Rapport: ‘Elektrificatie kan uitstoot van vervoer, bouw en industrie in Europa in 2050 met 60% verminderen’

13 februari 2020

Elek­tri­fi­catie van de transport‑, bouw- en indu­striële sectoren in Europa zou de uitstoot van broei­kas­gassen tussen 2020 en 2050 met 60% kunnen vermin­deren, blijkt uit een nieuw rapport dat vandaag door onder­zoeks­bu­reau Bloom­bergNEF (BNEF) is gepubliceerd.

Een revolutie in het gebruik van energie door deze drie sectoren is mogelijk in de komende 30 jaar, en heeft een sterke vermin­de­ring van de CO2-uitstoot als gevolg. Het rapport Sector Coupling in Europe: Powering Decar­bo­ni­za­tion, geschreven in samen­wer­king met Eaton en Statkraft, schetst de moge­lijk­heden voor elek­tri­fi­catie, en houdt daarbij rekening met huidige beleids­vor­ming in landen als Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

’Sector coupling’

Victoria Cuming, head of global policy analysis bij BNEF, geeft aan: “Elek­tri­fi­catie, of ‘sector coupling’, zou een enorme bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de nationale emis­sie­re­duc­tie­doel­stel­lingen van rege­ringen. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van de overgang naar minder koolstof, die al gaande is in de energiesector”.

Elek­tri­fi­catie zou kunnen plaats­vinden via een mix van directe en indirecte veran­de­ringen. Een directe veran­de­ring zou bijvoor­beeld een toename van het aantal elek­tri­sche voer­tuigen in de trans­port­sector kunnen zijn. Voor de industrie is de toename van elek­tri­sche verwar­mings­sys­temen zoals warm­te­pompen in gebouwen zo’n directe veran­de­ring. Een indirecte veran­de­ring is bijvoor­beeld de overstap naar ‘groene waterstof’ – gepro­du­ceerd door elek­tro­lyse met behulp van hernieuw­bare elek­tri­ci­teit – als brandstof om gebouwen en zoveel mogelijk indu­striële processen van warmte te voorzien, die anders afhan­ke­lijk zouden zijn van fossiele brandstoffen.

Actie nodig

“Er is actie van beleids­ma­kers nodig om deze veran­de­ringen te reali­seren,” aldus Cuming. “Rege­ringen moeten stimu­le­rings­maat­re­gelen en wetgeving invoeren om de uitstoot van warmte in gebouwen te vermin­deren, projecten voor elek­tri­fi­catie te onder­steunen en belem­me­ringen voor de productie van groene waterstof weg te nemen. Ook moeten ze in kaart brengen hoe ze de consu­menten en maat­schappij erbij kunnen betrekken, aangezien juist zij een cruciale rol moeten spelen om de elek­tri­fi­catie van deze nieuwe sectoren mogelijk te maken”.

Albert Cheung, head of analysis bij BNEF, voegt daaraan toe: “Het elek­tri­fi­ceren van andere econo­mi­sche sectoren heeft aanzien­lijke gevolgen voor het elek­tri­ci­teitsnet. Overheden zullen de verster­king en uitbrei­ding van het net moeten onder­steunen om grotere ener­gie­vo­lumes te kunnen verwerken en de aanslui­ting van hernieuw­bare ener­gie­bronnen mogelijk te maken. Dat kan met de inzet van batte­rijen en andere flexibele bronnen om het net te balanceren.”

75% meer

In het rapport wordt geschat dat het elek­tri­ci­teitsnet in 2050 zo’n 75% meer opwek­kings­ca­pa­ci­teit nodig zou kunnen hebben, in verge­lij­king met wat er nodig zou zijn zonder sector coupling, waarbij goedkope wind- en zonne-ener­gie­cen­trales het grootste deel voor hun rekening nemen. Het net zou ook flexi­beler moeten zijn om de verschil­lende patronen in ener­gie­ver­bruik van verwar­ming en transport te onder­vangen. Tege­lij­ker­tijd zouden de nieuwe geëlek­tri­fi­ceerde sectoren bronnen voor deze ‘flexi­bi­li­teit’ kunnen creëren, bijvoor­beeld door hun verbruiks­pa­tronen te wijzigen. Daarvoor moeten dan wel het juiste beleid en de juiste tech­no­lo­gieën voor­handen zijn: op dit moment raakt het Neder­landse elek­tri­ci­teitsnet al over­be­last door nieuwe wind- en zonne-energieparken.

Zo’n elek­tri­fi­ca­tie­tra­ject zou ervoor kunnen zorgen dat elek­tri­ci­teit (direct en indirect) 60% van de eindvraag naar energie van de transport‑,bouw- en indu­strie­sector voor zijn rekening neemt. Dat is nu nog maar 10%. Dit betekent niet dat deze sectoren dan volledig vrij van koolstof zijn. Dat komt mede door verschil­lende acti­vi­teiten binnen deze sectoren die zwaar op fossiele brand­stoffen leunen, zoals de lucht­vaart, de scheep­vaart, het lange­af­stands­ver­voer over de weg en indu­striële hoge­tem­pe­ra­tuur­pro­cessen voor de vervaar­di­ging van bijvoor­beeld cement en staal. Bovendien duurt het zeer lang om deze onder­delen te verduur­zamen of vervangen.

Terugdringen tot nul

Om de uitstoot verder tot nul terug te dringen zouden rege­ringen een ambi­ti­euzer beleid moeten voeren om ‘sector coupling’ te versnellen en andere tech­no­lo­gieën op de markt te brengen, zoals het afvangen, gebruiken en opslaan van koolstof (carbon capture, use and storage, CCUS). Ook zouden ze de landbouw en het land­ge­bruik moeten aanpakken.

De toene­mende vraag naar energie moet worden opge­vangen met schone ener­gie­bronnen, voor zover dat mogelijk is. Op die manier worden de klimaat­voor­delen van sector coupling gemaxi­ma­li­seerd. Cheung: “Het is van cruciaal belang dat overheden en regel­ge­vers een omgeving creëren die het voor ontwik­ke­laars van wind- en zonne-energie inte­res­sant maakt om in te stappen. Dat kan door te anti­ci­peren op een rendement dat hoge inves­te­ringen rechtvaardigt.”

Belangrijke rol

Henrik Sætness, senior vice president corporate strategy and analysis bij Statkraft geeft aan: “Dit rapport bevestigt de belang­rijke rol die elek­tri­fi­catie speelt bij het afbouwen van koolstof en de cruciale rol van hernieuw­bare ener­gie­bronnen in de komende jaren. In de toekomst kunnen hernieuw­bare ener­gie­bronnen geen deel meer uitmaken van de oplossing. Zij moeten de oplossing zijn.”

Cyrille Brisson, vice president, sales, service en marketing bij Eaton EMEA, voegt toe: “Deze studie toont aan dat we onze regel­ge­ving én de markt moeten aanpassen, om zo de ener­gie­tran­sitie te versnellen en de toename van broei­kas­gassen in de atmosfeer te stoppen. Hoewel de essen­tiële hervor­ming van de regu­le­ring van het net door heel Europa vordert, hebben we nog veel werk voor de boeg als we het goede voorbeeld willen volgen en innovatie verder willen stimu­leren. Dit zie je met name wanneer het gaat om markt­struc­turen die de flexi­bi­li­teit stimu­leren die nodig is om de uitdaging van de wissel­val­lig­heid van duurzame bronnen aan te gaan”.

Tijdspad

Wanneer het tijdspad verloopt zoals beschreven in het rapport, ervan uitgaande dat de boven­ge­noemde uitda­gingen worden aangepakt, daalt de totale uitstoot van elek­tri­ci­teit, vervoer, gebouwen en industrie tussen 2020 en 2050 met 68%. Wanneer alleen gekeken wordt naar de transport- bouw- en indu­strie­sec­toren, is die daling 60%.

 

Pin It on Pinterest

Share This