Orange Cyberdefense waarschuwt: AI-agents zijn de nieuwe insider threat

6 mei 2026

De nieuwste dreiging voor orga­ni­sa­ties komt niet van de mens, maar van de algo­ritmes die ze inzetten. Anders dan AI-systemen die vooral infor­matie genereren of aanbe­ve­lingen doen, kunnen AI-agents zelf­standig acties uitvoeren in bedrijfs­ap­pli­ca­ties. Zonder scherp toezicht en speci­fieke bevei­li­ging leiden fouten of misbruik direct tot data­lekken en opera­ti­o­nele versto­ringen. Orange Cyber­de­fense waar­schuwt dan ook dat de snelle opkomst van AI-agents een nieuwe ‘insider threat’ creëert.

AI-agents kunnen orga­ni­sa­ties veel werk uit handen nemen door autonoom infor­matie op te halen, te combi­neren en taken uit te voeren. De bevei­li­ging van deze systemen loopt echter vaak achter op de snelheid van de imple­men­tatie. Orange Cyber­de­fense iden­ti­fi­ceert vier nieuwe risico’s:

1. Ongecontroleerde toegang tot systemen

AI-agents hebben vaak toegang tot meer infor­matie dan strikt nodig is voor het uitvoeren van hun taken. Ze maken daarbij geen onder­scheid tussen relevante data en gevoelige infor­matie die niet voor de speci­fieke taak bedoeld is. Waar een mede­werker zich nog afvraagt of het verstandig is om sala­ris­ge­ge­vens te mailen naar de marke­ting­af­de­ling, mist een AI-agent dit morele kompas. Hierdoor kan bedrijfs­ge­voe­lige infor­matie onbedoeld worden verwerkt of gedeeld.

2. Verkeerde of misleidende input

Waar een mede­werker kritische vragen kan stellen bij een ‘vreemde opdracht’, handelt een agent blin­de­lings op basis van de infor­matie die hij ontvangt (e‑mails, docu­menten, queries). Als deze input onvol­ledig of kwaad­aardig is, kan de agent besluiten om extra data op te halen, veilig­heids­pro­to­collen te omzeilen of data op de verkeerde plek te publi­ceren. De agent wordt in feite ‘verkeerd aange­stuurd’ door de data zelf.

3. Autonome kettingreactie van fouten

AI-agents werken met een snelheid die mense­lijke controle lastig maakt. Daardoor kan een fout in een vroege stap ongemerkt door­werken in een keten van autonome acties en zich ontwik­kelen tot een groter incident.

4. Onmogelijkheid tot reconstructie

Bij een mense­lijke insider is doorgaans te achter­halen waarom een bepaalde beslis­sing is genomen. Bij AI-agents is die logica vaak minder trans­pa­rant en moei­lijker te recon­stru­eren. Daardoor zijn inci­denten moei­lijker te onder­zoeken en is het lastiger om te bepalen waar het misging en hoe een orga­ni­satie dit in de toekomst voorkomt.

Bestaande securityprincipes consequenter toepassen

Volgens Matthijs van der Wel-ter Weel, Strategic Advisor bij Orange Cyber­de­fense, vraagt de inzet van AI-agents niet om compleet nieuwe secu­ri­ty­prin­cipes. Wel vraagt het om een veel conse­quen­tere toepas­sing van bestaande principes zoals least privilege, zero trust, logging en moni­to­ring, aangevuld met duide­lijke en onaf­han­ke­lijke vangrails.

“Waar orga­ni­sa­ties voor mede­wer­kers en tradi­ti­o­nele systemen vaak al duide­lijke kaders hebben, gebeurt de inzet van AI-agents in de praktijk nog te vaak ad hoc. Juist daar ontstaat risico.” Van der Wel-ter Weel geeft deze drie aandachts­punten als belang­rijk aan:

  • Geef iedere AI-agent een duide­lijke iden­ti­teit, rol en afbakening

Orga­ni­sa­ties werken al langer met uitgangs­punten als least privilege, zero trust en duide­lijke taak­af­ba­ke­ning: geef mensen en systemen alleen toegang tot wat nodig is, onder de juiste voor­waarden en voor een duidelijk doel. Een AI-agent vormt daarop in wezen geen uitzondering.

Deze principes worden bij AI-agents in de praktijk nog niet altijd even conse­quent toegepast. Orga­ni­sa­ties expe­ri­men­teren vaak snel met nieuwe agent­func­ti­o­na­li­teit, zonder scherp vast te leggen welke taak een agent precies heeft, welke data daarvoor nodig zijn en binnen welke grenzen die mag handelen. Daardoor ontstaat het risico dat een agent meer toegang of hande­lings­ruimte krijgt dan nodig is.

  •  Zorg dat beslis­singen van AI-agents herleid­baar zijn

Voor AI-agents is het niet genoeg om alleen vast te leggen welke acties zijn uitge­voerd. In veel orga­ni­sa­ties regi­streren logging- en SIEM-systemen al wat een systeem doet, maar daarmee is nog niet duidelijk waarom een agent tot een bepaalde actie of beslis­sing kwam.

Juist dat maakt AI-agents risi­co­voller. Wanneer een agent gevoelige infor­matie deelt of op basis van verkeerde input een fout besluit neemt, moet een bedrijf kunnen recon­stru­eren welke input, bronnen en context daarbij een rol speelden.

Dat vraagt om meer dan tradi­ti­o­nele logging. Niet alleen de uitge­voerde actie moet zichtbaar zijn, maar ook de afweging daar­achter. Alleen met dat niveau van herleid­baar­heid kunnen orga­ni­sa­ties inci­denten goed onder­zoeken, verant­woor­de­lijk­heid vast­stellen en maat­re­gelen nemen om dezelfde fout niet opnieuw te laten ontstaan.

  • Richt waar nodig realtime controle en mense­lijke tussen­komst in

Omdat AI-agents autonoom en op hoge snelheid handelen, is vooraf bepalen wat zij mogen doen niet altijd voldoende. Orga­ni­sa­ties moeten daarom ook tijdens de uitvoe­ring grenzen kunnen stellen aan acties met een grote impact op de operatie, de financiën of compliance.

Denk bijvoor­beeld aan het delen van gevoelige infor­matie, het aanpassen van rechten, het wijzigen van systemen of het starten van externe commu­ni­catie. Voor dit soort hande­lingen moet duidelijk zijn wanneer een extra controle, goed­keu­ring of mense­lijke tussen­komst nodig is.

De vraag is niet alleen of een agent toegang heeft, maar ook of een actie op dat moment verant­woord is. Zo voorkom je dat een AI-agent binnen zijn rechten tóch schade veroorzaakt.

“Veel orga­ni­sa­ties expe­ri­men­teren al met AI-agents, maar hebben nog onvol­doende zicht op hun rechten, hun gedrag en hun impact”, zegt Van der Wel-ter Weel. “Het risico is dat bedrijven deze systemen niet alleen te snel invoeren, maar ook dat ze deze zonder duide­lijke afba­ke­ning, toezicht en verant­woor­ding inzetten. Zo kan AI-agent-sprawl ontstaan: een wildgroei aan agents zonder centraal overzicht, duide­lijke grenzen of eigenaarschap.”

Van der Wel-ter Weel roept orga­ni­sa­ties op om nu beleid te ontwik­kelen voor de inzet van AI-agents, inclusief training, bewust­wor­ding, gover­nance en een centraal overzicht van de toepas­singen, verant­woor­de­lijk­heden en risico’s. Dat beleid moet verder­gaan dan techniek alleen: het raakt ook ethiek, compli­ance en leider­schap. “Wie bestaande security- en gover­nan­ce­prin­cipes nu ook conse­quent toepast op AI-agents, voorkomt dat snelheid en gemak de overhand krijgen op controle.”

Pin It on Pinterest

Share This