‘Multicloud vraagt om volledig nieuwe aanpak op gebied van connectiviteit’

8 september 2023

Veel tech­no­lo­gi­sche inno­va­ties worden geïn­tro­du­ceerd met het doel de complexi­teit van de IT-infra­struc­tuur van enter­prise- en midmarket-bedrijven te vermin­deren. Het tegen­over­ge­stelde gebeurt echter vaak. Een belang­rijke reden daarvoor is volgens Tony van den Berge, VP & Head of European Regional Markets van Cloud­flare, dat de sector te veel focust op die ene nieuwe ontwik­ke­ling en onvol­doende kijkt naar de impact daarvan op de volledige infra­struc­tuur. Dat gebeurt nu ook met multi­cloud. “Multi­cloud is natuur­lijk een heel positieve ontwik­ke­ling voor veel bedrijven en over­heids­or­ga­ni­sa­ties”, zegt Van den Berge. “Op die manier kun je immers de beste cloud-aanpak voor een specifiek bedrijfs­proces kiezen. Maar wat nu als meerdere van die cloud-omge­vingen met elkaar moeten gaan samen­werken? Dan blijkt vaak dat orga­ni­sa­ties zich  niet voldoende bewust waren van de eisen die ze aan connec­ti­vi­teit moeten stellen als ze meerdere clouds naast elkaar hebben staan die grotere hoeveel­heden data met elkaar moeten uitwisselen.”

Tony van den Berge

Van den Berge trekt een parallel met zijn eigen carrière. Hij heeft gewerkt bij IBM, later bij Cisco en heeft bij AWS menig groot cloud-project langs zien komen. “Als we de oplos­singen van die bedrijven bekijken, dan zie je ook de ontwik­ke­ling die ons denken over IT en cloud heeft door­ge­maakt. Van eigen data­center naar hyper­con­verged oplos­singen naar een public cloud. Waarbij onze visie op connec­ti­vi­teit zich ook heeft ontwik­keld, maar vaak langzamer dan de tech­no­logie zich ontwik­kelde. Heel vaak zie ik bij cloud-gebrui­kers – zowel enter­prise-orga­ni­sa­ties als MKB-bedrijven – dat men zich vooral richt op de func­ti­o­na­li­teit van een cloud-omgeving. Connec­ti­vi­teit speelt hierbij veelal slechts een onder­ge­schikte rol. Men kijkt vaak vooral naar de vraag: hoe zorgen we dat onze gebrui­kers bij die cloud-omgeving kunnen komen?”

Bewuste keuze

Dat is in een multi­cloud-omgeving echter een te beperkte kijk op de wereld, meent Van den Berge. “We zijn de fase voorbij waarin we ons konden afvragen of we als orga­ni­satie eigenlijk wel een multi­cloud wilden hebben. Die is er in zeer veel gevallen simpelweg gekomen. Vaak niet zozeer als een bewuste keuze, maar omdat naast het centrale cloud-beleid vaak via business-afde­lingen speci­fieke cloud-omge­vingen in gebruik zijn genomen – soms zelfs buiten de IT-afdeling om. Dan komt er onver­mij­de­lijk een moment waarop iemand binnen de orga­ni­satie het idee oppert om data of func­ti­o­na­li­teit die via de ene cloud-omgeving beschik­baar is ook te gaan toepassen voor of in een andere cloud. En dan wordt ineens duidelijk dat we behoefte hebben aan connec­ti­vi­teit die de ene cloud-appli­catie aan de andere cloud based omgeving knoopt. Wie daar van tevoren niet over heeft nagedacht, loopt dan tegen flinke problemen aan. Want we weten inmiddels allemaal dat data vanuit de private cloud naar een speci­fieke publieke cloudom­ge­ving brengen vaak makkelijk en relatief goedkoop is. Willen we echter die data vanuit de ene cloud naar de andere brengen, dan blijkt dat dit veel lastiger is: traag, inge­wik­keld en helaas ook duur.”

Een van de meest inte­res­sante ontwik­ke­lingen die ik persoon­lijk de laatste jaren heb gezien, is het feit dat software devel­o­pers zich steeds bewuster zijn geworden van het cruciale belang van connectiviteit. 

Het denken over connec­ti­vi­teit in de cloud evolueert dus, wil Van den Berge maar zeggen. Dat is nodig, zegt hij, want maar liefst 20–30% van het IT-budget gaat bij enter­prise-orga­ni­sa­ties naar netwerk & telecom. “Veel grotere orga­ni­sa­ties hebben een eigen netwerk geor­ga­ni­seerd, veelal MPLS. Dat koopt men in bij telecomfirma’s. Dit is een grote kosten­post binnen veel orga­ni­sa­ties. Bij een relatief klein netwerk is dat prima te doen, maar wordt het groter en inter­na­ti­o­naler, dan wordt het een uitdaging om zelf een MPLS-netwerk te creëren en te beheren. Het wordt dan uiterst complex, vereist expertise die er lang niet altijd is, terwijl minder gelukkige keuzes – en dat is bijna niet te vermijden – kostbare gevolgen kunnen hebben.”

Uitbesteden vaak beter

Uitbe­steden is dan een veel betere keuze, meent Van den Berge. “Dat kun je via een telco doen, maar dat levert niet perse de meeste optimale finan­ciële en tech­ni­sche pres­ta­ties op. Er kunnen dan immers commer­ciële en andere belangen een rol gaan spelen. Als Cloud­flare hebben we die belangen niet. We hebben geen eigen kabels in de grond liggen, we kopen alles in. Maar dat is wel een van onze kern­ac­ti­vi­teiten. Wij bieden een L3-L7 netwerk func­ti­o­na­li­teit aan in de vorm van een SaaS-oplossing. 

Is Cloud­flare daarmee een Virtual Network Operator (VNO)? Nee zeker niet, zegt Van den Berge. De dienst­ver­le­ning gaat namelijk veel verder dan ‘enkel en alleen’ MPLS as a Service. “Een van de meest inte­res­sante ontwik­ke­lingen die ik persoon­lijk de laatste jaren heb gezien, is het feit dat software devel­o­pers zich steeds bewuster zijn geworden van het cruciale belang van connec­ti­vi­teit. De tijd is voorbij dat een developer een programma schreef en dat ‘ergens’ op een wille­keu­rige server plaatste. Deploy­ment van vrijwel alle nieuwe appli­ca­ties vindt plaats in de cloud. Bovendien maakt vrijwel iedere cloud based appli­catie gebruik van func­ti­o­na­li­teit en data die in andere cloud-omge­vingen beschik­baar is. De pres­ta­ties van de appli­catie die de developer dus heeft gemaakt, is daarmee sterk afhan­ke­lijk van de connec­ti­vi­teits­pres­ta­ties van al die cloud-omge­vingen. Het is daarmee dus cruciaal dat devel­o­pers goed nadenken hoe en waar zij hun appli­ca­ties deployen. Met een hoofdrol voor connectiviteit.”

CDN en WAF

Dit maakt de geschie­denis van Cloud­flare ook zo inte­res­sant. Het bedrijf heeft een netwerk tussen cloud-omge­vingen gecreëerd. Om dit goed te laten presteren voor wat betreft snelheden, beschik­baar­heid, security en derge­lijke wilde men zoveel mogelijk data over het netwerk zien te trans­por­teren. De beste manier om dit te reali­seren was uiteraard: maak het gebruik van dit netwerk-in-de-cloud zo veel mogelijk gratis. Deze aanpak bleek een grote aantrek­kings­kracht te hebben op de developer- en maker-community.

“Dat leverde enorm veel verkeer op. Maar we wilden het daar uiteraard niet bij laten. Waar we in eerste instantie een soort Content Delivery Network met WAF (Web Appli­ca­tion Firewall) waren, hebben we daar over de jaren vele andere diensten toege­voegd, zoals zero trust en edge computing. Een developer kan Cloud­flare niet alleen gebruiken om data van cloud A naar cloud B te brengen, maar hij of zij kan de appli­catie ook bij ons hosten.” Maar dan zonder het bekende model van de public cloud-aanbie­ders, waar voor zoge­naamde egrees fees een hoge prijs wordt betaald. “Data weghalen is bij Cloud­flare gratis”, zegt Van den Berge met een glimlach.

Act one and two

“CDN en WAF is wat wij intern noemen onze eerste ‘act’ geweest. De tweede act kwam met de intro­ductie van een zero-trust netwerk dat orga­ni­sa­ties kunnen gebruiken als vervan­ging voor hun eigen MPLS-netwerk. Met een zero trust-aanpak is security intrin­siek onderdeel van het netwerk geworden en niet langer een laagje dat achteraf over een netwerk wordt gelegd. Natuur­lijk is het vervangen van een in eigen huis opgebouwd MPLS-netwerk een hele stap. Daarom zien we vaak dat orga­ni­sa­ties beginnen met het vervangen van kleine stukjes van hun eigen netwerk, niet zelden in combi­natie met nieuwe cloud based appli­ca­ties. De connec­ti­vi­teit die deze appli­catie nodig heeft, wordt dan via ons geregeld, net als het hosten van de app. Op die manier kan een orga­ni­satie stap-voor-stap ervaring opdoen met Cloud­flare als backbone-netwerk tussen cloud-omge­vingen en cloud based appli­ca­ties, zonder dat zij hiervoor alles in één keer moeten vervangen, met alle risico’s die men daar vaak bij ziet.”

We praten in de Benelux met veel grote enter­prise-orga­ni­sa­ties in het bedrijfs­leven en de overheid. Maar ook in de midmarket.

Als relatief kleine orga­ni­satie – Cloud­flare telt 3500 werk­ne­mers – kiest het bedrijf zijn aanpak zorg­vuldig. “Het verkeer over het netwerk dat wij voor een orga­ni­satie ontwerpen en beheren moet veilig zijn. Vandaar dat we vanaf dag één WAF hebben aange­boden. Het mag duidelijk zijn dat dit, in een wereld waarin cyber­crime welig tiert, pure noodzaak is. We doen dat echter op een effec­tieve en groot­scha­lige manier. In ons wereld­wijde netwerk hebben we in Q2 dagelijks zo’n 140 miljard cyber­drei­gingen geblok­keerd. Het netwerk zelf is inmiddels ook groot: per seconde zien wij gemiddeld 46 miljoen http requests (64 miljoen op piek­mo­menten) en 26 miljoen DNS requests.”

Benelux

“Wat wij echter niet doen, zijn zaken als Identity Mana­ge­ment of Endpoint Security. Dat zijn stra­te­gi­sche keuzes die de orga­ni­satie veel beter zelf kan maken. Uiteraard heeft dat de nodige impact op connec­ti­vi­teit, dus onder­steunen we orga­ni­sa­ties hierin via part­ner­ships met de bekende spelers op dit soort gebieden.”

Van den Berge is ook verant­woor­de­lijk voor de Benelux. “We praten in de Benelux met veel grote enter­prise-orga­ni­sa­ties in het bedrijfs­leven en de overheid. Maar ook in de midmarket waar partijen als Cronos en Centric sterk zijn, zien we veel belang­stel­ling. Heel belang­rijk in de Benelux is uiteraard compli­ance. Zowel commer­ciële orga­ni­sa­ties als overheden zijn bijvoor­beeld heel bewust bezig met de vraag waar hun data geogra­fisch is. Daar hebben we een speciale Data Loca­li­sa­tion Suite voor beschik­baar, zodat men heel fijnmazig kan aange­geven welke data waar mag staan of welke netwerk­seg­menten men wel of niet wil gebruiken.” 

Daarnaast is compli­ance in veel branches erg relevant, zegt Van den Berge. Dat geldt niet alleen voor sterk gere­gu­leerde markten als de farma­ceu­ti­sche industrie, maar bijvoor­beeld ook voor de industrie met zijn Data Spaces op basis van Industrie 4.0. “De industrie is zeker inte­res­sant. Al was het maar omdat zij veel zero latency edge-appli­ca­ties nodig hebben. Terwijl hun netwerken daar zeker niet per definitie op voor­be­reid zijn.” 

Pin It on Pinterest

Share This