Red Hat maakt de resultaten bekend van een onderzoek naar AI-adoptie en risicobeheer bij bedrijven. Daarvoor werden 1.400 CIO’s in 14 landen bevraagd, waaronder 100 in België. Uit het onderzoek blijkt dat autonome AI-agenten razendsnel hun weg vinden naar de productieomgeving van bedrijven, want bij 99% van de ondervraagde Belgische bedrijven draaien er al agenten in productie. Toch gaapt er een flinke kloof tussen de grip die bedrijven denken te hebben en het echte zicht op hoe alles in de praktijk verloopt.
De meeste ondervraagde Belgische CIO’s (80%) hebben veel vertrouwen in de veiligheid van hun AI-agenten en in de naleving van de regelgeving, gesteund door vangrails en monitoring. De cijfers tonen echter dat dit optimisme een gebrek aan zicht kan verbergen:
- 68% van de respondenten zegt precies te weten hoe de data binnen de organisatie stroomt en waar die wordt opgeslagen en verwerkt.
- Slechts één op de vier (23%) heeft een volledig overzicht van de eigen software supply chain, inclusief open source-componenten, hun herkomst, versies en directe en indirecte afhankelijkheden
- Amper 28% beoordeelt de risico’s van AI-aanbieders voortdurend, ook na de eerste onboarding.
Die resultaten tonen dat de respondenten denken over de juiste beveiligings- en soevereiniteitscontroles te beschikken voor hun AI-agenten en omgevingen, terwijl er in de praktijk controleerbaar bewijs ontbreekt. AI-innovatie gaat razendsnel en ook de markt blijft in beweging. Daardoor kan een systeem bij de uitrol uitstekend beveiligd zijn en aan alle regels voldoen, en kort daarna toch volledig blootliggen.
Het grote risico van indirecte softwareafhankelijkheden
Maar liefst 80% van de ondervraagde Belgische CIO’s zegt kritieke softwarekwetsbaarheden binnen de 24 uur te kunnen patchen zodra er een oplossing beschikbaar is. De rest doet er enkele dagen over, en bij 1% duurt het langer dan een week.
De meeste bedrijven weten echter niet precies welke softwarecomponenten ze gebruiken wanneer ze met AI-agenten werken. Bijna vier op de tien Belgische CIO’s heeft goed zicht op de open source-componenten en versies, maar amper op de herkomst of de indirecte afhankelijkheden. Eén op de vier (27%) weet welke componenten er in gebruik zijn, maar mist het volledige beeld van de bredere softwareketen.
Risicobeoordeling als doorlopende taak in plaats van eenmalige actie
Hoewel 36% van de ondervraagde Belgische CIO’s een risicobeoordeling uitvoert voordat ze nieuwe AI-technologie invoeren, blijkt het moeilijk om die risico’s achteraf op te volgen en te evalueren. 16% leunt op onafhankelijke certificeringen, audits, contracten en andere externe garanties. Opvallend: 1% vertrouwt op de reputatie, ervaring en bestaande relaties met de aanbieder.
Stef Schampaert, country managing director Belgium & Luxembourg, Red Hat zegt in een toeloichting: “Effectieve AI-governance hangt niet alleen af van beleid en auditprocessen. In de eerste plaats vraagt ze om volledig zicht. Bedrijven moeten weten hoe hun data stroomt, welke softwarecomponenten ze gebruiken en welke risico’s AI-aanbieders met zich meebrengen, en dat gedurende de hele levenscyclus van hun AI-agenten. Wie AI en agenten wil opschalen, zet best eerst mechanismen voor monitoring en governance op, om risico’s vroeg op te sporen. Zeker nu AI het makkelijker maakt om kwetsbaarheden te ontdekken en uit te buiten. Betrouwbare softwareketens en community-projecten die snel oplossingen ontwikkelen, grondig testen en ook voor oudere versies beschikbaar maken, verlagen zowel de beveiligingsrisico’s als de operationele risico’s.”
Chris McBrayne, vice president, global enterprise sales, Red Hat: “Internationaal vergeleken lopen de zelfevaluaties van bedrijven licht uiteen, maar de meeste zijn vrij zeker dat ze hun AI-agenten doeltreffend kunnen opvolgen en controleren. Dat vertrouwen in de eigen kunnen is niet altijd terecht, want ons onderzoek toont een gebrek aan volledige en doorlopende transparantie over datastromen, softwareafhankelijkheden en risico’s bij leveranciers. Open architecturen met gecentraliseerd beheer kunnen bedrijven echter helpen om de controle te behouden en flexibel te blijven bij de keuze van modellen en aanbieders.”
