Vlaming moet op adem komen na digitale tussensprint

9 maart 2023

Vlak na de corona­crisis stelde de imec.digimeter een versnelde digi­ta­li­se­ring en een verhoogd techno-optimisme vast bij de Vlaming: nooit werd er meer online geshopt, gete­le­werkt en geban­kierd. In 2022 bekoelt die relatie weer wat, onder impuls van een toege­nomen bezorgd­heid op het gebied van afhan­ke­lijk­heid, fake news en privacy. De digitale kloof blijf bestaan, maar verschuift: voor meer en meer Vlamingen is het geen gebrek aan toegang meer, maar een zaak van digitale vaar­dig­heden en attitudes. Ook bij de jongeren.

Kalverliefde maakt plaats voor ambiguere relatie met technologie

Na de coro­na­golven bleek 2022 ook op digitaal gebied voor een norma­li­se­ring te zorgen. De tijd die we gemiddeld op onze smartphone door­brengen per dag, stijgt niet verder en zakt zelfs lichtjes met 3 minuten (tot 185 minuten). Voorts blijkt de arge­loos­heid waarmee veel Vlamingen de digitale tech­no­logie en dienst­ver­le­ning aanvan­ke­lijk omarmden, weg te hebben. De bezorgd­heden groeien rond smartphone-afhan­ke­lijk­heid, fake news en privacy.

40 procent van de Vlamingen noemt zichzelf smartphone-afhan­ke­lijk (7 procent­punten meer dan bij de vorige imec.digimeter), 36 procent geeft aan er te veel tijd aan te besteden, 27 procent noemt zich zelfs verslaafd (5 procent­punten meer dan vorig jaar). Het zet 88 procent van de Vlamingen ertoe aan om zichzelf minstens 1 regel op te leggen om hun smartpho­ne­tijd binnen de perken te houden, zoals noti­fi­ca­ties en meldingen van bepaalde apps uitzetten. Zeker in tijden waarin het tele­werken norma­li­seert, groeit de nood om grenzen te helpen bewaken tussen on- en offline, en tussen werk en privé.

Drie op vier Vlamingen zijn bezorgd om de impact van desin­for­matie op de maat­schappij, en die groep is gegroeid sinds vorig jaar (+5 procent­punten). Para­doxaal genoeg daalt het aantal mensen dat zelf actie onder­neemt om het waar­heids­ge­halte van nieuws actief te contro­leren naar 49% (-3). Voorts hebben ruim 7 op 10 Vlamingen in 2022 frau­du­leuze berichten (phishing) ontvangen. 77% (+3) denkt dan ook meer na vooraleer op een weblink te klikken.

Voor de afhan­de­ling van finan­ciële zaken, zoals bankzaken en de belas­ting­brief, is de digitale werkwijze het ‘nieuwe normaal’ geworden bij 3 op 4 Vlamingen. Tege­lij­ker­tijd maken burgers zich zorgen over het delen van hun data. Een groeiende groep gaat dan ook bewust om met z’n data: 93% voert minstens één priva­cy­be­scher­mende regel in, 30% (+3) is enkel bereid om data te delen op voor­waarde dat er een duide­lijke meer­waarde tegenover staat, en op voor­waarde dat de partner vertrouwd wordt. Op vlak van gezond­heid is er bijvoor­beeld weinig animo om data van apps en wearables te delen, maar het eigen zieken­huis blijft wel een betrouw­bare partij.

“Met de oprich­ting van het data­nuts­be­drijf en FTI Flanders schakelt Vlaan­deren een digitale tand bij. Het is een goed idee om de krachten van overheid, onder­zoeks­in­stel­lingen en bedrijven te bundelen om onze regio digitaal op de kaart te zetten. Maar deze imec.digimeter is een reminder dat we de burger en zijn groeiende bezorgd­heden zeker niet mogen vergeten in dit verhaal. De hamvraag is hoe we de digitale trans­for­matie op een inclu­sieve manier kunnen vormgeven”, aldus Lieven De Marez, professor nieuwe commu­ni­ca­tie­tech­no­lo­gieën bij mict – een imec-onder­zoeks­groep aan de UGent.

Digitale kloof gaat meer over ‘kunnen’ en ‘willen’ dan over ‘hebben’

99% van de Vlamingen heeft toegang tot een toestel dat verbonden kan worden met het internet. Het lijkt erop dat de digitale kloof minder een kwestie van ‘hebben’ en meer een kwestie van ‘kunnen’ en ‘willen’ is geworden.

Daar is een belang­rijke kant­te­ke­ning bij te maken: Vlamingen met een lager gezins­in­komen beschikken nog dikwijls over te weinig schermen (23%), en ze ervaren finan­ciële drempels om een snellere inter­net­ver­bin­ding aan te schaffen (voor 1 op 3 Vlamingen weegt de kost voor betere connec­ti­vi­teit (vast of mobiel) te zwaar op het budget). Toch lijkt de klassieke digitale kloof wat te verschuiven richting vaar­dig­heden en attitudes.

Meer dan 4 op de 10 Vlamingen hebben onvol­doende vertrouwen in zichzelf om basis­pro­blemen met tech­no­logie op te lossen, en daar zit over de jaren heen geen beter­schap in. Zorg­wek­kender nog: bij jongeren gaat dat vertrouwen in basis­vaar­dig­heden erop achteruit. Daarnaast vindt 30% (+2) termen gelinkt aan digitale toepas­singen verwar­rend. De groep die kan meepraten over nieuwe tech­no­lo­gieën zoals metaverse en block­chain is erg klein. En dat geldt ook voor jongeren: bijna één op drie geeft aan dat de digitale tech­no­logie voor hem of haar te snel gaat (+8 procent­punten sinds vorig jaar). De mythe van de jongere als een ‘digital native’ die auto­ma­tisch mee is met de digitale samen­le­ving, is doorprikt.

De attitude van de Vlaming tegenover tech­no­logie blijft positief: een ruime meer­der­heid van 71% is ervan overtuigd dat tech­no­logie ons leven makke­lijker en comfor­ta­beler maakt. Al lijkt de opflak­ke­ring van techno-optimisme na corona wat bekoeld (-10 procent­punten sinds de vorige digimeter). 27% van de Vlamingen mijdt tech­no­logie (+3) en de groep die er vertrouwen in heeft dat ze de nood­za­ke­lijke digitale vaar­dig­heden aan kunnen leren, daalt licht.

“Hier lijkt een belang­rijke rol te liggen voor het onderwijs: jongeren moeten een basis aan tech­no­lo­gie­wijs­heid krijgen, niet enkel in STEM-rich­tingen. Ze moeten de concepten leren kennen en gebruiken. Maar laptops en tablets uitdelen in de klas is niet genoeg: leer­lingen moeten ook leren om te weerstaan aan afleiding, en ze moeten een gezonde digitale balans leren vinden in een wereld met telewerk en afstands­leren”, zegt Lieven De Marez.

Pin It on Pinterest

Share This