Ja, WiFi is springlevend

24 oktober 2017

Sommige experts in ons vakgebied zien de toekomst van WiFi somber in. Als argument gebruiken ze vaak de opmars van ‘onbe­perkte’ 4G data-abon­ne­menten en de concur­rentie van nieuwe tech­no­lo­gieën als LTE‑U. Maar als je goed kijkt naar de manier waarop deze zaken zich ontwik­kelen, begrijp je waarom WiFi juist weer opleeft.

Consu­menten worden gelukkig van mobiele data-abon­ne­menten zonder data­li­miet en eenvoudig te gebruiken verbin­dingen zonder wacht­woorden. Maar ‘onbeperkt’ betekent zelden echt ‘onbeperkt’. Bij nader inzien blijkt vaak dat internet met de hoogste snelheid slechts binnen de factuur­pe­riode beschik­baar is en bovendien tot een bepaalde data­li­miet. Zodra die limiet wordt over­schreden (wat bij fami­lie­a­bon­ne­menten vaak al snel het geval is) krijgen gebrui­kers te maken met ‘thrott­ling’: de band­breedte wordt geknepen en de snelheid van de verbin­ding neemt merkbaar af.

Op de lange termijn is het aanbieden van onbe­perkte data-abon­ne­menten van hoge kwaliteit een onhoud­baar busi­ness­model. Naarmate de vraag naar zulke abon­ne­menten toeneemt, zullen aanbie­ders hun 4G (LTE) netwerken moeten uitbreiden. De bouw van een LTE-mast kan miljoenen euro’s kosten en hoewel zo’n toren een goed bereik heeft, blijft de capa­ci­teit beperkt. Dat is dus ook geen oplossing.

En de kleinere LTE-cellen dan, uitgerust met LTE‑U/​LAA, wat gebruik maakt van het 5G-spectrum dat nu voor­na­me­lijk door WiFi wordt gebruikt? LTE‑U biedt een grotere capa­ci­teit, dus er zijn al aanbie­ders die ermee werken. Maar in verge­lij­king met macrocell-masten, die enkele vierkante kilo­me­ters dekken, bereiken deze kleinere cellen daar maar maximaal een tiende van, te verge­lijken met een paar stra­ten­blokken. Dus ja, ze hebben meer capa­ci­teit – maar het uitrollen van enkele honderden, duizenden of zelfs miljoenen van deze cellen kan uitein­de­lijk meer kosten dan de aanleg van een macrocell-netwerk.

Daar komen de infra­struc­tu­rele problemen nog bovenop. Kleine cellen moeten daar zijn waar de gebrui­kers zijn. Om toestem­ming te krijgen voor de instal­latie van zo’n cel, zullen tele­co­maan­bie­ders moet over­leggen met stads­be­sturen en vast­goed­ei­ge­naren. Logistiek is dat een serieuze uitdaging.

Laten we ook de apparaten niet vergeten. Vandaag de dag maakt 80% van de apparaten gebruik van WiFi voor een inter­net­ver­bin­ding, terwijl maar 20% via de simkaart met het internet verbindt. Naar verwach­ting worden er tussen 2016 en 2021 meer dan 20 miljard WiFi chipsets verscheept. Kortom: WiFi is nog lang niet uit beeld. Daar komt nog bij dat de produc­tie­kosten voor WiFi-apparaten lager liggen, omdat in de chipsets minder silicium verwerkt is en ze op veel grotere schaal worden gepro­du­ceerd. Een chipset voor een LTE-apparaat kan vijf tot tien keer duurder zijn en daar komen vaak nog hoge licen­tie­kosten bovenop.

Tot slot zijn bedrijven, groot, klein en in iedere sector, afhan­ke­lijk van WiFi voor het opzetten van hun Local Area Networks (LANs). WiFi is ontworpen voor LANs, terwijl LTE geschikter is voor Wide Area Networks (WANs). Daar komt nog bij dat de pres­ta­ties van WiFi snel beter worden dankzij de opkomst van 802.11ac Wave 2 en 802.11ax., zodat het nog beter is beveiligd, hots­pot­ver­bin­dingen eenvou­diger te leggen zijn en het netwerk meer gebrui­kers aankan, vooral op druk­be­zochte plaatsen.

Pin It on Pinterest

Share This