Cloudflare in onderzoeksrapport: ‘DDoS-aanvallen worden groter, sneller en sterker verweven met geopolitieke spanningen’

18 augustus 2026

De omvang van DDoS-aanvallen blijft snel toenemen. Tege­lij­ker­tijd veran­deren aanval­lers hun tech­nieken en blijkt de hoeveel­heid tijd die orga­ni­sa­ties hebben om op een aanval te reageren steeds kleiner te worden. Cloud­flare regi­streerde in de eerste helft van 2026 alleen al 935 DDoS-aanvallen met een omvang van meer dan 1 terabit per seconde. Ook DNS-aanvallen en zoge­noemde reflectie- en verster­kings­aan­vallen zijn sterk in opkomst.

Dat blijkt uit het DDoS Threat Report over de eerste helft van 2026 van Cloud­flare, dat op 13 augustus verscheen. Het gaat om de 25e editie van het rapport en voor het eerst heeft Cloud­flare de cijfers over twee kwartalen samen­ge­voegd tot één half­jaar­lijkse analyse. De gegevens zijn afkomstig uit het eigen wereld­wijde netwerk van het bedrijf en zijn geana­ly­seerd door Cloud­force One, de threat intel­li­gence-orga­ni­satie van Cloud­flare. Daarmee biedt het rapport een omvang­rijk beeld van de ontwik­ke­lingen rond DDoS, maar het blijft wel een analyse vanuit het netwerk en de klan­ten­po­pu­latie van één leverancier.

Meer dan 23 miljoen aanvallen in zes maanden

De absolute aantallen die Cloud­flare noemt zijn groot. In de periode van januari tot en met juni 2026 bestreed het bedrijf 23,2 miljoen DDoS-aanvallen op de netwerk­laag. Daarnaast verwerkte het systemen van Cloud­flare 29,64 biljoen kwaad­aar­dige HTTP-verzoeken die onderdeel waren van DDoS-aanvallen.

Omge­re­kend komt dat volgens Cloud­flare neer op ongeveer 5343 netwerk­aan­vallen per uur, of circa 128.000 per dag. Vooral april springt eruit. In die maand regi­streerde Cloud­flare 6,46 biljoen kwaad­aar­dige verzoeken en 165 petabyte aan DDoS-verkeer.

Daarna nam de hoeveel­heid aanvals­ver­keer af. Cloud­flare ziet een mogelijke relatie met Operation PowerOFF, een inter­na­ti­o­nale poli­tie­actie tegen diensten waarmee tegen betaling DDoS-aanvallen konden worden uitge­voerd. Volgens Cloud­flare waren bij deze actie 21 landen betrokken, werden 53 domeinen uit de lucht gehaald en waren meer dan 75.000 gebrui­kers van derge­lijke diensten onderwerp van het onderzoek.

Hoewel het lastig is om recht­streeks aan te tonen dat derge­lijke acties verant­woor­de­lijk zijn voor een daling van DDoS-verkeer, illu­streren de cijfers wel hoe belang­rijk zoge­noemde DDoS-for-hire- of booter-diensten inmiddels zijn geworden. Voor het uitvoeren van een aanval hoeft een cyber­cri­mi­neel niet nood­za­ke­lijk zelf over een omvang­rijk botnet of diep­gaande tech­ni­sche kennis te beschikken. Aanvals­ca­pa­ci­teit kan als dienst worden ingekocht.

De 1 Tbps-aanval wordt minder uitzonderlijk

Een van de opval­lendste ontwik­ke­lingen in het rapport is de sterke groei van zoge­noemde hyper­vo­lu­me­tri­sche aanvallen. Cloud­flare hanteert die term voor DDoS-aanvallen die bijvoor­beeld meer dan 1 terabit per seconde aan verkeer genereren, meer dan een miljard pakketten per seconde versturen of boven een miljoen HTTP-verzoeken per seconde uitkomen.

Cloud­flare regi­streerde in de eerste helft van het jaar 935 netwerk­aan­vallen van meer dan 1 Tbps. Alleen al in het tweede kwartaal ging het om 805 aanvallen. Dat betekende volgens het bedrijf een toename van meer dan een factor zes ten opzichte van het eerste kwartaal.

Dat is een belang­rijke ontwik­ke­ling voor orga­ni­sa­ties die hun DDoS-risico tot nu toe vooral beoor­delen op basis van de capa­ci­teit van hun inter­net­ver­bin­ding of data­center. Een aanval van honderden gigabits of enkele terabits per seconde kan namelijk veel groter zijn dan de beschik­bare netwerk­ca­pa­ci­teit van de aange­vallen organisatie.

Daar komt bij dat alleen naar band­breedte kijken niet voldoende is. Aanval­lers kunnen ook zeer grote aantallen netwerk­pak­ketten genereren, waardoor routers, firewalls, load balancers en andere netwerk­ap­pa­ra­tuur over­be­last raken zonder dat de volledige capa­ci­teit van een inter­net­ver­bin­ding nood­za­ke­lijk wordt benut.

Cloud­flare wijst erop dat aanval­lers deze eigen­schappen ook combi­neren. Een aanval kan bijvoor­beeld relatief weinig band­breedte gebruiken maar een extreem hoge pakket­snel­heid hebben. Andersom kan een aanval juist vooral proberen zoveel mogelijk band­breedte te consumeren.

De meeste aanvallen blijven opvallend klein

De spec­ta­cu­laire Tbps-aanvallen vormen echter maar één kant van het verhaal. Veruit de meeste DDoS-aanvallen zijn veel kleiner. Volgens Cloud­flare bleef 96,62 procent van de netwerk­aan­vallen onder 500 Mbps. Daarnaast duurde 90,60 procent van de aanvallen minder dan tien minuten. Dat betekent niet dat deze aanvallen onscha­de­lijk zijn. Voor een orga­ni­satie met een relatief kleine inter­net­ver­bin­ding, een kwetsbare webserver of beperkte capa­ci­teit kan een aanval van enkele honderden megabits per seconde al voldoende zijn om diensten onbe­reik­baar te maken.

Ook kunnen kleine aanvallen worden gebruikt om bevei­li­gings­maat­re­gelen te testen. Een aanvaller kan bijvoor­beeld proberen vast te stellen welke verkeers­vo­lumes worden toege­laten, wanneer rate limiting wordt geac­ti­veerd en hoe snel bevei­li­gings­sys­temen reageren. De combi­natie van zeer veel relatief kleine aanvallen met een kleiner aantal extreem grote aanvallen maakt DDoS-bescher­ming daardoor inge­wik­kelder. Een bevei­li­gings­ar­chi­tec­tuur moet niet alleen bestand zijn tegen uitzon­der­lijke pieken, maar ook voort­du­rend kleinere aanvallen kunnen herkennen zonder legitiem verkeer onnodig te blokkeren.

Aanvallen duren soms maar seconden

Misschien nog belang­rijker dan de omvang van aanvallen is hun snelheid. Cloud­flare heeft eerder aanvallen gere­gi­streerd die van begin tot eind slechts 35 seconden duurden. Voor secu­ri­ty­teams heeft dat een belang­rijke conse­quentie. Een tradi­ti­o­nele werkwijze waarbij een moni­to­ring­plat­form een waar­schu­wing genereert, waarna een analist de aanval onder­zoekt en vervol­gens maat­re­gelen neemt, is in zo’n situatie simpelweg te langzaam.

Tegen de tijd dat een mede­werker de waar­schu­wing heeft bekeken, kan de aanval alweer voorbij zijn. Dat betekent echter niet dat de schade eveneens na enkele tien­tallen seconden voorbij is. Een plot­se­linge verkeers­piek kan volgens Cloud­flare onder andere routings­pro­blemen, TCP-hertrans­mis­sies, time-outs in appli­ca­ties en versto­ringen van achter­lig­gende diensten veroor­zaken. Daardoor kan de impact van een korte aanval veel langer merkbaar blijven.

De cijfers bena­drukken daarmee het belang van auto­ma­ti­sche detectie en mitigatie. DDoS-bescher­ming moet in feite al actief zijn voordat een aanval begint en zonder mense­lijke tussen­komst kunnen opschalen.

DNS opnieuw een belangrijk doelwit

Ook technisch verandert het DDoS-landschap. Een belang­rijke ontwik­ke­ling in de eerste helft van 2026 is de sterke groei van aanvallen waarbij DNS wordt gebruikt. DNS-aanvallen waren volgens Cloud­flare verant­woor­de­lijk voor 34,3 procent van alle DDoS-acti­vi­teit op de netwerk­laag. DNS-floods groeiden in het tweede kwartaal bovendien van 25,7 naar 40 procent van de netwerkaanvallen.

Bij een DNS-flood probeert een aanvaller zoveel verzoeken naar de autho­ri­ta­tive DNS-servers van een domein te sturen dat deze de aanvragen niet langer kunnen verwerken. Het probleem daarvan is dat DNS aan de basis staat van vrijwel iedere inter­net­dienst. Zelfs wanneer een webserver, cloudom­ge­ving of appli­catie zelf probleem­loos blijft func­ti­o­neren, kunnen gebrui­kers deze niet meer bereiken wanneer de domein­naam niet langer naar het juiste IP-adres kan worden vertaald. Dat maakt DNS tot een aantrek­ke­lijk doelwit. Eén succes­volle aanval kan bovendien meerdere onder­lig­gende diensten tegelijk treffen.

Reflectie en versterking

Naast recht­streekse DNS-floods ziet Cloud­flare een verschui­ving richting reflectie- en verster­kings­aan­vallen. Daarbij sturen aanval­lers kleine verzoeken naar systemen op internet, maar vervalsen zij het IP-adres van de afzender. Het systeem dat het verzoek ontvangt, denkt daardoor dat het verzoek afkomstig is van het slacht­offer en stuurt zijn antwoord daarheen.

Wanneer het antwoord aanzien­lijk groter is dan het oorspron­ke­lijke verzoek ontstaat bovendien een verster­kings­ef­fect. Met relatief weinig eigen verkeer kan de aanvaller zo een veel grotere hoeveel­heid netwerk­ver­keer richting het slacht­offer genereren. DNS kan hiervoor worden misbruikt wanneer verkeerd gecon­fi­gu­reerde of open DNS-resolvers vanaf internet bereik­baar zijn.

Het voordeel voor de aanvaller is duidelijk: de infra­struc­tuur van andere orga­ni­sa­ties wordt gebruikt om de aanval uit te voeren en tege­lij­ker­tijd wordt de herkomst van het oorspron­ke­lijke verkeer moei­lijker zichtbaar.

CLDAP-aanvallen groeien met 580 procent

Cloud­flare signa­leert daarnaast een sterke stijging van aanvallen waarbij CLDAP wordt misbruikt. Het aantal CLDAP-floods nam in het tweede kwartaal met 580 procent toe. Daarmee was het volgens Cloud­flare in Q2 de op twee na meest gebruikte aanvals­vector op de netwerk­laag. CLDAP staat voor Connec­ti­on­less Lightweight Directory Access Protocol en kan worden gezien als een verbin­dings­loze variant van LDAP. Het protocol maakt gebruik van UDP.

Juist dat laatste maakt misbruik voor reflec­tie­aan­vallen mogelijk. UDP vereist namelijk geen verbin­ding of handshake voordat gegevens worden verstuurd. Daardoor kan een aanvaller relatief eenvoudig het bron-IP-adres van een verzoek vervalsen. Bij een CLDAP-verster­kings­aanval worden kleine verzoeken naar vanaf internet bereik­bare direc­to­ry­ser­vers gestuurd, bijvoor­beeld via UDP-poort 389. Als bronadres gebruikt de aanvaller het IP-adres van het beoogde slachtoffer.

De direc­to­ry­server stuurt vervol­gens zijn antwoord naar dat slacht­offer. Omdat deze antwoorden tien­tallen tot soms honderden keren groter kunnen zijn dan het oorspron­ke­lijke verzoek, ontstaat een verster­kings­ef­fect. Voor orga­ni­sa­ties betekent dit dat niet alleen bescher­ming van de eigen infra­struc­tuur belang­rijk is. Verkeerd gecon­fi­gu­reerde systemen kunnen onbedoeld worden ingezet om aanvallen op anderen uit te voeren.

Geopolitiek steeds zichtbaarder in DDoS-verkeer

DDoS-aanvallen zijn bovendien steeds duide­lijker verweven met geopo­li­tieke gebeur­te­nissen. Cloud­flare ziet volgens het rapport een recht­streeks verband tussen inter­na­ti­o­nale conflicten en veran­de­ringen in de sectoren en landen die het vaakst worden aangevallen.

De sector media, productie en uitge­verij was in beide kwartalen de meest aange­vallen branche binnen de statis­tieken van Cloud­flare. Deze sector was goed voor 14,2 procent van de door Cloud­flare bestreden HTTP-DDoS-aanvallen, bijna vier keer zoveel als de nummer twee. Cloud­flare legt daarbij een verband met onder andere bericht­ge­ving over de conflicten rond Iran en Oekraïne en met de aandacht voor het WK voetbal.

Media­or­ga­ni­sa­ties zijn in geopo­li­tieke conflicten aantrek­ke­lijke doel­witten voor hack­ti­vis­ti­sche groe­pe­ringen. Een succes­volle DDoS-aanval hoeft daarbij geen gegevens te stelen of systemen permanent te bescha­digen. Alleen het tijdelijk ontoe­gan­ke­lijk maken van nieuws­voor­zie­ningen kan al een politiek of propa­gan­dis­tisch doel dienen.

Overheidsorganisaties plotseling veel vaker aangevallen

Een andere opval­lende verschui­ving betreft overheden. Cloud­flare zag deze sector tussen het eerste en tweede kwartaal twintig plaatsen stijgen in de ranglijst van meest aange­vallen sectoren: van nummer 29 naar nummer 9. Die stijging viel samen met Operatie Epic Fury, die op 28 februari 2026 begon. Cloud­flare verwijst naar onderzoek waarin binnen 72 uur 149 DDoS-aanvallen door hack­ti­visten tegen 110 orga­ni­sa­ties in zestien landen werden waar­ge­nomen. Bijna de helft van de getroffen orga­ni­sa­ties behoorde tot de overheid.

Derge­lijke cijfers laten zien hoe snel digitale aanvallen tegen­woordig kunnen volgen op ontwik­ke­lingen in de fysieke wereld. Een militair conflict, politieke bijeen­komst of andere belang­rijke gebeur­tenis kan vrijwel onmid­del­lijk leiden tot extra acti­vi­teit van hack­ti­visten en andere aanval­lers. Voor overheden, media­or­ga­ni­sa­ties en bedrijven die betrokken zijn bij kritieke infra­struc­tuur betekent dit dat threat intel­li­gence steeds nadruk­ke­lijker ook geopo­li­tieke ontwik­ke­lingen moet meenemen.

China en Verenigde Staten belangrijkste doelwitten

Geogra­fisch gezien was China aan het einde van het eerste halfjaar het belang­rijkste doelwit binnen de Cloud­flare-data. In het tweede kwartaal was het land goed voor 22,4 procent van de door Cloud­flare waar­ge­nomen HTTP-DDoS-aanvallen. De Verenigde Staten stonden met 18,8 procent op de tweede plaats. Turkije klom naar nummer drie nadat zijn aandeel in het wereld­wijde aanvals­ver­keer meer dan verdub­belde. Cloud­flare brengt deze ontwik­ke­ling onder meer in verband met de aanloop naar de NAVO-top van 2026 in Ankara.

Opvallend genoeg komt aanvals­ver­keer niet nood­za­ke­lijk uit dezelfde landen als waar de aanval­lers zich bevinden. Botnets bestaan immers uit gecom­pro­mit­teerde servers, routers, IoT-apparaten en andere systemen verspreid over de hele wereld. Volgens Cloud­flare was Brazilië in de eerste helft van 2026 het belang­rijkste herkomst­land van DDoS-verkeer. Het was goed voor 14,9 procent, tegenover 13,4 procent vanuit de Verenigde Staten. In het tweede kwartaal steeg het Brazi­li­aanse aandeel zelfs tot 21,4 procent. Indonesië bleef op de derde plaats staan.

Daarbij is het belang­rijk derge­lijke cijfers niet te inter­pre­teren alsof aanval­lers daad­wer­ke­lijk vanuit deze landen opereren. Het gaat om de geogra­fi­sche locatie van systemen waarvan het aanvals­ver­keer afkomstig is. Die systemen kunnen onderdeel zijn van een botnet zonder dat de eigenaar weet dat ze voor een aanval worden gebruikt.

DDoS wordt een continu beschikbaarheidsvraagstuk

Voor CIO’s, CISO’s en infra­struc­tuur­teams is misschien wel de belang­rijkste conclusie uit het rapport dat DDoS steeds minder als een inci­den­teel secu­ri­ty­pro­bleem kan worden beschouwd. Het gaat in toene­mende mate om een struc­tu­reel beschik­baar­heids­ri­sico. De combi­natie van extreem grote aanvallen, zeer korte aanvals­golven en verschil­lende tech­ni­sche aanvals­vec­toren maakt het lastig om pas maat­re­gelen te nemen zodra een aanval wordt vast­ge­steld. De infra­struc­tuur moet al vooraf zijn ingericht op auto­ma­ti­sche detectie en filtering.

Daarbij verdient ook de afhan­ke­lijk­heid van DNS nadruk­ke­lijk aandacht. Een orga­ni­satie kan haar appli­ca­ties over verschil­lende cloudom­ge­vingen en data­cen­ters verspreiden en toch volledig onbe­reik­baar worden wanneer de DNS-infra­struc­tuur een single point of failure vormt. Hetzelfde geldt voor netwerk­ap­pa­ra­tuur. Een inter­net­ver­bin­ding kan voldoende band­breedte hebben terwijl een firewall, router of load balancer het aantal pakketten per seconde niet aankan.

DDoS-resi­lience vraagt daardoor om een bredere beoor­de­ling van de volledige keten: DNS, netwerk­ver­bin­dingen, routers, firewalls, load balancers, cloud­plat­forms, appli­ca­ties en de koppe­lingen tussen deze componenten.

Geen tijd meer om tijdens een aanval een plan te maken

Vooral de korte duur van moderne DDoS-aanvallen verandert daarbij de manier waarop orga­ni­sa­ties zich moeten voor­be­reiden. Wanneer een aanval binnen minder dan een minuut zijn maximale omvang bereikt en alweer voorbij kan zijn, bestaat er feitelijk geen ruimte meer om tijdens het incident te besluiten welke maat­re­gelen nodig zijn.

Detec­tie­re­gels, verkeers­fil­ters, capa­ci­teits­grenzen, esca­la­tie­pro­ce­dures en eventuele samen­wer­king met internet- of DDoS-providers moeten vooraf zijn ingericht en getest. Dat geldt ook voor failover. Een orga­ni­satie kan beschikken over meerdere verbin­dingen of data­cen­ters, maar wanneer failover pas handmatig wordt geac­ti­veerd nadat een storing is gecon­sta­teerd, kan zo’n voor­zie­ning bij een aanval van enkele tien­tallen seconden nauwe­lijks effectief zijn.

De ontwik­ke­ling sluit daarmee aan bij een bredere veran­de­ring binhttps://​blog​.cloud​flare​.com/​n​l​-​n​l​/​d​d​o​s​-​t​h​r​e​a​t​-​r​e​p​o​r​t​-​2​0​2​6​-h1/nen cyber­se­cu­rity: snelheid wordt een steeds belang­rij­kere factor. Niet alleen moeten orga­ni­sa­ties weten wat zij tegen een aanval kunnen doen, het antwoord moet ook snel genoeg beschik­baar zijn om nog effect te hebben. De cijfers die Cloud­flare over de eerste zes maanden van 2026 publi­ceert, maken duidelijk hoe klein dat tijd­ven­ster inmiddels kan zijn.

Pin It on Pinterest

Share This