‘ePrivacy-wetgeving kan technologische innovatie belemmeren’

10 januari 2018

De overheid moet erop aandringen dat de Europese instel­lingen bij het vernieuwen van de ePrivacy-richtlijn een op de begin­selen geba­seerde en tech­no­logie-neutrale aanpak moeten nemen. Op die manier kunnen privacy-rechten worden behouden, tech­no­logie effectief worden gere­gu­leerd en innovatie worden bevorderd.

De overheid zou zich er in het bijzonder op moeten richten dat de aanpak van de Europese Commissie in de ontwerp-veror­de­ning over ePrivacy – die recen­te­lijk is goed­ge­keurd door het Europees Parlement – wordt aangepast.

Over het hoofd gezien

De Commissie heeft de ontwik­ke­ling en diver­si­teit van nieuwe digitale diensten en digi­ta­li­se­ring van tradi­ti­o­nele indu­strieën namelijk over het hoofd gezien. De huidige verplich­tingen voor tele­com­pro­vi­ders zijn simpelweg uitge­breid naar alle over-the-top commu­ni­ca­tie­dien­sten, machine-to-machine appli­ca­ties en content­dien­sten met communicatie-elementen.

Deze aanpak lijkt wellicht praktisch, maar kan het voor­uit­zicht en uitvoe­ring van positieve digitale ontwik­ke­ling in Europa lamleggen.

Niets mis

Er is niets mis met het wezen­lijke doel om privacy en vertrou­we­lijke behan­de­ling van commu­ni­catie te beschermen. Maar dit belang­rijke beginsel kan niet langer op dezelfde wijze in een wet worden omgezet als 20 jaar geleden.

Waar tradi­ti­o­nele commu­ni­ca­tie­dien­sten eenvou­dige trans­mis­sie­me­cha­nismen hadden, zoals post­be­zor­ging en tele­foon­ver­bin­dingen, bieden in de cloud-geba­seerde plat­formen een veel breder scala aan diensten die ons leven makke­lijker maken. Elke dienst is gebaseerd op ‘natural language machine learning’, een mecha­nisme dat gebaseerd is op inno­va­tief gebruik van data die door commu­ni­ca­tie­dien­sten worden gegenereerd.

Recht op privacy

Ook nu we deze nieuwe diensten gebruiken, verwachten we dat ons recht op privacy beschermd wordt. Net zoals we er vroeger van uitgingen dat de postbode onze brieven niet las en de tele­foon­cen­trale niet naar onze gesprekken luisterde, zo verwachten we nu dat de partijen die onze online commu­ni­catie aanbieden daarvan de vertrou­we­lijk­heid waarborgen.

Maar we moeten bedacht­zaam zijn over hoe we de vertrou­we­lijk­heid van commu­ni­catie als beginsel toepassen. Het lijkt inmiddels achter­haald om simpelweg te stellen dat ‘enkel gebrui­kers toegang mogen hebben tot commu­ni­catie’. Commu­ni­ca­tie­dien­sten die gebruik maken van de cloud kunnen hun toege­voegde waarde enkel bieden door het verwerken van content en metadata – onder andere, in sommige gevallen, op het moment dat berichten verzonden worden.

Ervaring toepassen

Net zoals een dokter die een patiënt behandelt zijn opgedane ervaring toepast om de behan­de­ling van een volgende patiënt te verbe­teren, verbetert de kwaliteit van moderne diensten door het gebruik van machinaal leren gebaseerd op de verza­me­ling van data. In beide gevallen is de vertrou­we­lijk­heid van de infor­matie van het individu niet in het geding.

In haar huidige staat vormt de ePrivacy-veror­de­ning een bedrei­ging voor innovatie en een bron van verwar­ring voor de betrokken partijen. Europa’s inno­va­tieve indu­strieën staan in nauw contact met de Europese instel­lingen om de zwakke punten van de ontwerp-veror­de­ning te corri­geren en het beste resultaat van de ePrivacy onder­han­de­lingen te garan­deren. Lidstaten zouden er voorrang aan moeten geven om ePrivacy aan te passen aan over­lap­pende stukken van de Algemene Veror­de­ning Gege­vens­be­scher­ming en duide­lijk­heid moeten scheppen over welke diensten en data daaronder vallen.

We hebben regel­ge­ving nodig die prin­ci­pieel en voor­uit­stre­vend is. Wij raden België aan om niet alleen het grond­recht op privacy te beschermen, maar ook om nieuwe tech­no­lo­gieën te omarmen.

Kim Gagné is Executive Director van European Cloud Alliance

Pin It on Pinterest

Share This