‘Gebruik van DCIM is stadium van enkel monitoring voorbij’

25 mei 2023

Dat zegt Justin Blumling, Solutions Architect bij Panduit in een interview. Ook ziet hij steeds meer data­cen­ters die Data­center Infra­struc­ture Mana­ge­ment inte­greren met asset mana­ge­ment. Met name software van Servi­ceNow wordt daarbij veel gebruikt.

DCIM werd populair in de periode 2007–2010. Blumling: “Inte­res­sant genoeg was dat een periode waarin data­cen­ters en IT-afde­lingen weliswaar DCIM kochten, terwijl slechts een selecte groep daad­wer­ke­lijk tot imple­men­tatie over ging. Dat heeft wellicht ook te maken met het feit dat verwach­tingen en de geboden func­ti­o­na­li­teit nog wat uit elkaar lagen.”

Goed op de hoogte


Justin Blumling

Inmiddels is die kloof veel kleiner geworden. Data­center managers en IT opera­tions managers zijn veel beter op de hoogte van wat DCIM te bieden heeft en waarvoor we deze oplossing het beste  kunnen toepassen. Lastig in die eerste periode was ook dat een aantal leve­ran­ciers DCIM-software op de markt bracht, maar vervol­gens zelf werden over­ge­nomen, waarna hun program­ma­tuur in aange­paste vorm werd voort­gezet of wellicht zelfs van de markt verdween.

Tegen­woordig ziet Blumling dat de vragen die data­center-speci­a­listen stellen over DCIM veranderd zijn ten opzichte van die eerste periode. Het gaat nu steeds meer over inte­gratie met andere soft­wa­re­om­ge­vingen, of er API’s (Appli­ca­tion Program­me­ring Inter­faces) beschik­baar zijn voor dit soort inte­gra­ties, en hoe de roadmap en de planning van nieuwe software features er uit ziet. Daaruit leidt hij af dat DCIM nu veel meer stra­te­gisch is.

Aan of uit

Toch is DCIM ook vandaag de dag vooral een tool, niet een alom­vat­tende oplossing voor ieder probleem waar een data­center mee te maken kan hebben. Data­cen­ters volgen nu ook veel meer een eigen koers bij hun imple­men­ta­tie­plannen. Zij bepalen zelf hoe uitge­breid of eenvoudig zij willen beginnen. Daarvoor is het overigens niet perse nodig dat DCIM een modulaire structuur kent. Het is ook mogelijk dat bij de initiële instal­latie alle func­ti­o­na­li­teit in principe al beschik­baar is, maar afhan­ke­lijk van de gekozen licentie ‘aan’ of ‘uit’ wordt gezet. 

Een van de klachten van de – zeg maar – eerste generatie DCIM was dat het imple­men­ta­tie­proces complex was. Dat had enerzijds te maken met de veelheid aan appa­ra­tuur die in de software opgenomen diende te worden. Maar ook de instal­latie zelf was inge­wik­keld. We zien dat DCIM-leve­ran­ciers daar een oplossing voor hebben bedacht door mee te gaan in de cloud-trend. Doordat producten als SmartZone van Panduit gebaseerd zijn op Microsoft Azure of een ander standaard cloud-platform is er van een complex instal­la­tie­proces geen sprake meer. Een imple­men­tatie is nu veel meer het confi­gu­reren van de geboden func­ti­o­na­li­teit in plaats van een soft­wa­re­matig instal­la­tie­proces. Ook wordt hiermee voorkomen dat regel­matig security updates of nieuwe versies geïn­stal­leerd moeten worden. Bijvoor­beeld omdat nieuwe func­ti­o­na­li­teit beschik­baar is gekomen bij de leve­ran­cier. Dit wordt nu allemaal door die leve­ran­cier via een platform als Azure in één keer regelt. 

DCIM en CMDB’s

Veel data­cen­ters en IT-afde­lingen gebruiken DCIM nog altijd vooral voor moni­to­ring van hun fysieke infra­struc­tuur. Dat vult men vaak aan met functies als trending, alar­me­ring en visu­a­li­satie. Daarnaast zien we meer en meer inte­gra­ties met CMDB’s (confi­gu­ra­tion mana­ge­ment databases) waarin allerlei gegevens worden bijge­houden over IT-appa­ra­tuur. Op de vraag hoe ver die inte­gratie tussen DCIM en IT asset mana­ge­ment ofwel CMDB’s gaat, antwoordt Blumling dat de eerste stap vaak is dat infor­matie uit de onder­lig­gende DCIM-database wordt gesyn­chro­ni­seerd met die CMDB. Hij noemt daarbij als voorbeeld hoe data in SmartZone van Panduit via een API kan worden gesyn­chro­ni­seerd met de CMDB van ServiceNow. 

In de praktijk wil dit zeggen dat als er een nieuw apparaat wordt opgenomen in de DCIM-omgeving deze gegevens meteen worden door­ge­stuurd naar de IT asset mana­ge­ment-omgeving. Door een peri­o­dieke scan van de fysieke infra­struc­tuur in te stellen ontstaat hierdoor een goed en actueel beeld van de appa­ra­tuur en systemen in de infralaag. Een volgende stap zou dan kunnen zijn om aan die – zeg maar – asset-infor­matie ook realtime gegevens toe te voegen over bijvoor­beeld pres­ta­ties, beschik­baar­heid en derge­lijke, al komt Blumling dit soort vragen nog niet echt tegen – de hypers­ca­lers daargelaten. 

Op dit moment zien we dat samen­wer­king met IT asset mana­ge­ment voor­alsnog de belang­rijkste inte­gratie met andere software is voor data­center managers. Toch kunnen we er vanuit gaan dat het aantal API’s en inte­gra­ties de komende jaren stap voor stap zal worden uitge­breid. Bijvoor­beeld richting een omgeving als Splunk waarmee meer en geavan­ceer­dere visu­a­li­sa­ties en analyses mogelijk zijn. Of wellicht een inte­gratie met finan­cieel of op ener­gie­ge­bruik geori­ën­teerde systemen voor rapportages.

Duurzaamheid 

Een belang­rijke trend in de DCIM-wereld is sowieso het meten van aspecten die met duur­zaam­heid te maken hebben. Dat gaat volgens Blumling verder dan enkel en alleen ener­gie­ver­bruik. Niet voor niets geeft hij aan dat in de volgende software release van SmartZone ook moge­lijk­heden zal bieden om de CO2-voet­af­druk te meten (zoals de equi­va­lent van de CO2-voet­af­druk van de US EPA).

De ‘metrics’ rond duur­zaam­heid ontwik­kelen zich snel. Soms gaat het zo snel dat zowel data­center managers als aanbie­ders wel eens moeite hebben om de ontwik­ke­lingen bij te benen. Daarom zien we dat aanbie­ders als Panduit hier speciale func­ti­o­na­rissen voor aanstellen die zich fulltime op dit thema richten. Ook bij andere aanbie­ders van data­center-producten en ‑diensten zien we dit gebeuren.

Generatieve AI

Alsof duur­zaam­heid als trend niet al een groot en breed onderwerp is, speelt natuur­lijk ook nog arti­fi­cial intel­li­gence (AI). De afgelopen jaren hebben we al gezien dat AI hier en daar wordt toege­voegd aan de func­ti­o­na­li­teit van DCIM. In eerste instantie, zo vertelt Blumling, was dat met name gericht op koeling en het dynamisch kunnen aanpassen van setpoints. Langzaam maar zeker zien we de toepas­sing van AI echter verbreden. Bijvoor­beeld richting analyses van alar­me­ringen en wat wel ‘anomaly detection’ wordt genoemd. Anders gezegd: door grote hoeveel­heden data te verza­melen over het gedrag van systemen in de fysieke infra­struc­tuur kunnen na verloop van tijd hierin patronen worden herkend. Afwij­kingen van wat na enige tijd geldt als het normale patroon kan dan betekenen dat er zich in de tech­ni­sche infra­struc­tuur veran­de­ringen voordoen. Wie deze patronen goed weet te analy­seren, kan daarmee door­groeien in de richting van preven­tief onderhoud.

Dit soort analyses gaan we steeds meer in DCIM tegen­komen. Nog inte­res­santer wordt het natuur­lijk als voor het herkennen van patronen niet alleen de fysieke infra­struc­tuur van een data­center door een AI-tool laten analy­seren, maar ook data over de IT-systemen zoals we die in CMDB’s tegen­komen. Dat zou een grote stap vooruit kunnen opleveren in het beheer van data­cen­ters. Maar daarvoor is het nog te vroeg. Net als het nog te vroeg is, meent Blumling, voor inte­gratie van DCIM met ‘gene­ra­tive AI’. Zeg maar: OpenAI’s ChatGPT. Al geeft hij wel toe dat zo’n combi­natie zeker de fantasie van veel data­cen­ter­spe­ci­a­listen zoals hijzelf prikkelt. In de R&D‑labs van menig data­cen­ter­le­ve­ran­cier zal daarom onge­twij­feld nu al met ChatGPT en verge­lijk­bare AI-tools worden ‘gespeeld’. Het zal echter nog wel even duren voordat dit onder­zoeks­werk daad­wer­ke­lijk zijn weg naar DCIM en het data­center vindt.

Pin It on Pinterest

Share This