Waarom het nieuwe, hybride werken evident klinkt, maar dat allerminst is

15 februari 2021

Als corona ons iets duidelijk gemaakt heeft, dan wel dat onze manier van werken aan herzie­ning toe was. Fysieke verplaat­singen voor meetings die online konden, in steen gekapte kantoor­uren met verkeers­op­strop­pingen tot gevolg … Allemaal voor verbe­te­ring vatbaar. Tege­lij­ker­tijd toont de crisis dat mensen als sociale dieren bij elkaar willen zijn. De oplossing? Hybride werken, in een evenwicht van remote en kantoor­werk. Maar de orga­ni­satie daarvan is niet min. 

Persoon­lijk op kantoor aanwezig zijn. Standaard uren­tallen draaien. Koortsig de baan op gaan. Van die verkrampte en weinig flexibele visie op werk moesten we af, heeft corona ons getoond. Niet dat we massaal en exclusief moeten tele­werken, maar toch: het systeem van vaste locatie en uren is – letter­lijk – niet langer werkbaar. In plaats daarvan moeten werk­ge­vers naar een focus op resul­taten: welke objec­tieven zijn bereikt en welke projecten afgerond? En niet: hoeveel uren heeft de werknemer gepres­teerd en hoeveel dagen was hij aanwezig op het werk? Met andere woorden: zolang het werk maar (goed) gedaan is, maakt het niet uit waar het gebeurt. De essentie van hybride werken, dat onver­mij­de­lijk het nieuwe normaal wordt.

Ergonomie en arbeidscontracten

Die omslag reali­seren klinkt echter eenvou­diger dan het is. In de eerste plaats omdat de werkgever dan niet meer louter aan een “employee expe­rience”, maar een volledige “life expe­rience” moet bouwen. Want wat met het mentale en fysieke welzijn van de werknemer die op verplaat­sing werkt? Is diens werk­ruimte ergo­no­misch ingericht, en zo niet, wie zorgt voor de aanpas­sing? Moeten de arbeids­con­tracten worden aangepast? Kunnen pauze­mo­menten vast­ge­legd en contact­mo­menten met de werkgever verplicht worden? En als output effectief de leidraad wordt, hoe stuurt u dan als werkgever idealiter uw mensen aan om hen optimaal te laten renderen? Al die vragen moeten een helder antwoord krijgen om van hybride werken een succes te maken.

Hybride werken houdt daarnaast in dat u de werknemer ook op op de werk­plaats verwacht – al was het maar om het onder­linge sociale weefsel sterk en de band met het bedrijf gezond te houden. Dat zorgt voor een bijko­mende uitdaging: hoé orga­ni­seert u concreet dat hybride werken? Waar en wanneer worden uw mensen op kantoor verwacht? Wat als iemand fulltime aanwezig wil zijn omdat hij of zij niet aardt in de thuisom­ge­ving als werkplek? Hoe kunt u remote werkende mensen teams laten vormen met collega’s op kantoor? Ook die orga­ni­satie vraagt een duide­lijke strategie, die nood­za­ke­lij­ker­wijs in nauwe samen­wer­king met HR zal moeten worden uitgewerkt.

Vooruitgang en verandering zijn niet hetzelfde

Last but not least zijn de nodige tech­no­lo­gi­sche en digitale tools nodig om het maximum uit hybride werken te halen. Uw werknemer moet namelijk efficiënt kunnen werken, of die zich nu thuis, in een co-working space of hotel­lobby bevindt. Ook hier duikt een uitdaging op. Een dubbele zelf. Ten eerste is door de digitale versnel­ling en transitie naar de cloud niet alles even doordacht gebeurd. En wie zo snel voor­uit­gaat, moét op gezette tijden op de pauzeknop duwen om te kijken wat de juiste IT-richting is en het beste traject erheen. Er is, kortom, een IT-strategie nodig voor 2021 en verder. Waarbij u uw mensen zo nauw mogelijk betrekt en om feedback vraagt.

Ten tweede moet u uw mensen vertrouwd maken met die nieuwe tech­no­logie en tools rond telewerk (cloud-toepas­singen, video-confe­ren­tie­soft­ware …), zodat ze door en door overtuigd raken van de meer­waarde ervan bij tele­werken en u de output geven die u verwacht. Maak daarom van tech­no­logy adoption een speerpunt van uw medewerkersbeleid.

Hybride werken is here to stay. Maar het is niet iets dat u zomaar in de workflow inte­greert. Het vraagt een door­dachte aanpak, onder­steund door heldere commu­ni­catie naar uw mede­wer­kers toe. Want hybride werken houdt veran­de­ring in, en dat schrikt vaak af. “Everyone loves progress, nobody likes change”: houd dat bij de (plannen rond) omscha­ke­ling in het achterhoofd.

Pin It on Pinterest

Share This