Onderzoek toont aan: ‘Wie mee wil in AI en data, komt niet om Python en SQL heen’

1 juni 2026

De vraag naar program­meer­kennis verschuift. Niet alleen soft­wa­re­be­drijven zoeken mensen die kunnen coderen, ook banken, produc­tie­be­drijven, zorg­in­stel­lingen, logis­tieke spelers, overheden en zakelijke dienst­ver­le­ners nemen steeds vaker mensen aan die data kunnen ontsluiten, processen kunnen auto­ma­ti­seren en digitale systemen met elkaar kunnen verbinden. Een nieuwe analyse van Oxylabs laat dat duidelijk zien. Het bedrijf onder­zocht bijna één miljoen Ameri­kaanse vacatures, waarvan circa 800.000 vacatures uitein­de­lijk voldeden aan de criteria voor de Ameri­kaanse techar­beids­markt in de periode van januari 2025 tot en met maart 2026. De resul­taten vormen tot op zekere hoogte ook een indicatie hoe de arbe­dis­markt zich in de Benelux de komende tijd zal ontwikkelen.

Werken met data

De uitkomst is opvallend, maar niet verras­send voor wie de digi­ta­li­se­ring van bedrijven van dichtbij volgt. Python is de meest genoemde program­meer­taal in de onder­zochte vacatures, maar SQL zit daar vrijwel direct achter. Python komt voor in 46 procent van de vacatures waarin een program­meer­taal wordt gevraagd, SQL in 45 procent. Daarmee laat de analyse zien dat de arbeids­markt niet alleen draait om moderne AI-ontwik­ke­ling, software engi­nee­ring of cloud-native appli­ca­ties, maar ook om iets veel funda­men­te­lers: het kunnen werken met data.

Dat is ook relevant voor Nederland en België. De cijfers komen uit de Verenigde Staten en kunnen dus niet één op één worden vertaald naar de Benelux. De Ameri­kaanse arbeids­markt is groter, kent andere regionale tech­clus­ters en beweegt vaak sneller bij nieuwe inves­te­rings­golven. Toch geven de uitkom­sten wel een bruikbaar beeld van de richting waarin ook de Neder­landse en Belgische markt zich ontwik­kelt. Bedrijven in beide landen digi­ta­li­seren hun processen in hoog tempo, bouwen data­plat­formen, expe­ri­men­teren met AI en zoeken naar manieren om bestaande systemen slimmer te koppelen. Daarvoor zijn niet alleen gespe­ci­a­li­seerde soft­wa­re­ont­wik­ke­laars nodig, maar ook data-analisten, engineers, secu­ri­ty­spe­ci­a­listen, cloud­be­heer­ders en func­ti­o­nele experts die voldoende tech­ni­sche bagage hebben om met data en auto­ma­ti­se­ring te werken.

Belangrijkste boodschap

De opmars van SQL is daarbij misschien de belang­rijkste boodschap. In veel rang­lijstjes over populaire program­meer­talen krijgt Python de meeste aandacht. Dat is begrij­pe­lijk: Python is breed inzetbaar, relatief toegan­ke­lijk en stevig verankerd in AI, data science, scripting, auto­ma­ti­se­ring en DevOps. Maar SQL blijkt in vacatures bijna net zo belang­rijk. Dat komt doordat vrijwel elke orga­ni­satie over databases, rappor­tages, trans­ac­tie­sys­temen en data­plat­formen beschikt. Wie systemen wil begrijpen, processen wil verbe­teren of AI-toepas­singen wil voeden met betrouw­bare data, moet kunnen werken met gestruc­tu­reerde gegevens.

Volgens Oxylabs komt SQL bovendien zelden alleen voor. In 60 procent van de onder­zochte vacatures worden minstens twee program­meer­talen genoemd. Python en SQL vormen samen de sterkste combi­natie: in ongeveer 21 procent van de vacatures worden beide vaar­dig­heden gevraagd. Daarna volgen combi­na­ties van SQL met Java en SQL met JavaScript, elk goed voor 9 procent van de onder­zochte vacatures. Dat onder­streept dat werk­ge­vers niet zozeer zoeken naar program­meurs die één taal beheersen, maar naar profes­si­o­nals die meerdere lagen van de digitale stack begrijpen.

Herkenbare ontwikkeling

Voor de Neder­landse en Belgische arbeids­markt is dat een herken­bare ontwik­ke­ling. Veel orga­ni­sa­ties zitten midden in een over­gangs­fase. Ze hebben nog bestaande ERP‑, CRM‑, productie‑, logis­tieke of finan­ciële systemen draaien, maar willen tegelijk stappen zetten met analytics, AI, auto­ma­ti­se­ring en cloud­plat­formen. In zo’n omgeving is de combi­natie van Python en SQL logisch. SQL ontsluit de data, Python maakt analyse, auto­ma­ti­se­ring en AI-workflows mogelijk. Wie beide beheerst, kan vaak sneller schakelen tussen busi­ness­vraag en tech­ni­sche uitvoering.

De analyse laat ook zien dat program­meer­kennis allang niet meer uitslui­tend een zaak van de klassieke tech­sector is. Meer dan de helft van de Ameri­kaanse vacatures waarin program­meer­talen worden gevraagd, komt uit sectoren buiten de tech­no­logie. Tech, data en telecom vormen met 43 procent nog altijd de grootste categorie, maar daarna volgen profes­si­o­nele, juri­di­sche en zakelijke diensten met 17 procent en manu­fac­tu­ring, industrie en defensie met 10 procent.

Economische waarde

Juist dat punt is belang­rijk voor Nederland en België, waar veel econo­mi­sche waarde zit in industrie, logistiek, zakelijke dienst­ver­le­ning, zorg, overheid en finan­ciële diensten. Digi­ta­li­se­ring speelt daar niet altijd in de vorm van een nieuw soft­wa­re­pro­duct, maar vaak in de vorm van betere planning, voor­spel­lend onderhoud, data­ge­dreven besluit­vor­ming, compli­ance, cyber­se­cu­rity, rappor­tage of procesop­ti­ma­li­satie. De vraag naar program­meer­vaar­dig­heden verspreidt zich daardoor over functies die vroeger nauwe­lijks als tech­func­ties werden gezien.

Ook de verschillen per sector zijn inte­res­sant. In de Ameri­kaanse analyse domineert Python vooral in sectoren die nieuwe digitale producten en dataca­pa­ci­teiten ontwik­kelen. SQL voert juist de boventoon in sectoren waar trans­ac­ties, dossiers, admi­ni­stratie en rappor­tages centraal staan. In finance, insurance en real estate komt SQL bijvoor­beeld in 62 procent van de vacatures voor. Ook in heal­th­care, pharma en wellness is SQL met 62 procent de meest genoemde taal. In manu­fac­tu­ring, indu­strial en defense staat Python bovenaan met 38 procent, terwijl SQL daar op 22 procent uitkomt en C++ met 19 procent de derde plaats inneemt.

Digitale opgaven

Dat beeld past bij de verschil­lende digitale opgaven per sector. In de maak­in­du­strie spelen auto­ma­ti­se­ring, simulatie, embedded systemen, indu­striële data en AI-toepas­singen een groeiende rol. In zorg, finan­ciële dienst­ver­le­ning en retail ligt het zwaar­te­punt vaak meer op data­kwa­li­teit, rappor­tages, klant- of pati­ënt­ge­ge­vens, trans­ac­ties en compli­ance. Voor Nederland en België betekent dit dat de vraag naar program­meer­kennis niet overal dezelfde vorm zal aannemen. Een produc­tie­be­drijf zoekt andere profielen dan een bank, zieken­huis, gemeente of e‑commercebedrijf.

Software engi­nee­ring blijft intussen de grootste vaca­tu­re­ca­te­gorie waarin program­meer­talen worden genoemd. In de Ameri­kaanse analyse is 32 procent van de vacatures met program­mee­reisen gericht op software engi­nee­ring. Data science en AI/​ML volgen met 11 procent, tech- en engi­nee­ring­ma­na­ge­ment met 9 procent, DevOps, cloud en site reli­a­bi­lity met 8 procent, en data engi­nee­ring en archi­tec­tuur eveneens met 8 procent.

Dat laat zien dat de vraag naar program­meer­talen op twee niveaus groeit. Aan de ene kant blijft er behoefte aan mensen die software bouwen. Aan de andere kant ontstaat er een bredere groep functies waarin coderen geen doel op zich is, maar een middel om systemen te beheren, data te analy­seren, processen te auto­ma­ti­seren of AI-toepas­singen gecon­tro­leerd in te zetten. Vooral die tweede categorie kan in Nederland en België belang­rijk worden, omdat veel bedrijven niet alleen behoefte hebben aan meer ontwik­ke­laars, maar ook aan technisch vaardige domeinexperts.

Heldere boodschap

Voor werk­ne­mers en studenten is de boodschap helder. Python blijft een sterke keuze, zeker voor wie richting AI, data science, auto­ma­ti­se­ring, security of cloud wil. Maar SQL verdient minstens zoveel aandacht. Het is minder modieus, maar in de praktijk vaak onmisbaar. Wie Python combi­neert met SQL, vergroot zijn inzet­baar­heid over sectoren heen. Voor soft­wa­re­ont­wik­ke­laars blijven daarnaast Java, JavaScript, Bash, C++, C#, Type­Script, R en Go relevant, afhan­ke­lijk van rol en sector. In de onder­zochte Ameri­kaanse vacatures staan Python, SQL, Java, JavaScript en Bash bovenaan als meest gevraagde talen.

Voor werk­ge­vers ligt er een andere les. De strijd om digitaal talent gaat niet alleen over het aantrekken van schaarse program­meurs. Orga­ni­sa­ties kunnen ook inves­teren in het technisch sterker maken van bestaande mede­wer­kers. Data-analisten, proces­en­gi­neers, control­lers, secu­ri­ty­spe­ci­a­listen, marke­teers, product owners en opera­tions managers kunnen veel waar­de­voller worden als zij beter leren werken met data, scripts en auto­ma­ti­se­ring. Zeker in sectoren waar domein­kennis schaars is, kan dat effec­tiever zijn dan alleen extern tech­per­so­neel zoeken.

De Ameri­kaanse cijfers zijn dus geen voor­spel­ling die zonder meer op Nederland en België kan worden geplakt. Wel zijn ze een duidelijk signaal. Naarmate AI, cloud, data-analyse en auto­ma­ti­se­ring dieper door­dringen in de economie, verschuift program­meer­kennis van speci­a­lis­ti­sche vaar­dig­heid naar brede arbeids­markt­com­pe­tentie. Daarbij draait het niet om het najagen van de nieuwste program­meer­taal, maar om een prak­ti­sche combi­natie: data kunnen vinden, begrijpen, bewerken en toepassen. In die wereld vormen Python en SQL voorlopig een bijzonder sterk duo.

Pin It on Pinterest

Share This