijfs­om­ge­ving zijn verbonden. Door verleende rechten te contro­leren, onbekende koppe­lingen op te sporen en toegangs­rechten regel­matig opnieuw te beoor­delen, krijgen orga­ni­sa­ties risico’s van Shadow AI eerder in beeld. Ook voorkomen ze dat agents na verloop van tijd ongemerkt meer bevoegd­heden krijgen dan nodig is.

1. Breng taken en toegang in kaart

Leg per agent vast welk werk hij moet overnemen en welke systemen hij daarvoor kan bereiken. Contro­leer vervol­gens wat hij daar daad­wer­ke­lijk mag doen. Kan hij bijvoor­beeld alleen docu­menten lezen, of ook bestanden wijzigen en verwij­deren? Zo wordt duidelijk waar de toegang verder gaat dan de opdracht vraagt.

2. Bepaal wat de agent zelfstandig mag doen

Beperk de rechten tot wat voor de taak nodig is. Een agent die e‑mails samenvat, heeft geen verzend­recht nodig. Bepaal voor nood­za­ke­lijke hande­lingen met grote gevolgen wanneer een mede­werker eerst moet meekijken en goed­keuren. Die keuze bepaalt hoeveel werk de agent zelf­standig kan overnemen en waar mense­lijke controle nodig blijft.

3. Beoordeel de rechten opnieuw bij uitbreiding

Nieuwe taken, functies en koppe­lingen kunnen veran­deren wat een agent mag doen. Contro­leer bij iedere uitbrei­ding of de rechten en afspraken over goed­keu­ring nog passen. Herhaal die controle ook periodiek en trek toegang in zodra die niet meer nodig is.

“Als AI steeds meer werk zelf­standig uitvoert, moet bevei­li­ging vanaf het begin onderdeel zijn van het ontwerp”, besluit Nielen. “Dat betekent dat orga­ni­sa­ties niet alleen goed moeten vast­leggen welke rechten AI-agents krijgen. Ze moeten ook zicht houden op welke AI-appli­ca­ties met hun bedrijfs­om­ge­ving zijn verbonden, tot welke gegevens die toegang hebben en welke bevoegd­heden ze behouden. Alleen zo kunnen orga­ni­sa­ties de voordelen van AI benutten zonder nieuwe blinde vlekken in hun bevei­li­ging te creëren.”

Pin It on Pinterest

Share This