Frank Dengler (Audriga) over migreren van Office 365 naar Nextcloud: “Digitale autonomie begint niet bij technologie, maar bij controle”

20 juli 2026

Digitale autonomie klinkt vaak als een stra­te­gisch onderwerp voor beleids­ma­kers, CIO’s en directies. Maar vroeg of laat leidt de discussie tot een heel prak­ti­sche vraag: hoe brengt een orga­ni­satie haar docu­menten, e‑mail, agenda’s, contacten en samen­wer­kings­ge­ge­vens daad­wer­ke­lijk over van een gesloten cloudom­ge­ving naar een open alter­na­tie­fals Nextcloud? Belgium Cloud sprak hierover met Frank Dengler, directeur van Audriga, een Duitse speci­a­list op dit gebied.

Voor veel orga­ni­sa­ties betekent migreren dat zij een beheerste manier moeten vinden om van Microsoft 365 over te stappen naar een omgeving die is gebaseerd op Nextcloud, een moderne mail­server en open groupware. Volgens Frank Dengler van het Duitse advies­bu­reau en migra­tie­spe­ci­a­list Audriga is zo’n overstap goed mogelijk, zolang orga­ni­sa­ties de migratie niet behan­delen als een eenvou­dige verplaat­sing van gegevens.

Frank Dengler

“Digitale autonomie gaat niet alleen over de plaats waar gegevens worden opge­slagen”, zegt Dengler. “Het gaat vooral om de vraag wie de controle heeft. Wie beheert de toegang? Wie bepaalt de regels? Kun je bij een leve­ran­cier vertrekken als dat nodig is? En kun je de omgeving zo inrichten dat deze bij jouw orga­ni­satie past, in plaats van andersom?”

Audriga houdt zich al jaren bezig met data­mi­gra­ties tussen e‑mail‑, groupware- en cloud­op­slag­sys­temen. Het bedrijf hanteert een migra­tiefra­me­work beschrijft het bedrijf hoe orga­ni­sa­ties gefaseerd van Microsoft 365 naar Nextcloud kunnen over­stappen. Daarbij ligt de nadruk op een co-exis­ten­tie­model: Microsoft 365 en de nieuwe open omgeving draaien tijdelijk naast elkaar, zodat gebrui­kers en afde­lingen stap voor stap kunnen worden gemigreerd.

Waarom begint zo’n migratie niet met tooling?

“Veel orga­ni­sa­ties denken bij het woord migratie onmid­del­lijk aan hulp­mid­delen”, zegt Dengler. “Welke software gebruiken we om mailboxen te verplaatsen? Welke connector hebben we nodig voor Share­Point? Hoe snel kunnen we bestanden kopiëren? Dat zijn relevante vragen, maar ze komen pas later. Eerst moet je begrijpen wat je daad­wer­ke­lijk gebruikt.”

Volgens Dengler is Microsoft 365 bij veel orga­ni­sa­ties uitge­groeid tot een omgeving met talloze zichtbare en verborgen afhan­ke­lijk­heden. Bestanden staan in OneDrive of Share­Point, maar worden via Teams geopend. Agenda’s zijn gekoppeld aan Exchange Online. Contact­per­sonen, gedeelde mailboxen en distri­bu­tie­lijsten zijn verweven met dage­lijkse bedrijfs­pro­cessen. Rech­ten­struc­turen zijn bovendien vaak in de loop van vele jaren organisch ontstaan.

“Een migratie mislukt zelden omdat een bestand niet kan worden geko­pi­eerd”, zegt hij. “De echte problemen ontstaan wanneer vooraf niemand heeft gezien dat een afdeling afhan­ke­lijk is van een gedeelde mailbox, een speci­fieke rech­ten­struc­tuur, een teama­genda of een Share­Point-lijst die in de praktijk als informeel proces­sys­teem wordt gebruikt.”

Daarom moet iedere serieuze migratie volgens hem beginnen met een inven­ta­ri­satie. Welke gebrui­kers en groepen bestaan er? Waar worden docu­menten opge­slagen? Welke Share­Point-sites zijn nog actief? Welke OneDrive-omge­vingen bevatten bedrijfs­kri­ti­sche gegevens? Welke mailboxen zijn persoon­lijk, gedeeld of func­ti­o­neel? Welke agenda’s en adres­boeken worden daad­wer­ke­lijk gebruikt?

Pas daarna kan een orga­ni­satie bepalen welke onder­delen moeten worden gemi­greerd, opge­schoond of opnieuw ingericht en welke gegevens bewust kunnen worden achtergelaten.

Is een volledige bigbangmigratie verstandig?

“Alleen in zeer eenvou­dige omge­vingen”, zegt Dengler. “Bij kleine orga­ni­sa­ties met weinig afhan­ke­lijk­heden kan een bigbang­mi­gratie werken. Je kiest een weekend, migreert alles en op maandag gaat iedereen in de nieuwe omgeving aan het werk. Het voordeel is dat je snel klaar bent en niet twee platforms naast elkaar hoeft te beheren.”

Voor middel­grote en grote orga­ni­sa­ties is zo’n aanpak meestal te riskant. Wanneer er op het moment van de omscha­ke­ling iets misgaat, zijn de gevolgen direct merkbaar. E‑mail kan verkeerd worden afge­le­verd, gebrui­kers kunnen bestanden missen, agenda’s kunnen onvol­ledig zijn of gedeelde mailboxen kunnen anders func­ti­o­neren dan verwacht.

“Daarom adviseren we meestal een co-exis­ten­tie­aanpak”, zegt Dengler. “Je laat Microsoft 365 en de nieuwe open omgeving gedurende een bepaalde periode naast elkaar bestaan. Vervol­gens migreer je per afdeling, team of gege­vens­do­mein. Dat geeft ruimte om te testen, te leren en bij te sturen. De eerste migra­tie­golf levert vrijwel altijd inzichten op waarmee je de volgende golf kunt verbeteren.”

Deze aanpak vereist wel disci­pline. Co-exis­tentie mag geen perma­nente tussen­fase worden. Het moet duidelijk zijn welke omgeving leidend is, welke gebrui­kers op welk moment worden overgezet en wanneer de oude omgeving wordt uitgefaseerd.

“Co-exis­tentie is een manier om risico’s te beperken”, zegt Dengler. “Het is niet het einddoel. Wie digitale autonomie wil bereiken, moet uitein­de­lijk bereid zijn afscheid te nemen van de oude afhankelijkheid.”

Waar begint de technische inrichting?

Volgens Dengler is het aanmaken en inrichten van gebrui­kers de eerste prak­ti­sche stap. Voordat bestanden, mailboxen of agenda’s kunnen worden gemi­greerd, moeten de gebrui­kers in de nieuwe omgeving bestaan. Bij Nextcloud betekent dit dat accounts, groepen en rollen moeten worden ingericht. Dat gebeurt vaak via LDAP, SAML-SSO, direc­to­ry­syn­chro­ni­satie of een koppeling met Microsoft Entra ID of een bestaande Active Directory.

“Iden­ti­teit vormt het fundament van de migratie”, zegt Dengler. “Wanneer gebrui­kers en groepen niet goed zijn ingericht, ontstaan later problemen met toegangs­rechten, gedeelde bestanden, agenda’s en gedeelde mailboxen. De data­mi­gratie kan technisch geslaagd lijken, terwijl mensen in de praktijk nog steeds niet goed kunnen samenwerken.”

Deze stap is ook stra­te­gisch van belang. Een orga­ni­satie kan besluiten Microsoft Entra ID voorlopig als iden­ti­teits­pro­vider te blijven gebruiken. Maar wanneer digitale autonomie het uitein­de­lijke doel is, moet zij ook nadenken over de vraag of die afhan­ke­lijk­heid op termijn moet worden verkleind of vervangen.

“Niet alles hoeft op de eerste dag open source te zijn”, zegt Dengler. “Maar je moet wel weten welke afhan­ke­lijk­heden je tijdelijk accep­teert en welke je uitein­de­lijk wilt afbouwen.”

Waarom beginnen veel migraties met documenten?

Docu­menten vormen vaak de meest zichtbare en begrij­pe­lijke eerste stap. Share­Point Online en OneDrive bevatten persoon­lijke docu­menten, project­mappen, afde­lings­be­standen en gedeelde bibli­o­theken. Binnen een open omgeving kan Nextcloud deze rol overnemen als centrale laag voor opslag en samenwerking.

Volgens Dengler is het verstandig om ook de docu­ment­mi­gratie gefaseerd uit te voeren. Eerst worden gebrui­kers en groepen ingericht. Daarna worden de Share­Point-sites en OneDrive-omge­vingen geïn­ven­ta­ri­seerd. Vervol­gens bepaalt de orga­ni­satie hoe de bestaande structuur naar Nextcloud wordt vertaald.

“Bestanden zijn nooit alleen maar bestanden”, zegt hij. “Ze hebben een context. Wie mag ze bekijken? Welke mappen­struc­tuur hoort erbij? Zijn er externe koppe­lingen? Is er versie­ge­schie­denis? Zijn er metadata of speci­fieke toegangs­rechten? Die context moet worden meege­nomen in het ontwerp van de migratie.”

Vooral Share­Point kan complex zijn. Rechten kunnen zijn ingesteld op het niveau van een site, bibli­o­theek, map of afzon­der­lijk bestand. Bovendien zijn veel bestanden die via Teams worden gebruikt op de achter­grond feitelijk Share­Point-bestanden. Wie alleen naar de opslag­lo­catie kijkt, kan daardoor de samen­wer­kings­con­text over het hoofd zien.

Volgens Dengler is een docu­ment­mi­gratie ook een goed moment om op te schonen. Oude bestanden, dubbele docu­menten, verlaten accounts en ondui­de­lijke gedeelde mappen hoeven niet auto­ma­tisch naar de nieuwe omgeving te worden overgebracht.

“Digitale soeve­rei­ni­teit betekent ook dat je bewuster met infor­matie omgaat”, zegt hij. “Je hoeft niet alle histo­ri­sche “rommel” mee te nemen naar het nieuwe platform. Een migratie is een goed moment om te bepalen welke gegevens nog waarde hebben, wie de eigenaar ervan is en wie toegang nodig heeft.”

Wat gebeurt er met agenda’s, contacten en SharePoint-sites?

Bij een migratie van Microsoft 365 naar Nextcloud gaat het vaak om meer dan indi­vi­duele docu­menten. Share­Point-sites kunnen ook teamagenda’s, adres­boeken, lijsten, tabellen en andere samen­wer­kings­ge­ge­vens bevatten. In een open omgeving kunnen deze onder­delen worden onder­ge­bracht in Nextcloud Calendar, Nextcloud Contacts, Nextcloud Tables of gekop­pelde kantoortoepassingen.

Dengler benadrukt dat dit geen auto­ma­ti­sche een-op-eenver­van­ging is.

“Soms kun je de gegevens technisch over­zetten, maar moet je nog steeds opnieuw naar de werkwijze kijken. Een Share­Point-lijst kan misschien worden vertaald naar een tabel en een teama­genda kan een gedeelde agenda worden. Maar je moet altijd contro­leren of de nieuwe inrich­ting voor gebrui­kers logisch is.”

Daarom werkt het migra­tiefra­me­work van Audriga met drie fasen: analyse, vertaling en migratie. Eerst inven­ta­ri­seert de orga­ni­satie welke onder­delen aanwezig zijn. Daarna wordt bepaald waar deze onder­delen in Nextcloud of in de omlig­gende open omgeving terecht moeten komen. Pas daarna vindt de daad­wer­ke­lijke migratie plaats.

“Die vertaal­fase is essen­tieel”, zegt Dengler. “Zonder zo’n vertaal­slag kun je de gegevens wel kopiëren, maar hun betekenis verliezen. Je moet begrijpen welke functie een agenda, adresboek of lijst binnen een team vervult.”

Wanneer komt e‑mail aan de beurt?

Na docu­menten volgt vaak de e‑mailomgeving. In een open omgeving wordt Exchange Online meestal vervangen door een combi­natie van een moderne IMAP-mail­server en group­wa­re­func­ti­o­na­li­teit voor agenda’s, contacten en taken.

Dat klinkt eenvou­diger dan het in werke­lijk­heid is. Een persoon­lijke mailbox is meestal relatief over­zich­te­lijk. Maar gedeelde mailboxen, func­ti­o­nele adressen, dele­ga­ties, distri­bu­tie­lijsten, aliassen, regels en agenda-afspraken maken de migratie aanzien­lijk complexer.

“E‑mail is bedrijfs­kri­tisch”, zegt Dengler. “Wanneer een bestand een uur later beschik­baar is, is dat vervelend. Wanneer e‑mail verkeerd wordt bezorgd, merkt iedereen dat onmid­del­lijk. Daarom moet een e‑mailmigratie zeer zorg­vuldig worden gepland.”

Bij een gefa­seerde migratie is de routering van e‑mail cruciaal. Zolang sommige gebrui­kers nog met Exchange Online werken terwijl anderen al zijn over­ge­stapt naar de nieuwe IMAP- en group­wa­re­om­ge­ving, moet het mail­sys­teem voor iedere afzon­der­lijke gebruiker weten waar berichten moeten worden afge­le­verd. Dat kan worden geregeld met trans­port­con­nec­tors, mail­re­lays, DNS- en MX-instel­lingen of andere routeringsmechanismen.

“Routering per gebruiker is een belang­rijk instru­ment”, zegt Dengler. “Daardoor kun je gebrui­kers of teams in kleine stappen migreren. Je hoeft niet de hele orga­ni­satie in één keer om te schakelen. Dat verkleint het risico aanzienlijk.”

Ook agenda’s verdienen bijzon­dere aandacht. Terug­ke­rende afspraken, tijdzones, deel­ne­mers, gedeelde agenda’s en verga­der­ruimtes kunnen gemak­ke­lijk problemen opleveren. Het is daarom niet voldoende om alleen te contro­leren of agenda-items zijn gemi­greerd. Orga­ni­sa­ties moeten ook nagaan of deze in de praktijk bruikbaar blijven.

“Een agenda is niet alleen een lijst met afspraken”, zegt Dengler. “Het is een coör­di­na­tie­sys­teem. Wanneer terug­ke­rende verga­de­ringen, uitno­di­gingen of gedeelde agenda’s niet goed func­ti­o­neren, heeft dat direct gevolgen voor de dage­lijkse bedrijfsvoering.”

Wat gebeurt er tijdens de overgang met Microsoft-programma’s?

Een van de voordelen van een gefa­seerde aanpak is dat gebrui­kers niet alles tegelijk hoeven te veran­deren. Een orga­ni­satie kan bijvoor­beeld eerst bestanden naar Nextcloud migreren, terwijl mede­wer­kers voorlopig Outlook of Teams blijven gebruiken. Met behulp van plug-ins of inte­gra­ties kunnen zij vanuit hun vertrouwde Microsoft-programma’s werken met bestanden die al in Nextcloud zijn opgeslagen.

“Dat verlaagt de drempel voor gebrui­kers”, zegt Dengler. “Je verandert eerst de achter­lig­gende omgeving en pas later, wanneer dat nodig is, de volledige gebrui­ker­s­er­va­ring. Zo voorkom je dat de orga­ni­satie te veel veran­de­ringen tegelijk moet verwerken.”

Tege­lij­ker­tijd waar­schuwt hij dat voor zo’n hybride situatie duide­lijke regels nodig zijn. Gebrui­kers moeten weten waar de bron­ge­ge­vens staan, welke omgeving leidend is en welke func­ti­o­na­li­teit slechts tijdelijk wordt aangeboden.

“Hybride werken tijdens een migratie is nuttig, maar moet zorg­vuldig worden beheerd”, zegt hij. “Anders ontstaat verwar­ring: sommige bestanden staan hier, andere daar en niemand weet meer welke versie de juiste is.”

Hoe belangrijk is testen?

“Testen is geen forma­li­teit”, zegt Dengler. “Het is een volwaar­dige projectfase.”

Volgens hem moet een migratie niet pas kort voor de inge­bruik­name worden getest. Orga­ni­sa­ties moeten vroeg beginnen met proef­mi­gra­ties. Eerst op kleine schaal, met beperkte datasets en test­ac­counts. Daarna met realis­ti­sche gebrui­kers, complexe mappen­struc­turen, grote mailboxen, gedeelde agenda’s en actieve teamomgevingen.

In het migra­tiefra­me­work van Audriga worden verschil­lende test­doelen genoemd. Zo moeten orga­ni­sa­ties de inte­gri­teit van gegevens, mappen­struc­turen, toegangs­rechten, metadata, pres­ta­ties, fout­af­han­de­ling en accep­tatie door gebrui­kers contro­leren. Ook belas­tings­tests zijn belang­rijk. Daarmee kan worden vast­ge­steld hoeveel migraties gelijk­tijdig kunnen worden uitge­voerd en hoeveel tijd de verschil­lende migra­tie­golven in de praktijk zullen kosten.

“Een test moet niet alleen aantonen dat het hulp­middel werkt”, zegt Dengler. “Een test moet bewijzen dat gebrui­kers na de migratie hun werk kunnen doen.”

Daarom zijn sleu­tel­ge­brui­kers belang­rijk. Zij kunnen beoor­delen of docu­menten op de juiste plaats staan, agenda’s kloppen, gedeelde mailboxen bruikbaar zijn en toegangs­rechten logisch zijn ingericht. De IT-afdeling kan de tech­ni­sche volle­dig­heid contro­leren, maar de orga­ni­satie zelf moet beves­tigen dat alles func­ti­o­neel correct werkt.

“De beste testvraag is heel eenvoudig”, zegt Dengler. “Kan deze afdeling op maan­dag­och­tend normaal in de nieuwe omgeving werken? Als het antwoord nee is, ben je nog niet klaar.”

Wat moet rond de ingebruikname worden geregeld?

Voor een succes­volle inge­bruik­name is een duidelijk draaiboek nodig. Daarin moet staan welke gebrui­kers of afde­lingen worden overgezet, welke tech­ni­sche werk­zaam­heden moeten worden uitge­voerd, wanneer de laatste synchro­ni­satie plaats­vindt, welke wijzi­gingen in DNS of mail­rou­te­ring nodig zijn en wie verant­woor­de­lijk is voor de ondersteuning.

“De inge­bruik­name is het moment waarop tech­no­logie en commu­ni­catie samen­komen”, zegt Dengler. “Technisch kun je alles goed hebben geregeld, maar wanneer gebrui­kers niet weten wat er verandert, ontstaan er alsnog problemen.”

Gebrui­kers moeten daarom vooraf worden geïn­for­meerd. Wat verandert er? Wanneer gebeurt dat? Welke gegevens zijn gemi­greerd? Waar moeten zij inloggen? Wat moeten zij op hun laptop of telefoon aanpassen? En waar kunnen zij terecht met vragen?

Na de inge­bruik­name moet extra onder­steu­ning beschik­baar zijn. Vooral tijdens de eerste dagen zullen gebrui­kers vragen hebben over toegang, ontbre­kende bestanden, gedeelde mailboxen, mobiele clients, agenda’s en toegangs­rechten. Een goed voor­be­reide servi­ce­desk en duide­lijke esca­la­tie­pro­ce­dures zijn daarom essentieel.

“De eerste week bepaalt vaak hoe gebrui­kers de migratie ervaren”, zegt Dengler. “Wanneer problemen snel worden opgelost, groeit het vertrouwen. Wanneer mensen zich aan hun lot over­ge­laten voelen, wordt zelfs een technisch geslaagde migratie als een misluk­king ervaren.”

Wanneer is digitale autonomie bereikt?

Volgens Dengler is een orga­ni­satie niet klaar zodra de gegevens in Nextcloud staan. De oude Microsoft 365-omgeving moet uitein­de­lijk gecon­tro­leerd buiten gebruik worden gesteld. Licenties moeten worden beëindigd, achter­ge­bleven gegevens moeten worden gear­chi­veerd of verwij­derd, gast­ac­counts moeten worden inge­trokken en oude gedeelde omge­vingen moeten worden gesloten.

“Zolang de oude omgeving nog nodig is als archief, nood­voor­zie­ning of scha­duw­plat­form, ben je niet volledig autonoom”, zegt hij. “Dat kan tijdelijk heel accep­tabel zijn, maar het moet een bewuste fase zijn. Er moet een exitplan bestaan.”

Dat exitplan moet vanaf het begin deel uitmaken van de migra­tie­stra­tegie. Wanneer wordt Microsoft 365 alleen-lezen? Wanneer worden diensten uitge­scha­keld? Welke gegevens moeten om juri­di­sche redenen worden bewaard? Hoe toont de orga­ni­satie aan dat bedrijfs­kri­ti­sche infor­matie daad­wer­ke­lijk is over­ge­bracht? En welke afhan­ke­lijk­heden zijn mogelijk nog aanwezig?

“Digitale autonomie betekent niet dat je alles zelf moet doen”, zegt Dengler. “Het betekent dat je bewuste keuzes maakt en van koers kunt veran­deren wanneer dat nodig is. Je moet kunnen migreren, contro­leren, beheren en vertrekken.”

Wat is de belangrijkste les voor organisaties?

Dengler vat de belang­rijkste boodschap als volgt samen: begin niet te laat met het aanbrengen van structuur.

“Een migratie naar een open omgeving is goed uitvoer­baar, zeker wanneer je begint met docu­menten, e‑mail en agenda’s. Maar het wordt moeilijk wanneer je pas tijdens de migratie ontdekt hoe de orga­ni­satie in werke­lijk­heid functioneert.”

Wie digitale soeve­rei­ni­teit serieus neemt, moet daarom verder kijken dan alleen de tech­no­logie. De keuze voor Nextcloud, een IMAP-server of open groupware is belang­rijk, maar niet voldoende. Gover­nance, eige­naar­schap van gegevens, toegangs­be­heer, bevei­li­ging, accep­tatie en dagelijks beheer zijn minstens zo belangrijk.

“De tech­no­logie is beschik­baar”, zegt Dengler. “De echte vraag is of orga­ni­sa­ties bereid zijn de controle over hun digitale werkplek terug te nemen. Dat is de essentie van digitale autonomie.”

De overstap van een gesloten omgeving naar een open source-alter­na­tief is dus geen eenvou­dige verplaat­sing van gegevens. Het is een herin­rich­ting van de controle. Orga­ni­sa­ties die deze stap zorg­vuldig zetten, kunnen hun afhan­ke­lijk­heden verkleinen, trans­pa­ranter werken en meer grip krijgen op hun digitale infrastructuur.

Succes vraagt echter om een prag­ma­ti­sche aanpak: inven­ta­ri­seer, werk gefaseerd, test, onder­steun gebrui­kers en neem uitein­de­lijk op een beheerste manier afscheid van de oude omgeving.

“Open source is geen wonder­middel”, besluit Dengler. “Maar het kan wel een krachtig fundament vormen voor orga­ni­sa­ties die meer controle willen krijgen over hun digitale toekomst.”

Pin It on Pinterest

Share This