De vraag naar programmeerkennis verschuift. Niet alleen softwarebedrijven zoeken mensen die kunnen coderen, ook banken, productiebedrijven, zorginstellingen, logistieke spelers, overheden en zakelijke dienstverleners nemen steeds vaker mensen aan die data kunnen ontsluiten, processen kunnen automatiseren en digitale systemen met elkaar kunnen verbinden. Een nieuwe analyse van Oxylabs laat dat duidelijk zien. Het bedrijf onderzocht bijna één miljoen Amerikaanse vacatures, waarvan circa 800.000 vacatures uiteindelijk voldeden aan de criteria voor de Amerikaanse techarbeidsmarkt in de periode van januari 2025 tot en met maart 2026. De resultaten vormen tot op zekere hoogte ook een indicatie hoe de arbedismarkt zich in de Benelux de komende tijd zal ontwikkelen.
Werken met data
De uitkomst is opvallend, maar niet verrassend voor wie de digitalisering van bedrijven van dichtbij volgt. Python is de meest genoemde programmeertaal in de onderzochte vacatures, maar SQL zit daar vrijwel direct achter. Python komt voor in 46 procent van de vacatures waarin een programmeertaal wordt gevraagd, SQL in 45 procent. Daarmee laat de analyse zien dat de arbeidsmarkt niet alleen draait om moderne AI-ontwikkeling, software engineering of cloud-native applicaties, maar ook om iets veel fundamentelers: het kunnen werken met data.

Dat is ook relevant voor Nederland en België. De cijfers komen uit de Verenigde Staten en kunnen dus niet één op één worden vertaald naar de Benelux. De Amerikaanse arbeidsmarkt is groter, kent andere regionale techclusters en beweegt vaak sneller bij nieuwe investeringsgolven. Toch geven de uitkomsten wel een bruikbaar beeld van de richting waarin ook de Nederlandse en Belgische markt zich ontwikkelt. Bedrijven in beide landen digitaliseren hun processen in hoog tempo, bouwen dataplatformen, experimenteren met AI en zoeken naar manieren om bestaande systemen slimmer te koppelen. Daarvoor zijn niet alleen gespecialiseerde softwareontwikkelaars nodig, maar ook data-analisten, engineers, securityspecialisten, cloudbeheerders en functionele experts die voldoende technische bagage hebben om met data en automatisering te werken.
Belangrijkste boodschap
De opmars van SQL is daarbij misschien de belangrijkste boodschap. In veel ranglijstjes over populaire programmeertalen krijgt Python de meeste aandacht. Dat is begrijpelijk: Python is breed inzetbaar, relatief toegankelijk en stevig verankerd in AI, data science, scripting, automatisering en DevOps. Maar SQL blijkt in vacatures bijna net zo belangrijk. Dat komt doordat vrijwel elke organisatie over databases, rapportages, transactiesystemen en dataplatformen beschikt. Wie systemen wil begrijpen, processen wil verbeteren of AI-toepassingen wil voeden met betrouwbare data, moet kunnen werken met gestructureerde gegevens.

Volgens Oxylabs komt SQL bovendien zelden alleen voor. In 60 procent van de onderzochte vacatures worden minstens twee programmeertalen genoemd. Python en SQL vormen samen de sterkste combinatie: in ongeveer 21 procent van de vacatures worden beide vaardigheden gevraagd. Daarna volgen combinaties van SQL met Java en SQL met JavaScript, elk goed voor 9 procent van de onderzochte vacatures. Dat onderstreept dat werkgevers niet zozeer zoeken naar programmeurs die één taal beheersen, maar naar professionals die meerdere lagen van de digitale stack begrijpen.
Herkenbare ontwikkeling
Voor de Nederlandse en Belgische arbeidsmarkt is dat een herkenbare ontwikkeling. Veel organisaties zitten midden in een overgangsfase. Ze hebben nog bestaande ERP‑, CRM‑, productie‑, logistieke of financiële systemen draaien, maar willen tegelijk stappen zetten met analytics, AI, automatisering en cloudplatformen. In zo’n omgeving is de combinatie van Python en SQL logisch. SQL ontsluit de data, Python maakt analyse, automatisering en AI-workflows mogelijk. Wie beide beheerst, kan vaak sneller schakelen tussen businessvraag en technische uitvoering.
De analyse laat ook zien dat programmeerkennis allang niet meer uitsluitend een zaak van de klassieke techsector is. Meer dan de helft van de Amerikaanse vacatures waarin programmeertalen worden gevraagd, komt uit sectoren buiten de technologie. Tech, data en telecom vormen met 43 procent nog altijd de grootste categorie, maar daarna volgen professionele, juridische en zakelijke diensten met 17 procent en manufacturing, industrie en defensie met 10 procent.
Economische waarde
Juist dat punt is belangrijk voor Nederland en België, waar veel economische waarde zit in industrie, logistiek, zakelijke dienstverlening, zorg, overheid en financiële diensten. Digitalisering speelt daar niet altijd in de vorm van een nieuw softwareproduct, maar vaak in de vorm van betere planning, voorspellend onderhoud, datagedreven besluitvorming, compliance, cybersecurity, rapportage of procesoptimalisatie. De vraag naar programmeervaardigheden verspreidt zich daardoor over functies die vroeger nauwelijks als techfuncties werden gezien.
Ook de verschillen per sector zijn interessant. In de Amerikaanse analyse domineert Python vooral in sectoren die nieuwe digitale producten en datacapaciteiten ontwikkelen. SQL voert juist de boventoon in sectoren waar transacties, dossiers, administratie en rapportages centraal staan. In finance, insurance en real estate komt SQL bijvoorbeeld in 62 procent van de vacatures voor. Ook in healthcare, pharma en wellness is SQL met 62 procent de meest genoemde taal. In manufacturing, industrial en defense staat Python bovenaan met 38 procent, terwijl SQL daar op 22 procent uitkomt en C++ met 19 procent de derde plaats inneemt.
Digitale opgaven
Dat beeld past bij de verschillende digitale opgaven per sector. In de maakindustrie spelen automatisering, simulatie, embedded systemen, industriële data en AI-toepassingen een groeiende rol. In zorg, financiële dienstverlening en retail ligt het zwaartepunt vaak meer op datakwaliteit, rapportages, klant- of patiëntgegevens, transacties en compliance. Voor Nederland en België betekent dit dat de vraag naar programmeerkennis niet overal dezelfde vorm zal aannemen. Een productiebedrijf zoekt andere profielen dan een bank, ziekenhuis, gemeente of e‑commercebedrijf.
Software engineering blijft intussen de grootste vacaturecategorie waarin programmeertalen worden genoemd. In de Amerikaanse analyse is 32 procent van de vacatures met programmeereisen gericht op software engineering. Data science en AI/ML volgen met 11 procent, tech- en engineeringmanagement met 9 procent, DevOps, cloud en site reliability met 8 procent, en data engineering en architectuur eveneens met 8 procent.
Dat laat zien dat de vraag naar programmeertalen op twee niveaus groeit. Aan de ene kant blijft er behoefte aan mensen die software bouwen. Aan de andere kant ontstaat er een bredere groep functies waarin coderen geen doel op zich is, maar een middel om systemen te beheren, data te analyseren, processen te automatiseren of AI-toepassingen gecontroleerd in te zetten. Vooral die tweede categorie kan in Nederland en België belangrijk worden, omdat veel bedrijven niet alleen behoefte hebben aan meer ontwikkelaars, maar ook aan technisch vaardige domeinexperts.
Heldere boodschap
Voor werknemers en studenten is de boodschap helder. Python blijft een sterke keuze, zeker voor wie richting AI, data science, automatisering, security of cloud wil. Maar SQL verdient minstens zoveel aandacht. Het is minder modieus, maar in de praktijk vaak onmisbaar. Wie Python combineert met SQL, vergroot zijn inzetbaarheid over sectoren heen. Voor softwareontwikkelaars blijven daarnaast Java, JavaScript, Bash, C++, C#, TypeScript, R en Go relevant, afhankelijk van rol en sector. In de onderzochte Amerikaanse vacatures staan Python, SQL, Java, JavaScript en Bash bovenaan als meest gevraagde talen.
Voor werkgevers ligt er een andere les. De strijd om digitaal talent gaat niet alleen over het aantrekken van schaarse programmeurs. Organisaties kunnen ook investeren in het technisch sterker maken van bestaande medewerkers. Data-analisten, procesengineers, controllers, securityspecialisten, marketeers, product owners en operations managers kunnen veel waardevoller worden als zij beter leren werken met data, scripts en automatisering. Zeker in sectoren waar domeinkennis schaars is, kan dat effectiever zijn dan alleen extern techpersoneel zoeken.
De Amerikaanse cijfers zijn dus geen voorspelling die zonder meer op Nederland en België kan worden geplakt. Wel zijn ze een duidelijk signaal. Naarmate AI, cloud, data-analyse en automatisering dieper doordringen in de economie, verschuift programmeerkennis van specialistische vaardigheid naar brede arbeidsmarktcompetentie. Daarbij draait het niet om het najagen van de nieuwste programmeertaal, maar om een praktische combinatie: data kunnen vinden, begrijpen, bewerken en toepassen. In die wereld vormen Python en SQL voorlopig een bijzonder sterk duo.

