Wat drijft Open Source programmeurs?

22 maart 2017

Open Source software is niet meer weg te denken uit het heden­daagse program­meer­land­schap. Sinds de begin­dagen van GNU en Linux en geholpen door het Internet, heeft het zich ontwik­keld tot een volwaardig en zelfs beter alter­na­tief voor gesloten code. Onder program­meurs die ermee werken, lijken vier verschil­lende types te bestaan: samen­wer­kers, indi­vi­du­a­listen, volgers en bewakers. Dat is het belang­rijkste resultaat van een enquête die wij als First8 eind 2016 hebben gehouden onder ruim honderd ontwikkelaars.

Bij First8 werken we exclusief met Open Source tech­no­logie. Dat doen we omdat het ten opzichte van Closed Source door­slag­ge­vende voordelen biedt. Zo kan Open Source veiliger zijn, omdat de code door zo veel mensen is gebouwd en bekeken dat zwakheden en backdoors minder kans lopen onop­ge­merkt te blijven. Daarnaast is iedere regel code inzich­te­lijk en aanpas­baar, zodat we meer garanties kunnen geven over de producten die we afleveren. Dat heeft tot gevolg dat opdracht­ge­vers ons volledig kunnen aanspreken op de func­ti­o­na­li­teit die we afleveren. Bugs kunnen we in principe altijd zelf oplossen. Tot slot zorgt het open karakter ervoor dat we tot op het niveau van de code zelf kunnen aantonen dat we voldoen aan alle gewenste standaarden.

Om te onder­zoeken wat er leeft onder mensen die kiezen voor Open Source, hebben we eind 2016 een enquête onder program­meurs gehouden. We vroegen ze naar de libraries en platforms die ze inzetten, wat hen motiveert en hoe ze de kwaliteit ervan bepalen. De resul­taten lieten opmer­ke­lijke verbanden zien die wij graag delen. Het lijkt er op dat er vier types Open Source program­meur bestaan, met elk hun eigen voor­keuren en werk­wijzes. Hieronder hebben we samen­gevat wat deze vier karakters drijft.

De Samen­werker voelt zich als een vis in het water in het online collec­tief. Het is voor hem door­slag­ge­vend dat een product een actieve community om zich heen heeft. Kennis zoekt deze program­meur online. Hij vaart wel bij de geza­men­lijke inspan­ning die Open Source software typeert. Komt de Samen­werker een puzzel tegen, dan doet hij een query of de oplossing hiervoor niet al bekend is. Zo niet, dan post hij in een forum om te kijken of anderen in de community kunnen bijdragen aan het oplossing. Het collec­tief maakt sterk en dus is het voor hem volstrekt logisch om ook zelf zijn steentje bij te dragen.

De Indi­vi­du­a­list is in zijn element met zijn gedown­loade Open Source frame­works en libraries en de gedegen docu­men­tatie die daarbij hoort. Hij worstelt zich graag in zijn eentje door de code om puzzels op te lossen. Dit type program­meur werkt dus voor­na­me­lijk op zijn eigen eiland en heeft weinig op met de hectiek van discus­sie­groepen. Ontbre­kende kennis haalt hij liefst uit boeken. Pas als hij zélf tevreden is met zijn resultaat, verlaat hij zijn eiland en deelt hij zijn vindingen trots met de Open Source gemeenschap.

Voor de Bewaker is Open Source eerst en vooral open en inzich­te­lijk. Dat geeft hem zélf het heft in handen als hij zijn opdracht­ge­vers beloftes wil doen over veilig­heid en aanpas­baar­heid. De bewaker begrijpt als geen ander de ogen­schijn­lijke paradox dat Open Source veiliger is dan gesloten code. Vrij toegan­ke­lijke code is per definitie inzich­te­lijk. Door eigen inspan­ning en de kracht van de gemeen­schap zijn eventuele zwakheden of backdoors sneller zichtbaar en dus te vermijden.

Dit type is de vreemde eend in de bijt ten opzichte van de andere types. Die maken allemaal heel bewust zelf een keuze voor Open Source frame­works of libraries. De Volger laat zich het liefst adviseren door zijn ervaren vakge­noten. Zij bepalen voor hem de kwaliteit van een Open Source product. Kennis haalt hij het liefst bij collega’s. De Volger heeft relatief weinig belang­stel­ling voor de Open Source ideologie en voelt minder de behoefte zélf te innoveren of bij te dragen.

Welke pakketten gebruiken al deze Open Source programmeurs?

Naast de vraag naar het hoe en waarom, hebben we de program­meurs ook gevraagd welke Open Source pakketten ze inzetten. De antwoorden geven een goede eerste indruk. Het resultaat hebben we samen­gevat in een top 10 van meest genoemde Open Source pakketten. Dit overzicht staat in de info­graphic die we over de resul­taten van de enquête hebben gemaakt. Dat OpenJDK Java Platform de lijst aanvoert, is overigens een enigszins vertekend resultaat. We hebben de vragen­lijst onder andere uitgezet op J‑Fall, de jaar­lijkse Java confe­rentie waar vanzelf­spre­kend veel Java profes­si­o­nals rondlopen.

Verfijnen en verbreden

We zijn tevreden met de inzichten die de enquête heeft opge­le­verd, maar net als bij Open Source zelf is er altijd ruimte voor verbe­te­ring. In een volgende versie van de vragen­lijst willen we nauw­keu­riger onder­zoeken welke patronen er zijn in het gebruik van libraries en frame­works. We zien bijvoor­beeld nu al dat een Jboss­ge­bruiker meestal ook een Hiber­na­tefan is. Zijn er nog meer van dit soort verbanden? Verder willen we graag weten of de vier types ook onder een bredere groep program­meurs zichtbaar blijken, of dat er wellicht nog meer types bestaan.

Pin It on Pinterest

Share This