Zolang cybersecurity geen deel van de bedrijfscultuur is, wanen Belgische organisaties zich veiliger dan ze werkelijk zijn

25 november 2020

In tegen­stel­ling tot enkele jaren geleden staat cyber­se­cu­rity vandaag hoog op de agenda van de Belgische bedrijfs­we­reld. Maar toch gaat het in veel orga­ni­sa­ties nog steeds om een vals gevoel van veilig­heid. Wie security echt goed wil doen, moet dit zoveel mogelijk in de bedrijfs­cul­tuur ‑en strategie opnemen. Zeker nu telewerk de norm is, moeten werk­ge­vers hun policy en proto­collen voor thuis­wer­kers onder de loep nemen.

Bedrijven kijken op verschil­lende manieren naar cyber­se­cu­rity. Uit een groot­schalig onderzoek van Orange Cyber­de­fense in Nederland blijkt dat de meer­der­heid er wel volop mee bezig is, maar toch stelt 35% dat ze tijdens de corona­crisis het herin­richten van (thuis)werkplekken een hogere prio­ri­teit hebben gegeven dan cyber­se­cu­ri­ty­maat­re­gelen. Meer dan een kwart zegt meer aandacht te besteden aan het nakomen van Corona-regels dan aan IT-bevei­li­ging. En ook opvallend: 36% van de IT-beslis­sers geeft toe dat ze zelf niet volledig op de hoogte zijn van veiligheidsrisico’s bij de instal­latie van apps op het bedrijfsnetwerk.

We mogen ervan uitgaan dat de cijfers in België niet extreem veel zullen verschillen van die van bedrijven bij onze noor­der­buren. Het is goed om te zien dat cyber­se­cu­rity een steeds grotere rol begint te krijgen, maar de meeste orga­ni­sa­ties moeten nog een stapje verder gaan. Dat het nodig is, blijkt nog maar eens uit de explo­sieve cijfers die COVID-19 op het vlak van cybe­rin­ci­denten heeft veroor­zaakt. Zo stellen we vast dat het aantal groot­scha­lige inbraken in een jaar tijd met de helft is toege­nomen. In 60% van de gevallen viseren de hackers conven­ti­o­nele computers.

Preventie, detectie én reactie

Het is voor bedrijven vandaag een zekerheid dat er ooit iemand gaat proberen om binnen te geraken. Zelfs de been­houwer om de hoek die tegen­woordig een webshop heeft, zal er op een bepaald moment gega­ran­deerd mee te maken krijgen. Heel vaak ontstaat het probleem via de computer van een mede­werker en net daarom is het zo belang­rijk dat cyber­se­cu­rity een onderdeel van de bedrijfs­cul­tuur wordt.

Bedrijven beschouwen security ook nog al te vaak als een kost. Een vermijd­bare kost als nadien blijkt dat ze toch niet gehackt worden. En als het wel gebeurt, dan zien ze alleen maar de prijs die een cybe­rin­ci­dent ondanks alle security alsnog meebrengt. Je bent echter nooit helemaal veilig, zelfs niet met de beste maat­re­gelen. Toch moeten we security meer als een win-winsi­tu­atie bekijken. Het zorgt ervoor dat hackers in de meeste gevallen niet binnen­ge­raken. En als het dan toch gebeurt, dan zorgen je inves­te­ringen in cyber­se­cu­rity ervoor dat de impact en de kosten van een incident tenminste serieus verkleinen.

De meeste bedrijven hebben zich de voorbije jaren op preventie toegelegd, maar negeren de volgende twee stappen in het proces: detectie en reactie. Wat als de firewall en antivirus gefaald hebben? Je kunt het verge­lijken met de maat­re­gelen tegen COVID-19. Op vlak van preventie houden we afstand, dragen we een mond­masker en wassen we geregeld onze handen. Dat is goed, maar we kunnen deson­danks nog altijd besmet worden. Wanneer we vermoeden dat er iets mis is laten we ons testen (detectie). En is de test positief, dan gaan we onmid­del­lijk in quaran­taine (reactie).

Bedrijven moeten cyber­drei­gingen op een gelijk­aar­dige manier behan­delen. Een goed anti­vi­rus­pro­gramma zal net zoals een mond­masker de risico’s aanzien­lijk vermin­deren, maar kan weinig doen tegen Zero Day-attacks. Daarom hebben bedrijven programma’s nodig die het gedrag van endpoints analy­seren en bij afwij­kende signalen de getroffen endpoints meteen isoleren of ‘in quaran­taine’ plaatsen. En net zoals een dokter moet nagaan of de patiënt ziek is, zijn er secu­ri­ty­spe­ci­a­listen nodig om alerts te inter­pre­teren – bijvoor­beeld door middel van Managed Security Services (MSS). Als het fout gaat, is het ook belang­rijk om over back-up en restore-oplos­singen te beschikken, zodat problemen snel verholpen kunnen worden.

De reac­tie­fase beperkt zich ook niet enkel tot tech­no­lo­gi­sche oplos­singen. Ieder bedrijf moet een plan hebben voor wanneer het toch zou misgaan. Wie treedt op als woord­voerder? Hoe ga je klanten vertellen dat data gelekt zijn? Wat doe je met geïn­fec­teerde toestellen en hoe bewaar je bewijs­last zonder de infectie verder te laten woekeren? Als je al die dingen nog moet uitdok­teren wanneer je een hack hebt vast­ge­steld, is het eigenlijk al veel te laat.

Protocollen voor thuiswerkers

De over­scha­ke­ling naar telewerk heeft de cyber­se­cu­ri­ty­s­tra­tegie van bedrijven natuur­lijk niet vereen­vou­digd. Volgens het onderzoek van onze Neder­landse collega’s geeft twee op drie orga­ni­sa­ties aan dat telewerk om andere proto­collen vraagt dan werken op kantoor. Driekwart stelt dat er speci­fieke proto­collen bestaan waar hun mede­wer­kers zich thuis aan moeten houden. Een derde heeft de policy op vlak van cyber­se­cu­rity door COVID-19 moeten herzien.

Moeten we de vrijheid van mede­wer­kers in het belang van cyber­se­cu­rity inperken? Het is zeker waar dat we een gezond evenwicht moeten zoeken tussen security en gebruiks­gemak. De voorbije jaren is de balans iets te veel naar die gebruik­s­er­va­ring over­ge­held. Het creëren van bewust­zijn blijft voor bedrijven een belang­rijke taak waarin ze moeten inves­teren. Een studie toonde enkele jaren geleden aan dat we dit probleem niet mogen onder­schatten. Wanneer mensen op een beurs een gratis usb-stick ontvingen, bleek dat maar liefst 98% de stick zomaar ging gebruiken. Nog eens 45% opende zonder nadenken de bestanden op de usb.

Shadow IT blijft een ander belang­rijk probleem. Zelfs als de tools aanwezig zijn, durven mede­wer­kers uit gemak al eens bestanden delen via andere plat­formen. Eén optie is om de pc van gebrui­kers veel meer te gaan dicht timmeren dan we in België gewend zijn. Maar er zijn ook tech­no­lo­gi­sche oplos­singen die het IT-depar­te­ment een overzicht geven van wat er op de endpoints gebeurt en die het mogelijk maken om snel in te grijpen, bijvoor­beeld door toegang tot bepaalde programma’s te verbieden. Dat is meer dan ooit nodig, want mensen gebruiken hun apparaten ook voor privé­toe­pas­singen waardoor het aanvals­op­per­vlak alleen maar groter wordt.

Natuur­lijk is dit voor bedrijven in de huidige context allemaal niet zo vanzelf­spre­kend. De laatste maanden hebben ze ook in heel wat andere zaken moeten inves­teren, zoals ergonomie voor de mede­wer­kers thuis. En op kantoor is het gemak­ke­lijk om een duide­lijke policy op te leggen, maar in de privés­feer ligt dat toch een tikkeltje anders. Desal­niet­temin zijn er een paar basis­zaken die in zo’n tele­werk­pro­tocol kunnen staan. Verplicht mede­wer­kers om docu­menten op te slaan zoals ze dat op kantoor doen, dus niet via Dropbox en andere tools. Zorg voor disken­cryptie, wijs op de risico’s van publieke wifi, en waarschuw voor het laten rond­slin­geren van docu­menten. Drukken mensen iets af, dan mogen ze dit nadien niet zomaar bij het oud papier gooien.

Prioriteiten voor IT-managers

Het ziet ernaar uit dat we nog wel een tijdje aan telewerk blijven doen. Wat zijn dan de prio­ri­teiten voor bedrijven om cyber­se­cu­rity op een hoger niveau aan te pakken? Ten eerste moet er hard ingezet worden op het creëren van awareness. Die term begint soms een beetje afgezaagd te klinken, maar een groter bewust­zijn bij mede­wer­kers maakt voor bedrijven echt een groot verschil. Als mensen niet weten wat ze verkeerd doen, kan je hen er moeilijk over aanspreken. En dan doen ze het de volgende keer gega­ran­deerd opnieuw.

Ten tweede moeten IT-teams weten welke endpoints aanwezig zijn en wat er gebeurt. Ze hebben tools nodig die een helder overzicht bieden en die het mogelijk maken om snel in te grijpen. Daarnaast is ook een plan van aanpak nodig voor als het toch mis gaat. Zorg op voorhand voor een partner die kan helpen om problemen op te lossen. Als je pas na de detectie iemand onder de arm neemt, moet die partner het netwerk nog leren kennen en gaat er veel kostbare tijd verloren.

En tot slot is het nu echt wel hoog tijd om iemand met kennis van cyber­se­cu­rity een stoel in de bestuurs­kamer van een bedrijf te geven. Doorgaans komt ieder depar­te­ment daar wel eens aan het woord, maar ontbreekt het aan iemand die kan uitleggen waarom het zo belang­rijk is om endpoints te beschermen. Deze persoon zal ervoor zorgen dat de orga­ni­satie cyber­se­cu­rity niet langer als een zuivere kost beschouwt en het hele bedrijf een stuk veiliger wordt dan iedereen zich vandaag verkeer­de­lijk waant.

Pin It on Pinterest

Share This