SAP herdefineert cloudsoevereiniteit: vier dimensies bepalen wat echt telt

22 mei 2026

De discussie over digitale soeve­rei­ni­teit in Europa kent een hard­nekkig misver­stand: dat het gaat over de vraag waar de server staat. Wie een data­center in Frankfurt heeft, meent soms al soeverein te zijn. Wie draait op een Ameri­kaanse hypers­caler, vreest het niet te zijn. Volgens Martin Merz, President SAP Sovereign Cloud, gaat dat debat groten­deels over het verkeerde onderwerp. “De discussie over cloud­in­fra­struc­tuur is belang­rijk, maar wie dat tot de enige maatstaf verheft voor soeve­rei­ni­teit, mist de kern van het vraagstuk.”

Merz put uit twintig jaar prak­tijk­er­va­ring met soeve­reine cloud-imple­men­ta­ties bij overheden en veilig­heids­dien­sten wereld­wijd. SAP werkt al sinds de vroege jaren 2000 met de Ameri­kaanse federale overheid aan zoge­noemde trusted deploy­ments, en breidde dat werk vervol­gens uit naar Australië, Canada, Duitsland, Nederland en Frankrijk. Elk land voegde nieuwe eisen toe aan het raamwerk. Zo ontstond stap voor stap een geharde set van vereisten die SAP inmiddels wereld­wijd als standaard gebruikt voor soeve­reine cloud-implementaties.

Vanuit die achter­grond kijkt Merz met scepsis naar het Europese soeve­rei­ni­teits­debat, dat hij te vaak ziet vastlopen op de infra­struc­tuur­vraag. Welke hypers­caler, welk data­center, welk land: dat zijn niet de verkeerde vragen, maar wel vragen die te veel ruimte innemen ten koste van wat er werkelijk toe doet. Wat moet er precies geregeld zijn voordat een orga­ni­satie haar meest gevoelige data en processen veilig naar de cloud kan brengen? Zijn antwoord daarop is een raamwerk van vier dimensies dat verder gaat dan data­cen­ter­lo­catie alleen.

Vier dimensies, één goedkeuring

De eerste dimensie is data­soe­ve­rei­ni­teit: data en metadata blijven in het land of de regio, zonder uitzon­de­ring. Dat voorkomt dat gevoelige infor­matie ongemerkt onder buiten­landse juris­dic­ties of repli­ca­tie­pro­cessen valt.

De tweede is opera­ti­o­nele soeve­rei­ni­teit. Orga­ni­sa­ties geven alleen mede­wer­kers toegang tot systemen en data als zij voldoen aan nationale eisen rond nati­o­na­li­teit en screening. Voor sommige functies is ook een veilig­heids­on­der­zoek verplicht. Voor defensie- en inlich­tin­gen­dien­sten is dat cruciaal. Zij moeten exact weten wie systemen beheert, support verleent of toegang heeft tot gevoelige informatie.

De derde dimensie is tech­ni­sche soeve­rei­ni­teit. Daarbij wijst Merz op een element dat SAP volgens hem onder­scheidt van andere aanbie­ders: het control plane van de cloudom­ge­ving staat in het land zelf en niet in een centraal systeem elders. Dat control plane regelt onder meer beheer, updates en toegangs­rechten. Volgens SAP houdt een orga­ni­satie zo meer controle over hoe de cloudom­ge­ving wordt beheerd en wie erbij kan.

De vierde dimensie is juri­di­sche soeve­rei­ni­teit. Daarbij draait het om de vraag onder welke wetgeving een cloudom­ge­ving valt. Een orga­ni­satie moet erop kunnen vertrouwen dat gevoelige data en processen binnen het nationale rechts­kader blijven en niet onder buiten­landse regel­ge­ving of juri­di­sche claims vallen.

Soevereiniteit vraagt om officiële erkenning

Het voldoen aan die vier dimensies alleen is volgens Merz niet voldoende. Een cloudom­ge­ving geldt pas als soeverein wanneer de nationale cyber­se­cu­rity-auto­ri­teit die status officieel bevestigt. Welke infra­struc­tuur daaronder draait, is volgens Merz minder belang­rijk. Dat kan SAP’s eigen cloud­in­fra­struc­tuur zijn, maar ook een Ameri­kaanse hypers­caler of zelfs de data­cen­ters van de klant zelf.

Volgens Merz kiezen ook militaire orga­ni­sa­ties in Europa soms bewust voor een Ameri­kaanse hypers­caler. Zolang de nationale cyber­se­cu­rity-auto­ri­teit vaststelt dat de omgeving voldoet aan alle eisen voor soeve­rei­ni­teit, biedt SAP die oplossing aan als soeve­reine cloud.

Weer­baar­heid als strategie, niet als ideologie

Die infra­struc­tuur­on­af­han­ke­lijk­heid is volgens SAP geen marke­ting­bood­schap, maar een prin­ci­piële keuze. Juist die keuze roept regel­matig weerstand op in het Europese debat over digitale soeve­rei­ni­teit. Een deel van dat debat draait om het prin­ci­pieel weren van Ameri­kaanse technologie.

Merz zegt die reflex te begrijpen, maar noemt haar uitein­de­lijk onpro­duc­tief. Volgens hem kon Europa decen­nia­lang vertrouwen op een relatief stabiele geopo­li­tieke omgeving. Die periode is voorbij. Orga­ni­sa­ties die hun cloud­stra­tegie niet voor­be­reiden op alter­na­tieve scenario’s, maken zichzelf kwetsbaar.

Een multi-cloudstrategie als veiligheidsnet

Concreet betekent dat volgens Merz dat een multi-cloud­stra­tegie geen concessie is aan soeve­rei­ni­teits­am­bi­ties. Het is juist een manier om die ambities in de praktijk te brengen. Orga­ni­sa­ties kunnen vandaag kiezen voor een Ameri­kaanse hypers­caler vanwege tech­no­lo­gi­sche voordelen, en tegelijk een Europees of eigen alter­na­tief opbouwen. Die keuzes sluiten elkaar volgens hem niet uit.

SAP adviseert klanten daarom om niet volledig afhan­ke­lijk te worden van één provider, ook niet van de SAP-infra­struc­tuur. Merz is van mening dat digitale weer­baar­heid altijd vraagt om alter­na­tieven die je achter de hand moet houden. Orga­ni­sa­ties moeten die scenario’s nu al voor­be­reiden, en niet pas op het moment dat geopo­li­tieke of tech­no­lo­gi­sche ontwik­ke­lingen hen daartoe dwingen.

Dat vraagt wel dat orga­ni­sa­ties stoppen met het behan­delen van soeve­rei­ni­teit als een compli­ance-vinkje dat eenmalig kan worden afgevinkt. De echte vragen zijn veel prak­ti­scher van aard. Wie heeft toegang tot de data? Onder welk rechts­stelsel valt de infra­struc­tuur? En wat gebeurt er als een leve­ran­cier wegvalt of de geopo­li­tieke situatie verandert? Wie die vragen niet beant­woordt, heeft een certi­fi­caat maar geen strategie.

Data benutten, niet bewaken

Die verschui­ving van compli­ance naar weer­baar­heid krijgt extra urgentie nu AI dieper door­dringt in bedrijfs­pro­cessen en orga­ni­sa­ties steeds afhan­ke­lijker worden van de data die zij beheren. “Europa produ­ceerde vorig jaar dertig zettabyte aan data. Om dat getal tastbaar te maken: als je één bit verge­lijkt met één zand­korrel, dan praten we over dertig Sahara-woes­tijnen vol zand. Van al die data benutten we tien tot vijftien procent”, zegt Merz.  

“Europa discus­si­eert over de aanleg van nieuwe digitale infra­struc­tuur, terwijl het overgrote deel van de data die al beschik­baar zijn onbenut blijven”, zegt Merz. “De werke­lijke opgave is niet waar data worden opge­slagen, maar hoe Europa die data omzet in innovatie en concurrentiekracht.”

Voor Merz is soeve­rei­ni­teit daarin geen rem maar een rand­voor­waarde. Zonder controle over data en infra­struc­tuur is het risico te groot om AI op schaal in te zetten in kritieke processen. Dat geldt niet alleen voor defen­sie­be­drijven of inlich­tin­gen­dien­sten, maar voor elke orga­ni­satie die afhan­ke­lijk is van haar data voor haar kern­pro­cessen. Wie zich niet kan veroor­loven dat die data onbe­reik­baar, onbe­trouw­baar of juridisch kwetsbaar worden, kan soeve­rei­ni­teit niet langer als luxe beschouwen.

Pin It on Pinterest

Share This