Peering groeit nog altijd, maar de markt verandert fundamenteel

1 oktober 2026

Wie alleen kijkt naar het aantal aange­sloten netwerken of de beschik­bare poort­ca­pa­ci­teit bij grote Internet Exchange Points, zou kunnen denken dat de groei van peering begint af te vlakken. Vooral bij grote en volwassen inter­net­knoop­punten in Europa zijn de groei­cij­fers minder spec­ta­cu­lair dan enkele jaren geleden. Maar dat betekent niet dat peering aan belang verliest. Inte­gen­deel: de markt is vooral bezig aan een ingrij­pende verandering.

Dat was de belang­rijkste boodschap van Flavio Luciani, CTO van het Itali­aanse inter­net­knoop­punt Namex, tijdens het European Peering Forum, dat op 14, 15 en 16 september in Parijs werd gehouden. Luciani presen­teerde daar de resul­taten van een uitge­breide studie naar de inter­na­ti­o­nale peering­markt. De presen­tatie vormde een compacte versie van een veel omvang­rijker onderzoek waarin samen met Namex-adviseur John Souter ontwik­ke­lingen in Europa, Latijns-Amerika, Afrika, Azië-Pacific en Noord-Amerika zijn onder­zocht (pdf).

Voor die studie is onder meer gebruik­ge­maakt van gegevens uit PeeringDB en de IXP Tracker van Internet Society. Daarnaast spraken de onder­zoe­kers met orga­ni­sa­ties en speci­a­listen uit verschil­lende regio’s om opval­lende ontwik­ke­lingen in de cijfers beter te kunnen verklaren. Daarbij plaatsen zij zelf een belang­rijke kant­te­ke­ning: PeeringDB bevat door gebrui­kers onder­houden gegevens, waardoor wijzi­gingen soms met vertra­ging zichtbaar worden. Cijfers over aantallen deel­ne­mers en capa­ci­teit moeten daarom niet zonder meer als exacte realtime-metingen worden beschouwd.

De rol van peering

Peering is het recht­streeks uitwis­selen van inter­net­ver­keer tussen afzon­der­lijke netwerken. Normaal gesproken kan verkeer van het ene netwerk via een of meer andere netwerken naar zijn bestem­ming worden gebracht. Bij peering spreken twee netwerken af om verkeer recht­streeks met elkaar uit te wisselen.

Internet Exchange Points, kortweg IXPs, spelen daarbij een belang­rijke rol. Zij bieden een infra­struc­tuur waarop veel verschil­lende netwerken kunnen aansluiten. Een inter­net­pro­vider, cloud­pro­vider, content­pro­vider of ander netwerk hoeft daardoor niet voor iedere partij een aparte fysieke verbin­ding te reali­seren. Via zo’n exchange kan verkeer relatief recht­streeks worden uitgewisseld.

Dat kan belang­rijke voordelen hebben. Verkeer hoeft minder omwegen te maken, waardoor latency en trans­port­kosten kunnen afnemen. Bovendien kan inter­net­ver­keer binnen een land of regio blijven in plaats van via buiten­landse netwerken te worden geleid.

Peering gebeurt overigens niet uitslui­tend via de publieke infra­struc­tuur van een IXP. Grote partijen kunnen ook een recht­streekse verbin­ding met elkaar opzetten, een Private Network Inter­con­nect of PNI. Daarnaast plaatsen grote content­pro­vi­ders steeds vaker caches binnen de netwerken van inter­net­pro­vi­ders. Een deel van het inter­net­ver­keer dat vroeger zichtbaar over een publiek IXP liep, wordt daardoor tegen­woordig op een andere manier afgehandeld.

Is peering aan het verdwijnen?

Precies daar ontstaat volgens Luciani een verkeerd beeld van de markt. In de sector klinkt volgens hem nog wel eens de vraag of publieke peering en IXPs aan rele­vantie verliezen. Daar lijken op het eerste gezicht argu­menten voor te zijn. Bij sommige grote exchanges groeit het aantal deel­ne­mers minder snel, terwijl ook de groei van de aange­sloten capa­ci­teit afvlakt. Tege­lij­ker­tijd neemt het gebruik van PNI’s, caching en edge-infra­struc­turen toe.

De cijfers geven echter een ander beeld wanneer ze over een langere periode en wereld­wijd worden bekeken. Volgens de gegevens die Luciani tijdens het European Peering Forum presen­teerde, nam het aantal IXPs wereld­wijd tussen augustus 2024 en augustus 2026 toe van 948 naar 1079. Dat komt neer op een groei van ongeveer 14 procent in twee jaar.

De kern van zijn analyse is dan ook niet dat de peering­markt krimpt, maar dat deze struc­tu­reel verandert. Publieke peering, PNI’s, caching en edge-archi­tec­turen bestaan steeds vaker naast elkaar. Tege­lij­ker­tijd blijft de wereld­wijde vraag naar connec­ti­vi­teit, content en digitale diensten groeien. Tradi­ti­o­nele meet­me­thoden zoals aantallen aange­sloten Auto­no­mous Systems, leden en beschik­bare poort­ca­pa­ci­teit laten daardoor nog maar een deel van de werke­lijk­heid zien. 

Minder groei bij volwassen Europese knooppunten

Dat is goed zichtbaar in Europa. Londen, Amsterdam en Frankfurt behoren tot de grootste en meest volwassen inter­con­nec­tie­hubs ter wereld. Juist bij derge­lijke volwassen markten is het volgens de studie niet vreemd dat de spec­ta­cu­laire groei uit eerdere ontwik­ke­lings­fasen afneemt.

In Nederland was bijvoor­beeld sprake van een lichte terugval, waarna de trend eind 2024 weer begon te herstellen. Duitsland laat volgens het onderzoek vooral een stabiel beeld zien: weinig groei, maar evenmin een duide­lijke daling. De onder­zoe­kers waar­schuwen daarbij dat de situatie in een heel land niet op basis van slechts enkele grote IXPs kan worden beoordeeld.

Inte­res­sant is bovendien dat het aantal deel­ne­mers niet alles zegt over de hoeveel­heid verkeer. Bij het Britse LONAP lag het gemid­delde dage­lijkse verkeer in 2021 bijvoor­beeld tussen 300 en 400 Gbps. In 2025 lag dat regel­matig boven 1 Tbps. Het verkeer groeide daar dus veel sneller dan het aantal aange­sloten deelnemers.

Dat sluit aan bij een bredere ontwik­ke­ling die Luciani signa­leert: inter­net­ver­keer concen­treert zich steeds sterker bij een relatief klein aantal grote content- en cloud­pro­vi­ders. Tege­lij­ker­tijd neemt de hoeveel­heid verkeer per netwerk toe. Een IXP kan daardoor qua deel­ne­mers­aantal nauwe­lijks groeien, terwijl de aange­sloten netwerken wel steeds grotere hoeveel­heden data uitwisselen.

PNI’s en caching veranderen het beeld

Een andere belang­rijke ontwik­ke­ling is de opkomst van recht­streekse verbin­dingen. Voor grote hoeveel­heden verkeer kan een PNI econo­misch en technisch aantrek­ke­lijker zijn dan verkeer over een publieke exchange. Ook caching speelt een steeds grotere rol. Content wordt daarbij binnen of dichter bij het netwerk van de inter­net­pro­vider geplaatst, zodat bijvoor­beeld populaire video­st­reams niet iedere keer opnieuw over langere afstanden hoeven te worden opgehaald.

Volgens de onder­zoe­kers betekent dit niet dat publieke peering wordt vervangen. Er ontstaat eerder een nieuwe hiërar­chie. Publieke peering blijft aantrek­ke­lijk om relatief eenvoudig met een groot aantal verschil­lende netwerken verkeer uit te wisselen. Voor zeer grote verkeers­stromen worden PNI’s ingezet, terwijl caching content dichter bij gebrui­kers brengt. Edge-infra­struc­turen voegen daar vervol­gens steeds meer lokaal beschik­bare reken­kracht aan toe.

Een inte­res­sant detail uit de studie is dat het in Rome geves­tigde Namex en het Britse LINX hun leden ook helpen bij het reali­seren van PNI’s. Beide orga­ni­sa­ties weten daardoor uit eigen gegevens dat via derge­lijke private verbin­dingen aanzien­lijk meer verkeer loopt dan via hun publieke peering­plat­forms. Volgens de onder­zoe­kers doet dat echter niets af aan het belang van publieke peering, omdat daarmee een veel bredere groep netwerken kan worden bereikt.

Groei verschuift naar andere delen van de wereld

Terwijl sommige volwassen Europese markten stabi­li­seren, vindt elders juist stevige groei plaats. Luciani wijst onder meer op Afrika, delen van Azië en Latijns-Amerika. Tijdens zijn presen­tatie liet hij bijvoor­beeld sterke groei­curves zien voor Kenya en Nigeria, maar ook voor de Fili­pijnen, Indonesië, Japan, Mexico, Colombia en Peru.

De uitge­breide studie laat zien hoe groot de regionale verschillen kunnen zijn. Kenya IXP telt inmiddels meer dan honderd aange­sloten netwerken en verwerkt pieken van bijna een halve terabit per seconde. In Nigeria zijn eveneens meer dan honderd Auto­no­mous Systems aange­sloten en is het verkeer inmiddels tot boven 1 Tbps gegroeid.

Volgens Luciani zijn voor het succes van een IXP enkele factoren steeds opnieuw belang­rijk. Een concur­re­rende en geli­be­ra­li­seerde tele­com­markt is een voor­waarde voor het ontstaan van een gezond peerin­ge­co­sys­teem. Daarnaast spelen lokale vraag naar content, bevol­kings­om­vang en de aanwe­zig­heid van carrier-neutrale data­cen­ters een belang­rijke rol. IXPs en data­cen­te­re­co­sys­temen ontwik­kelen zich volgens de studie vaak in samenhang met elkaar.

Van internetknooppunt naar interconnectieplatform

Daarmee verandert ook de functie van een IXP. Waar een Internet Exchange Point ooit vooral kon worden gezien als een tech­ni­sche voor­zie­ning voor het uitwis­selen van verkeer tussen inter­net­pro­vi­ders, ontstaat nu een veel breder interconnectieplatform.

Nieuwe deel­ne­mers komen bovendien uit andere sectoren. Banken, verze­ke­raars, indu­striële onder­ne­mingen, overheden, zorgor­ga­ni­sa­ties, trans­port­be­drijven en logis­tieke dienst­ver­le­ners hebben eveneens belang bij directe, betrouw­bare en voor­spel­bare verbin­dingen. Volgens de studie verschuift het model daardoor van een relatief lineaire inter­net­keten naar een veel complexer hub-and-spoke-model.

“Opvallend is dat de studie peering ook nadrukkelijk koppelt aan digitale soevereiniteit en weerbaarheid”

In zijn presen­tatie in Parijs koppelde Luciani dat aan een groeiende vraag naar security, resi­lience en geavan­ceerde inter­con­nec­tie­dien­sten. IXPs ontwik­kelen zich daarmee van pure verkeers­knoop­punten tot bredere infrastructuurplatforms.

Lokaal internetverkeer krijgt strategische waarde

Opvallend is dat de studie peering ook nadruk­ke­lijk koppelt aan digitale soeve­rei­ni­teit en weer­baar­heid. Wanneer verkeer lokaal kan worden uitge­wis­seld, vermin­dert de afhan­ke­lijk­heid van inter­na­ti­o­nale verbin­dingen. Dat kan belang­rijk zijn wanneer kabels of inter­na­ti­o­nale verbin­dingen uitvallen of wanneer geopo­li­tieke omstan­dig­heden toegang tot infra­struc­tuur buiten een land bemoeilijken.

De onder­zoe­kers verwachten daarom dat lokale infra­struc­tuur, hosting binnen het eigen land en binnen­landse IXPs opnieuw stra­te­gisch belang­rijker worden. De waarde van een exchange moet volgens hen niet uitslui­tend worden beoor­deeld aan de hand van het aantal terabits dat erdoor­heen stroomt. Ook de moge­lijk­heid om lokaal verkeer af te handelen, redun­dantie te bieden en essen­tiële diensten bereik­baar te houden telt mee.

Daar komt de ontwik­ke­ling van edge computing nog bij. AI, IoT, augmented reality, autonome voer­tuigen en smart-city­toe­pas­singen vragen in veel gevallen om lage latency en verwer­king dicht bij de gebruiker. De onder­zoe­kers voorzien daarom ruimte voor meer lokale ‘micro-IXPs’ en aanvul­lende edge-infrastructuur.

De conclusie van Luciani’s onderzoek is daarmee duidelijk: wie de gezond­heid van de peering­markt uitslui­tend probeert af te lezen aan de groei van enkele grote Europese exchanges, mist een belang­rijk deel van de ontwik­ke­ling. Peering verdwijnt niet, maar verandert van vorm. Verkeer wordt verdeeld over publieke exchanges, private verbin­dingen, caches en edge-infra­struc­turen. Tege­lij­ker­tijd verschuift een deel van de groei naar regio’s waar lokale inter­ne­te­co­sys­temen nog volop in ontwik­ke­ling zijn.

IXPs krijgen daardoor een bredere functie. Naast het efficiënt uitwis­selen van inter­net­ver­keer spelen lokale connec­ti­vi­teit, redun­dantie, security en digitale weer­baar­heid een steeds grotere rol. Zoals Luciani het in zijn conclu­sies samenvat: de huidige ontwik­ke­lingen wijzen eerder op een struc­tu­rele evolutie van de peering­markt dan op een crisis van het publieke peeringmodel.

Pin It on Pinterest

Share This