Vijf lessen van NASA voor bedrijven met grote ambities

14 september 2026

Een mens naar de maan brengen is een ongekend inge­wik­kelde operatie. Toch zit volgens SAP het inte­res­santste aan NASA’s Artemis-programma voor het bedrijfs­leven misschien niet in de tech­no­logie, maar in de manier waarop de ruim­te­vaart­or­ga­ni­satie complexi­teit beheers­baar maakt. Van stap voor stap innoveren tot stan­daar­di­satie en de inzet van AI: NASA’s aanpak biedt verras­send herken­bare lessen voor orga­ni­sa­ties die midden in hun eigen digitale trans­for­matie zitten.

Met Artemis wil NASA mensen terug­brengen naar de maan en de basis leggen voor verdere bemande ruim­te­vaart. Daarvoor moeten duizenden mensen, over­heids­or­ga­ni­sa­ties, inter­na­ti­o­nale partners en commer­ciële ruim­te­vaart­be­drijven samen­werken en talloze processen en systemen op elkaar aansluiten. Die uitdaging is in omvang misschien uitzon­der­lijk, maar in de kern verras­send herken­baar voor het bedrijfs­leven. Ook bedrijven staan voor grote trans­for­ma­ties waarin nieuwe tech­no­logie, mensen, processen, data en externe partners bij elkaar moeten komen. Denk alleen al aan de huidige omslag naar AI. 

Bart van der Biest

Juist daarom is het inte­res­sant om te kijken hoe NASA die enorme complexi­teit beheers­baar maakt. Want achter de grootse ambitie van Artemis schuilt een opvallend nuchtere aanpak: stap voor stap voor­uit­gaan, stan­daar­di­seren waar dat kan en tech­no­logie inzetten om mensen betere beslis­singen te laten nemen. Volgens Bart Van der Biest, Managing Director bij SAP Benelux, zijn daar vijf lessen uit te trekken.

1, Probeer niet in één keer op de maan te landen

Artemis I vloog zonder bemanning en testte onder meer het Space Launch System en het Orion-ruim­te­vaar­tuig. De volgende missies bouwen voort op wat NASA daarvan heeft geleerd. Het idee is simpel: niet alles in één keer willen bereiken, maar stap voor stap voor­uit­gaan. Elke missie test wat werkt, verkleint risico’s en levert nieuwe kennis op voor de volgende stap.

Voor bedrijven die bezig zijn met digitale trans­for­matie en AI is dat een herken­bare les. Het is verlei­de­lijk om eerst een compleet beeld te maken van hoe de orga­ni­satie er over een paar jaar uit moet zien. Maar hoe groter zo’n programma wordt, hoe groter het risico dat je jarenlang bouwt zonder onderweg al resultaat te boeken.

“Je hoeft bij een trans­for­matie niet op dag één te weten hoe de orga­ni­satie er over vijf jaar exact uitziet”, zegt Van der Biest. “Veel belang­rijker is dat iedere stap iets oplevert en de basis legt voor de volgende. Begin met concrete processen, leer wat werkt en breid van daaruit verder uit.”

2. Standaardisatie remt innovatie niet, maar versnelt haar

Misschien wel de opval­lendste les van NASA gaat niet over nieuwe tech­no­logie, maar over stan­daar­di­satie. Binnen Artemis ontwik­kelt NASA nieuwe tech­no­logie en werk­wijzen. Tegelijk wil de ruim­te­vaart­or­ga­ni­satie voorkomen dat iedere missie helemaal opnieuw moet worden opgebouwd. Door zoveel mogelijk voort te bouwen op wat al werkt, kan NASA sneller verder.

Voor bedrijven geldt hetzelfde. In de loop der jaren komen er vaak steeds meer maatwerk, appli­ca­ties en data­bronnen bij. Dat maakt iedere veran­de­ring lastiger. Met de komst van AI wordt een goede, vaste basis nog belang­rijker. AI kan processen versnellen, maar ruimt versnip­perde data en verschil­lende werk­wijzen niet vanzelf op.

“Stan­daar­di­satie wordt soms gezien als iets dat innovatie afremt, terwijl het juist helpt om sneller te vernieuwen”, zegt Van der Biest. “Zo kijken we er bij SAP ook naar. Met betrouw­bare data en zoveel mogelijk vaste processen wordt het makke­lijker om nieuwe tech­no­logie toe te voegen. Je hoeft dan niet bij iedere vernieu­wing opnieuw de basis aan te pakken.”

3. De waarde van AI zit tussen inzicht en actie

Binnen Artemis moet NASA veel onder­delen precies op elkaar afstemmen. Denk aan lanceer­sys­temen, ruim­te­vaar­tuigen, landers, ruim­te­pakken, weten­schap­pe­lijke instru­menten en commu­ni­ca­tie­sys­temen. Daar komen duizenden mensen, leve­ran­ciers, budgetten en plan­ningen nog bij. NASA moet dus voort­du­rend beslis­singen nemen op basis van enorme hoeveel­heden informatie.

De uitdaging is daarom niet om nog meer infor­matie te verza­melen, maar om snel te zien wat belang­rijk is. NASA brengt speci­a­listen dichter bij leve­ran­ciers en uitvoe­rende teams, zodat problemen eerder worden opgemerkt en sneller kunnen worden opgelost. Van der Biest ziet daar ook een rol voor AI: grote hoeveel­heden data verwerken en laten zien waar mense­lijke aandacht nodig is.

Voor bedrijven is dat herken­baar. Ook daar staat belang­rijke infor­matie vaak verspreid over verschil­lende systemen en afde­lingen. Volgens Van der Biest zit de waarde van AI daarom niet in nóg meer infor­matie produ­ceren, maar in sneller van inzicht naar actie komen.

“De eerste golf van gene­ra­tieve AI draaide vooral om wat een chatbot kon vertellen. De volgende stap is om AI dichter te brengen bij de data en processen waar beslis­singen worden genomen.”

4. Autonomie vergroot wat mensen kunnen bereiken

NASA gebruikt autonome tech­no­logie al veel langer dan we over AI-agents praten. Robots op de maan en Mars beoor­delen zelf het terrein, kiezen veilige routes, plannen acti­vi­teiten en vermijden obstakels. Door de enorme afstand kunnen ze nu eenmaal niet voor iedere beslis­sing wachten op instruc­ties vanaf aarde.

Die autonomie vervangt de mens niet, maar helpt hen om meer te bereiken. Voor bedrijven geldt hetzelfde principe. AI-agents kunnen vaste processen bewaken, infor­matie verza­melen, afwij­kingen signa­leren en bepaalde acties uitvoeren. Mensen houden daardoor meer tijd over voor situaties waarin hun kennis en oordeel nodig zijn.

\“Autonomie draait niet om mensen uit processen halen”, stelt Van der Biest. “Het gaat erom tech­no­logie het voor­spel­bare werk te laten doen. Zo houden mensen meer ruimte over voor uitzon­de­ringen, crea­ti­vi­teit, strategie en inge­wik­kelde beslissingen.”

5. Een moonshot doe je nooit alleen

Zelfs NASA kan een maan­missie niet alleen uitvoeren. Binnen Artemis werkt de ruim­te­vaart­or­ga­ni­satie samen met commer­ciële ruim­te­vaart­be­drijven, inter­na­ti­o­nale ruim­te­vaart­or­ga­ni­sa­ties, weten­schap­pe­lijke instel­lingen en andere publieke en private partners. Iedere partij brengt eigen kennis en tech­no­logie mee.

Voor bedrijven geldt hetzelfde. Je hoeft niet alle kennis en tech­no­logie zelf in huis te hebben. Samen­wer­king werkt pas goed als doelen en verant­woor­de­lijk­heden duidelijk zijn en infor­matie en processen goed op elkaar aansluiten.

Uitein­de­lijk draait het om vertrouwen

Achter al deze lessen zit nog iets anders: vertrouwen. Grote en complexe programma’s werken alleen als mensen niet alleen over de juiste infor­matie beschikken, maar ook de ruimte en verant­woor­de­lijk­heid krijgen om daarnaar te handelen.

“Je kunt processen stan­daar­di­seren, data verbinden en steeds meer auto­ma­ti­seren, maar uitein­de­lijk blijven mensen verant­woor­de­lijk voor de beslis­singen die ertoe doen”, besluit Van der Biest. “Daarom moeten zij de ruimte krijgen om hun kennis en oordeel te gebruiken. Hoe groter en complexer de ambitie, hoe belang­rijker dat vertrouwen wordt.”

Pin It on Pinterest

Share This