Waarom de volgende uitdaging voor AI niet intelligentie, maar energie is

10 september 2026

Het gesprek over AI ging tot nu toe vooral over intel­li­gentie: hoe krachtig het model is, hoe snel het wordt getraind en hoe nauw­keurig het reageert. In 2026 wordt de echte uitdaging of bedrijven het zich wel kunnen veroor­loven om AI draaiende te houden.

Deloitte verwacht dat AI-infe­rentie, het dage­lijkse gebruik van AI nadat een model is getraind, dit jaar goed zal zijn voor ongeveer twee derde van alle AI-reken­kracht die binnen bedrijven wordt gebruikt. Elke klan­tin­ter­actie, frau­de­de­tectie, aanbe­ve­ling, chat­bot­re­actie en docu­ment­s­a­men­vat­ting maakt hiervan gebruik. Het trainen van AI-modellen gebeurt in afge­ba­kende periodes waarvan de kosten aan een specifiek project kunnen worden toege­re­kend. AI-infe­rentie is daar­en­tegen voort­du­rend actief, verspreid over verschil­lende systemen en vindt dicht bij de gebruiker plaats. Het wordt onderdeel van de dage­lijkse bedrijfs­voe­ring, met tevens een ener­gie­re­ke­ning die daarbij hoort.

De focus binnen bedrijven verschuift daarmee van het ontwik­kelen van AI-modellen naar het betrouw­baar en efficiënt uitvoeren ervan. AI is niet langer een proef­pro­ject binnen een inno­va­tie­team, maar een integraal onderdeel van de dage­lijkse bedrijfs­voe­ring. Juist daarom zijn dezelfde eisen voor beschik­baar­heid, gover­nance, bevei­li­ging en kosten­be­heer­sing nodig zoals bij andere bedrijfs­kri­ti­sche systemen. Het belang­rijkste verschil is de extra belasting die AI veroor­zaakt voor de infra­struc­tuur, vooral door de toene­mende vraag naar energie.

Voor tech­no­lo­gie­lei­ders leidt dit tot funda­men­tele vragen. Hoeveel capa­ci­teit blijft onbenut? Worden GPU’s ingezet op plekken waar ze daad­wer­ke­lijk nodig zijn? Is er voldoende inzicht in de samenhang tussen pres­ta­ties, kosten en ener­gie­ver­bruik? Dit zijn allang geen vragen meer voor alleen IT-teams. Het zijn vragen voor de bestuurs­kamer geworden.

De kosten van verspilde energiecapaciteit

Inef­fi­ciënt gebruik van infra­struc­tuur is een van de belang­rijkste oorzaken van ener­gie­ver­spil­ling in tradi­ti­o­nele data­cen­ters. Veel orga­ni­sa­ties hebben nog te maken met verou­derde IT-infra­struc­tuur. Zo zijn servers vaak struc­tu­reel onder­benut, worden opslag en reken­kracht niet optimaal afgestemd en zijn systemen ingericht op piek­be­las­ting die in de praktijk nauwe­lijks voorkomt. Dit leidt tot wat in de sector bekend­staat als stranded watts: gere­ser­veerde ener­gie­ca­pa­ci­teit die wordt verspild aan onder­be­nutte of vergeten ‘zombie’-servers. Deze systemen blijven stroom verbruiken, koeling vereisen en fysieke ruimte innemen, zonder dat ze een even­re­dige bijdrage leveren aan de bedrijfsvoering.

In een AI-omgeving, waar de vraag snel en moeilijk voor­spel­baar kan toenemen, krijgt deze verspil­ling directe zakelijke gevolgen. Conso­li­datie wordt daardoor steeds belang­rijker. Hyper­con­verged infra­struc­ture brengt reken­kracht, opslag en virtu­a­li­satie samen in één geïn­te­greerde omgeving, waardoor minder afzon­der­lijke hardware nodig is. Dit zorgt voor een compac­tere infra­struc­tuur die effi­ci­ënter gebruik­maakt van capa­ci­teit en alleen opschaalt wanneer dat daad­wer­ke­lijk nodig is.

Uit klant­cases van Nutanix blijkt dat orga­ni­sa­ties na het vervangen van verou­derde systemen gemiddeld 50% minder energie verbruiken en hun fysieke infra­struc­tuur met ongeveer 66% kunnen verkleinen. De resul­taten verschillen uiteraard per omgeving, maar het uitgangs­punt blijft hetzelfde: effi­ci­ënter gebruik van capa­ci­teit is ook een strategie om energie te besparen.

AI-sprawl wordt de volgende operationele uitdaging

Een risico dat veel minder aandacht krijgt dan de pres­ta­ties van modellen, is AI-sprawl. Terwijl bedrijfs­on­der­delen expe­ri­men­teren met AI, neemt het aantal modellen en workloads snel toe. Sommige leveren waarde op, terwijl andere stil­le­tjes worden vergeten en middelen blijven verbruiken. Ook nadat een project zijn oorspron­ke­lijke prio­ri­teit heeft verloren, kunnen deze omge­vingen blijven zorgen voor hogere kosten, beveiligingsrisico’s en druk op duurzaamheidsdoelstellingen.

Cloud-native opera­tions bieden hiervoor een oplossing. Met contai­ners, auto­ma­ti­se­ring en orkestratie kunnen orga­ni­sa­ties workloads flexibel opschalen en afbouwen op basis van de daad­wer­ke­lijke behoefte. Tege­lij­ker­tijd krijgen IT-teams meer controle over de manier waarop workloads worden geïm­ple­men­teerd, beheerd, verplaatst en uitein­de­lijk verwijderd.

Duide­lijke kaders zijn ook belang­rijk. Ze zorgen voor limieten op gebruik en uitvoe­ring, zodat orga­ni­sa­ties voorkomen dat autonome AI-agents blijven draaien in inef­fi­ci­ënte processen en ook geen onnodige reken­kracht, kosten en energie verbruiken. Duurzame AI draait daarom niet alleen om een succes­volle imple­men­tatie, maar vooral om het beheer na inge­bruik­name. De werke­lijke uitdaging ligt in de dage­lijkse operatie, wanneer het systeem continu actief is en waarde moet leveren.

Niet elke AI-workload heeft een GPU nodig

De minst opval­lende effi­ci­ën­tie­maat­regel is misschien wel de meest prak­ti­sche: de juiste hardware kiezen voor de juiste taak. GPU’s spelen een belang­rijke rol, vooral bij het trainen en afstemmen van groot­scha­lige modellen en zware infe­ren­tie­taken. Maar veel AI-workloads binnen bedrijven, waaronder retrieval-augmented gene­ra­tion, embed­dings en reranking, draaien prima op CPU’s of NPU’s.

Orga­ni­sa­ties zouden eerst moeten nagaan of bestaande reken­kracht de taak aankan voordat ze extra GPU’s aanschaffen. Het uitgangs­punt is eenvoudig: zet CPU’s in voor workloads waarvoor ze geschikt zijn en reserveer GPU’s voor toepas­singen die daad­wer­ke­lijk de extra reken­kracht vereisen.

Deze aanpak staat haaks op de neiging om voor elk AI-probleem gespe­ci­a­li­seerde hardware in te zetten. Juist door bewuster met capa­ci­teit om te gaan, ontstaan nieuwe moge­lijk­heden voor effi­ci­ën­tie­winst. Denk aan het delen van GPU-capa­ci­teit, het beter afstemmen van infra­struc­tuur op de daad­wer­ke­lijke vraag en het verplaatsen van netwerk­pro­cessen om reken­kracht beschik­baar te maken voor taken met meer waarde. Ook aan het einde van de hard­wa­re­le­vens­duur blijft deze bena­de­ring relevant. Een oudere GPU hoeft niet direct te worden afge­schreven, maar kan vaak nog worden gebruikt voor lichtere AI-workloads. Zo beperken orga­ni­sa­ties elek­tro­nisch afval en halen ze meer waarde uit hun bestaande investeringen.

Energie moet inzichtelijk worden

Efficiënt ener­gie­be­heer begint met inzicht in het gebruik van infra­struc­tuur. IT-teams kunnen ener­gie­ver­bruik pas gericht opti­ma­li­seren wanneer ze zicht hebben op de relatie tussen workloads, capa­ci­teits­ge­bruik en stroom­ver­bruik. Energy-obser­va­bi­lity brengt ener­gie­ge­ge­vens samen met infor­matie over CPU-gebruik, geheugen, opslag en netwerk­ac­ti­vi­teit, zodat orga­ni­sa­ties inef­fi­ci­ënte workloads en onge­con­tro­leerd verbruik tijdig kunnen signa­leren en bijsturen. Ook de locatie van infra­struc­tuur is een belang­rijke factor. Onderzoek van Cornell, gepu­bli­ceerd in Nature Sustai­na­bi­lity, laat zien dat data­cen­ters die worden gevestigd in regio’s met schonere ener­gie­bronnen, in combi­natie met verdere verduur­za­ming van het elek­tri­ci­teitsnet en effi­ci­ën­tere bedrijfs­voe­ring, de verwachte emissies van AI-infra­struc­tuur aanzien­lijk kunnen verlagen. In de meest gunstige omstan­dig­heden kan de uitstoot tot ongeveer 73% lager uitvallen dan in worst-case scenario’s.

Dit draait niet alleen om het rappor­teren over duur­zaam­heid, maar ook om opera­ti­o­nele controle. Wanneer ener­gie­ca­pa­ci­teit schaars wordt, kunnen orga­ni­sa­ties die in staat zijn om de meest waar­de­volle workloads voorrang te geven een duidelijk concur­ren­tie­voor­deel behalen.

Ontwikkelen voor een wereld met beperkte energiecapaciteit

AI blijft zich verder ontwik­kelen binnen bedrijven, maar de beschik­bare middelen zijn niet onbeperkt. Reken­ver­mogen, energie en koeling kunnen niet eindeloos meegroeien. Ook budgetten kennen hun grenzen. Succes­volle groei van AI hangt daarom niet alleen af van grotere modellen, maar vooral van een effi­ci­ënte infra­struc­tuur. Dat betekent het conso­li­deren van verou­derde omge­vingen, het verhogen van de benut­tings­graad, het inzetten van workloads op de meest geschikte locaties en systemen, het kiezen van de juiste hardware en het verlengen van de levens­duur van bestaande apparatuur.

Duur­zaam­heid moet vanaf het begin worden meege­nomen in de archi­tec­tuur en niet pas achteraf worden toege­voegd via rappor­tages. AI heeft de race naar innovatie in gang gezet, maar energie-effi­ci­ëntie bepaalt welke orga­ni­sa­ties deze ontwik­ke­ling op lange termijn kunnen blijven ondersteunen.

Pin It on Pinterest

Share This