Cyberaanval uitvoeren zonder sporen achter te laten, is makkelijk volgens merendeel van Europese IT-beslissers

10 mei 2019

Volgens 57 procent van de Europese IT-managers is het vrij eenvoudig om een cyber­aanval uit te voeren zonder sporen achter te laten. 20 procent van de IT-beleids­ma­kers erkent dat ze niet hebben kunnen achter­halen hoe hun meest recente cyber­aanval heeft plaats kunnen vinden. 79 procent van de respon­denten wil weten wie er achter een aanval zit. Dat blijkt uit recent onderzoek van Kaspersky Lab (1) onder bedrijven en instel­lingen in zes Europese landen. De helft van de onder­vraagde orga­ni­sa­ties klopt voor expertise direct aan bij hun bevei­li­gings­dienst­ver­lener nadat ze door een cyber­aanval getroffen zijn.

Het aantal cyber­aan­vallen en de impact hiervan wordt steeds groter. 21 procent van de IT-besluit­vor­mers geeft aan dat het aantal aanvallen op hun orga­ni­satie de afgelopen 12 maanden is toege­nomen in verge­lij­king met vorig jaar. Met respec­tie­ve­lijk 65 en 64 procent vinden opvallend veel IT-managers uit het Verenigd Konink­rijk en Frankrijk dat het makkelijk is een cyber­aanval uit te voeren zonder sporen achter te laten. Hoewel 68 procent van de onder­vraagde Europese IT-beslis­sers het erover eens is dat cyber­cri­mi­nelen zelden worden opgepakt en voor de rechtbank verschijnen, wil 79 procent van de respon­denten weten wie er achter de aanval op hun orga­ni­satie zit.

Volgens 71 procent van de onder­vraagden is het onder­vangen van cyber­aan­vallen een complexe uitdaging omdat cyber­cri­mi­nelen steeds slimmer worden. Daarbij doen ze een groot beroep op de expertise van hun tech­no­lo­gie­le­ve­ran­ciers. Zo klopt 51 procent van de IT-beslis­sers na een cyber­aanval direct aan bij hun IT-partners, terwijl 36 procent eerst naar de politie stapt. Het vertrouwen in IT-leve­ran­ciers blijkt ook uit eerder onderzoek, waarin 86 procent van de deel­ne­mende orga­ni­sa­ties aangeeft dat hun IT-partner zich ethisch opstelt bij het gebruik van veelal vertrou­we­lijke gegevens.

“Bedrijven en instel­lingen erkennen de complexi­teit van onderzoek naar cyber­aan­vallen. Dat onder­streept maar weer het belang van inten­sieve grens­over­schrij­dende samen­wer­king tussen bedrijfs­leven, overheden en cyber­be­vei­li­gers. Daarbij is het cruciaal dat cyber­be­vei­li­gers trans­pa­rant zijn over onder­zoeks­me­thoden en bijvoor­beeld soft­wa­re­bron­codes. Cyber­cri­mi­nelen profi­teren nu teveel van het gebrek aan vertrouwen en inten­sieve samen­wer­king. Het zou goed zijn als er sprake is van een inter­na­ti­o­naal toepas­baar kader voor vertrouwen en inte­gri­teit in de cyber­se­cu­rity-industrie. Dat bevordert de brood­no­dige inten­sieve samen­wer­king,” vertelt Martijn van Lom, General Manager Noord Europa bij Kaspersky Lab.

Het in oktober 2017 aange­kon­digde Global Transpa­rency Initi­a­tive van Kaspersky Lab was de eerste stap naar meer vertrouwen en trans­pa­rantie in de cyber­se­cu­rity-industrie. Het heeft geleid tot de opening van het eerste Transpa­rency Center in Zürich afgelopen jaar. Daar kunnen Kaspersky Lab relaties inzicht krijgen in bijvoor­beeld soft­wa­re­bron­codes. Het secu­ri­ty­soft­wa­re­be­drijf heeft ook het beheer van gebruiks­ge­ge­vens verhuisd van Rusland naar Zwitserland.

Pin It on Pinterest

Share This