Dyflexis: zo ziet personeelsplanning in 2035 eruit

27 augustus 2025

De manier waarop we mensen inzetten verandert funda­men­teel. Klassieke plan­nings­sys­temen voldoen niet meer, nu AI, stressdata, duur­zaam­heid en hyper­per­so­na­li­satie het nieuwe normaal zijn. Volgens Dyflexis, leve­ran­cier van oplos­singen voor workforce mana­ge­ment, is het tijd voor een radicale herzie­ning van perso­neels­plan­ning. “Wie vasthoudt aan Excel of ouder­wetse tools, loopt onher­roe­pe­lijk achter­stand op”, waar­schuwt CEO Matthijs van den Ende. Dyflexisiden­ti­fi­ceert vijf funda­men­tele verschuivingen.

Die koers­wij­zi­ging komt niet uit de lucht vallen. De razend­snelle opkomst van AI zorgt voor ongekende moge­lijk­heden om data slim te benutten. Daarnaast worstelen bedrijven met een struc­tu­reel krappe arbeids­markt, vergrij­zing en hogere verwach­tingen van werk­ne­mers op het gebied van flexi­bi­li­teit en welzijn. Tege­lij­ker­tijd neemt de maat­schap­pe­lijke druk op bedrijven toe om duurzamer te opereren.

Rooster-volgt-mens

Volgens Dyflexis hebben al die factoren en grote invloed op de manier waarop orga­ni­sa­ties de komende jaren hun perso­neels­plan­ning voeren. “We gaan van beschik­baar­heid naar belast­baar­heid, van kosten naar impact, en van mens-volgt-rooster naar rooster-volgt-mens”, zegt Van den Ende.

Volgens hem zijn dit vijf grote verschui­vingen in de perso­neels­plan­ning voor de komende tien jaar:

1. Van stan­daard­rooster naar hyper­per­so­na­li­satie – Het klassieke model waarbij iedereen in gelijke diensten werkt, maakt plaats voor een op maat gesneden bena­de­ring. Elke mede­werker krijgt een geper­so­na­li­seerd rooster, afgestemd op voor­keuren, capa­ci­teiten en context. AI-modellen analy­seren indi­vi­duele werk­pa­tronen, biolo­gi­sche ritmes, taken­voor­keuren en zelfs verkeers­data om tot optimale werk­in­de­lingen te komen.

Een mede­werker die in de middag piekt en drie dagen per week mantel­zorger is, krijgt een ander werk­pa­troon dan een collega die ‘s ochtends het meest produc­tief is en ver moet reizen. Ook mobi­li­teits­data worden integraal meege­nomen: van laadin­fra­struc­tuur voor elek­tri­sche auto’s tot realtime OV-informatie.

Geper­so­na­li­seerde werk­roos­ters vergroten niet alleen de tevre­den­heid en produc­ti­vi­teit, maar voorkomen ook burn-outs en verzuim. Volgens Van den Ende is dit geen luxe meer, maar noodzaak. “Wie nog één patroon voor iedereen hanteert, werkt straks tegen zichzelf.”

2. Van beschik­baar­heid naar belast­baar­heid – Plannen op basis van beschik­baar­heid zegt niets over de fysieke of mentale toestand van mede­wer­kers. Daarom schakelen orga­ni­sa­ties in 2035 over op belast­baar­heids­plan­ning. Wearables en andere sensoren meten stress, herstel­tijd, werkdruk en vermoeid­heid, en koppelen deze data realtime aan het planningssysteem.

Dankzij inte­gra­ties met welzijn­stools en dash­boards ziet de planner wie er daad­wer­ke­lijk inzetbaar is. Bij tekenen van over­be­las­ting stelt het systeem auto­ma­tisch een alter­na­tief rooster voor, inclusief rust­mo­menten of lichtere diensten.

Preven­tieve aanpas­sing van roosters op basis van welzijns­data kan verzuim en verloop drastisch verlagen. Bovendien ontstaat een cultuur waarin welzijn niet wordt gemeten aan ziek­mel­dingen achteraf, maar aan data vooraf.

3. Van kosten­ge­dreven naar klimaat­be­wuste planning – Waar nu kosten en capa­ci­teit leidend zijn, komt daar in 2035 een derde pijler bij: duur­zaam­heid. Elke dienst krijgt een CO₂-score, gebaseerd op factoren zoals vervoers­mid­delen, ener­gie­ver­bruik op locatie en logis­tieke bewe­gingen tussen vestigingen.

Plan­nings­soft­ware toont straks per dienst de ecolo­gi­sche impact, zodat orga­ni­sa­ties actief kunnen sturen op klimaat­doel­stel­lingen. Bijvoor­beeld door thuis­werk­dagen te plannen op piek­mo­menten van netbe­las­ting, of door mede­wer­kers samen te laten reizen via deelmobiliteit.

Duur­zaam­heids­doelen gaan niet langer alleen over beleid. Wie zijn workforce efficiënt plant én CO₂-bewust, voldoet niet alleen aan ESG-rappor­tages, maar bespaart ook op ener­gie­kosten en reputatieschade.

4. Van ad hoc naar data­ge­dreven simulatie – Planners kunnen roosters in de nabije toekomst vooraf testen in een virtuele omgeving. Met behulp van zoge­naamde ‘workforce twins’, een soort digitale kopieën van teams, kunnen planners de impact van roos­ter­op­ties simuleren voordat ze live gaan. Denk aan simu­la­ties op stress­ver­de­ling, verlooprisico’s, duur­zaam­heids­scores of teamcohesie.

Planners kunnen op die manier eenvoudig en zonder opera­ti­o­nele risico’s scenario’s verge­lijken. Wat gebeurt er als je diensten een uur eerder laat beginnen? Wat als je drie extra part­ti­mers toevoegt? Het systeem rekent het voor je door, inclusief gevolgen op budget, CO₂ en medewerkerstevredenheid.

Zo voorkom je dure fouten door te plannen op inzicht in plaats van intuïtie. Bovendien neemt het draagvlak voor veran­de­ringen toe als je vooraf kunt aantonen wat het oplevert.

5. Van centrale aanstu­ring naar decen­trale intel­li­gentie – In plaats van één centraal plan­nings­re­gime per orga­ni­satie, ontstaat er in de komende jaren een netwerk van slimme, lokale plan­nings­een­heden. Iedere vestiging of afdeling krijgt eigen AI-onder­steunde plan­nings­in­tel­li­gentie, gevoed door lokale omstan­dig­heden zoals netca­pa­ci­teit, weers­voor­spel­lingen of regionale OV-storingen.

Slimme software kan lokale en centrale eisen daarbij combi­neren. Planners krijgen realtime aanbe­ve­lingen op basis van lokale data, zonder dat dit ten koste gaat van de stra­te­gi­sche samenhang op organisatieniveau.

Zo kunnen planners sneller inspelen op onver­wachte situaties, zonder dat ze grip verliezen. Lokale teams voelen zich bovendien meer eigenaar van de planning, wat de betrok­ken­heid en betrouw­baar­heid verhoogt.

Planners blijven, rol verandert

Planners verdwijnen niet uit dit toekomst­beeld. Inte­gen­deel: hun rol wordt stra­te­gi­scher dan ooit. Ze trans­for­meren van roos­ter­ma­kers tot regis­seurs van welzijn, duur­zaam­heid en orga­ni­sa­tie­doelen, terwijl AI de dage­lijkse uitvoe­ring automatiseert.

Niet alles is toekomst­mu­ziek. Veel tech­no­logie is er al. Wearables en AI-tools monitoren nu al stress­ni­veaus en fysieke belasting. Dash­boards combi­neren CO2-impact, mobi­li­teits­data en welzijns­in­di­ca­toren in één overzicht. Wat ontbreekt, is niet de techniek, maar visie en lef. Dyflexis heeft hiervoor al een stevige basis gelegd met uitge­breide dash­boards en rappor­tages in oplos­singen voor workforce mana­ge­ment, en werkt aan verdere inte­gratie van deze inno­va­tieve toepassingen. 

Wat orga­ni­sa­ties nu vooral nodig hebben, is visie en lef. “Bedrijven moeten nú beginnen met expe­ri­men­teren en met kijken naar wat al kan”, waar­schuwt Van den Ende. “Planning wordt de komende jaren nog veel meer dan nu al het geval van stra­te­gi­sche waarde. Laat het tegen die tijd geen blok aan

Pin It on Pinterest

Share This