Europa besteedt jaarlijks honderden miljarden euro’s aan software en cloud-diensten van Amerikaanse technologiebedrijven. Dat geld heeft niet alleen economische gevolgen, maar beïnvloedt ook innovatie, kennisontwikkeling en geopolitieke verhoudingen. Tijdens het webinar ‘The Economic Aspects of Digital Dependency’ waarschuwden politici en technologie-experts dat de huidige afhankelijkheid van buitenlandse IT-diensten Europa in een kwetsbare positie brengt.
Aan het gesprek namen onder meer Europarlementariër Kim van Sparrentak, de Duitse Bondsdag-afgevaardigde Rebecca Lenhard, Mirko Böhm van Linux Foundation Europe en Frank Karlitschek, oprichter en CEO van Nextcloud, deel.
Miljardenstromen richting Amerikaanse techbedrijven

De cijfers illustreren volgens de sprekers de omvang van de afhankelijkheid. Europese organisaties betalen jaarlijks ongeveer 265 miljard euro aan Amerikaanse bedrijven voor cloud- en softwarediensten. Dat bedrag is vergelijkbaar met het bruto binnenlands product van Portugal.
Ook op specifieke markten is de dominantie groot. Volgens onderzoeksbureau Synergy Research hebben Europese cloudproviders samen slechts ongeveer 15 procent van de markt, terwijl Microsoft, Google en Amazon samen circa 70 procent*van de Europese cloudmarkt bedienen.
De afhankelijkheid blijkt ook uit overheidsuitgaven. In Duitsland bijvoorbeeld betaalde de federale overheid in 2025 481 miljoen euro aan Microsoft-licenties, een stijging van 75 procent ten opzichte van 2023. Dat bedrag betreft alleen de federale overheid; de uitgaven van deelstaten en andere publieke organisaties komen daar nog bovenop.
Voor Rebecca Lenhard, lid van de Duitse Bondsdag voor Bündnis 90/Die Grünen, onderstrepen deze cijfers hoe groot de digitale afhankelijkheid inmiddels is geworden. Volgens haar ontbreekt er in Duitsland zelfs nog een volledige analyse van de mate waarin de overheid afhankelijk is van buitenlandse technologie. “We weten eigenlijk niet precies hoe afhankelijk onze administratie en kritieke infrastructuur zijn”, stelde zij tijdens het webinar.
Economische gevolgen gaan verder dan de licentiekosten
Volgens Mirko Böhm van Linux Foundation Europe zijn de directe betalingen slechts een deel van het verhaal. Publieke en private IT-uitgaven hebben namelijk een zogenoemd multiplier-effect in de economie.
“Elke euro die overheden besteden, genereert meestal meerdere euro’s aan economische activiteit”, zei Böhm. “Maar dat effect komt terecht in het ecosysteem van degene die het geld ontvangt.”
Wanneer Europese organisaties cloud-diensten van Amerikaanse hyperscalers gebruiken, profiteren dus vooral de innovatie-ecosystemen in de Verenigde Staten. Dat betekent meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling, nieuwe bedrijven in de toeleveringsketen, banen en belastinginkomsten buiten Europa.
Bij software is dat effect volgens Böhm nog sterker, omdat digitale producten vrijwel onbeperkt schaalbaar zijn. De economische opbrengsten concentreren zich daardoor bij de oorspronkelijke ontwikkelaar. “Wanneer we onze digitale infrastructuur uitbesteden, kopen we niet alleen een dienst. We financieren tegelijkertijd de verdere ontwikkeling van technologie die elders wordt gebouwd.”
Minder kennisontwikkeling in Europa
Naast economische effecten leidt de afhankelijkheid volgens de panelleden ook tot een minder zichtbare maar minstens zo belangrijke consequentie: een verlies aan technologische kennis.
Software-expertise ontstaat volgens Böhm vooral door deelname aan ontwikkelprojecten en open technologie-ecosystemen. Ingenieurs leren door code te schrijven, problemen op te lossen en samen te werken in projecten. Wanneer Europese organisaties vooral eindgebruikers worden van software die elders wordt ontwikkeld, verdwijnt een belangrijk mechanisme voor kennisontwikkeling.
“Dan worden we niet alleen afhankelijk van buitenlandse producten, maar ook van buitenlandse kennis”, waarschuwde hij.
Dat kan op termijn ook gevolgen hebben voor regelgeving. De Europese Unie heeft de afgelopen jaren verschillende digitale wetten aangenomen, zoals de AI Act en de Digital Markets Act. Volgens Böhm is het lastig om dergelijke regels effectief te handhaven als Europa zelf onvoldoende technische expertise heeft om de technologie te begrijpen en te ontwikkelen.
Politieke en strategische risico’s
De afhankelijkheid heeft volgens de panelleden ook geopolitieke implicaties. Europarlementariër Kim van Sparrentak wees erop dat digitale infrastructuur inmiddels een strategisch instrument kan zijn in internationale relaties.
Volgens haar bestaat het risico dat afhankelijkheid van een klein aantal grote technologiebedrijven kan worden gebruikt als politiek drukmiddel. “Onze afhankelijkheid van Big Tech wordt soms als onderhandelingsinstrument gebruikt”, stelde zij.
Ze verwees naar recente incidenten en storingen bij grote technologieplatforms, zoals grootschalige cloud-storingen en cybersecurityincidenten. Wanneer cruciale digitale diensten door een beperkt aantal buitenlandse aanbieders worden geleverd, kan dat volgens haar de autonomie van Europese organisaties beperken.
Van Sparrentak noemde ook het risico dat overheden of bedrijven geconfronteerd worden met plotselinge veranderingen in dienstverlening of toegang tot systemen. Dat kan volgens haar de continuïteit van publieke diensten beïnvloeden.
Een vicieuze cirkel van afhankelijkheid
Volgens de sprekers versterkt het huidige model zichzelf. Organisaties die al afhankelijk zijn van een bepaald platform, nemen vaak ook aanvullende diensten van dezelfde leverancier af. Daardoor groeit de marktmacht van de grote technologiebedrijven verder.
Tegelijkertijd blijven Europese aanbieders relatief klein omdat zij minder opdrachten krijgen, vooral van overheden. Daardoor hebben zij minder middelen om risico’s te nemen of nieuwe technologieën te ontwikkelen.
Dat leidt volgens de panelleden tot een vicieuze cirkel: meer afhankelijkheid leidt tot minder Europese innovatie, wat de afhankelijkheid weer vergroot.
Doorbreken van de afhankelijkheid
Volgens de deelnemers aan het webinar is het doorbreken van deze dynamiek mogelijk, maar vereist het wel politieke keuzes.
Rebecca Lenhard benadrukte dat digitale soevereiniteit niet mag worden gereduceerd tot een marketingterm. Alleen dataopslag in Europa of een Europees hoofdkantoor is volgens haar niet voldoende. “Echte digitale onafhankelijkheid vereist transparantie, interoperabiliteit en de mogelijkheid om systemen te vervangen.”
Ook publieke inkoop speelt volgens haar een cruciale rol. Overheden moeten volgens Lenhard vaker kiezen voor open standaarden, interoperabele systemen en open-sourceoplossingen. Dat zou het voor organisaties makkelijker maken om van leverancier te wisselen en tegelijkertijd een Europese technologie-industrie versterken.
De rol van de overheid als ‘ankerklant’
Een belangrijk punt van consensus onder de panelleden was dat de publieke sector een grotere rol moet spelen als klant van Europese technologiebedrijven.
Door langdurige contracten en duidelijke vraag vanuit overheden kunnen bedrijven investeren in nieuwe producten en infrastructuur. Dat zou volgens de sprekers innovatie in de Europese IT-sector stimuleren.
“Vraag creëert aanbod”, benadrukte Mirko Böhm. “Wanneer overheden hun inkoopstrategie veranderen, kan dat de marktstructuur daadwerkelijk beïnvloeden.”
Rebecca Lenhard erkende dat zo’n omslag niet van de ene op de andere dag kan plaatsvinden. “Het zal geen alles-of-niets beslissing zijn”, zei zij. “Maar de eerste stappen richting een geleidelijke transitie moeten wel nu worden gezet.”
Ook Frank Karlitschek van Nextcloud benadrukte dat Europa al over veel technologische oplossingen beschikt. Volgens hem is het daarom vooral een kwestie van bewust kiezen waar investeringen terechtkomen.
Strategische keuzes voor de toekomst
De discussie tijdens het webinar maakte duidelijk dat digitale afhankelijkheid niet alleen een technologische kwestie is, maar ook een economische en politieke uitdaging.
Europa staat volgens de sprekers voor een strategische keuze: blijven functioneren als grote afnemer van buitenlandse technologie, of investeren in een eigen digitale industrie. De manier waarop overheden en bedrijven hun IT-budgetten besteden, zal daarin een belangrijke rol spelen.
Wat in ieder geval duidelijk werd uit het debat: de prijs van digitale afhankelijkheid bestaat uit meer dan alleen softwarelicenties. Het gaat ook om innovatie, kennis, ges. Het gaat ook om innovatie, kennis, geopolitieke autonomie en de toekomst van de Europese digitale economie.