De groeiende energievoetafdruk van AI in datacenters: vergelijkingen met Dieselgate

17 november 2025

We staan aan de vooravond van een nieuwe revolutie in de digitale wereld: de expo­nen­tiële groei van AI en de bijbe­ho­rende druk op de wereld­wijde data­cen­ters. Waar we tot voor kort nog bezorgd waren over de ener­gie­be­hoefte van tradi­ti­o­nele servers, staan we nu voor een grotere uitdaging: de ener­gie­honger van AI-modellen. De hoeveel­heid energie die data­cen­ters wereld­wijd verbruiken, neemt in razend­snel tempo toe – gedreven door AI.

In 2024 verbruikten data­cen­ters wereld­wijd circa 415 TWh (tera­wattuur), goed voor ongeveer 1,5% van de totale elek­tri­ci­teits­con­sumptie op aarde. AI is inmiddels goed voor maar liefst 15% van dit verbruik, en dit percen­tage zal alleen maar stijgen. Volgens de Inter­na­ti­o­nale Ener­gie­agent­schap (IEA) zou het wereld­wijde ener­gie­ver­bruik door data­cen­ters tegen 2030 kunnen oplopen tot 945 TWh, wat neerkomt op bijna 3% van het wereld­wijde elektriciteitsverbruik.

Maar dit is slechts het topje van de ijsberg. AI-servers, die specifiek zijn ontworpen voor de zware reken­taken van modellen zoals GPT‑3, verbruiken jaarlijks maar liefst 30% meer energie dan hun tradi­ti­o­nele tegen­han­gers. Terwijl tradi­ti­o­nele servers een jaar­lijkse groei van zo’n 9% in ener­gie­be­hoefte vertonen, zien AI-servers een jaar­lijkse groei van 30%. Dit geeft de schaal van de uitdaging aan die voor ons ligt.

Training versus inference: de energieverdeling

Bij de ontwik­ke­ling van grote AI-modellen zoals GPT‑3 wordt er onnoe­me­lijk veel energie verbruikt. De training van een dergelijk model verbruikt meer dan 1287 MWh elek­tri­ci­teit, met een CO₂-uitstoot die gelijk­staat aan het jaarlijks rijden van 112 benzi­ne­au­to’s. Dit staat in schril contrast met het dage­lijkse gebruik van AI, ofwel inference, waarvoor het merendeel van de energie wordt gebruikt: 60% van het totale ener­gie­ver­bruik gaat naar het uitvoeren van AI-taken die door miljoenen gebrui­kers wereld­wijd worden gedaan.

Een voorbeeld: een enkele aanvraag aan een model zoals ChatGPT verbruikt gemiddeld 2,9 Wh, tegenover slechts 0,3 Wh voor een zoek­op­dracht via Google. Dit toont aan hoe AI de ener­gie­ba­lans in data­cen­ters aanzien­lijk verstoort en de uitdaging voor de toekomst vergroot.

Regionale verschillen en infrastructuurdruk

Het ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters is niet gelijk verdeeld over de wereld. In de VS bijvoor­beeld wordt het aandeel van data­cen­ters in het totale elek­tri­ci­teits­ver­bruik verwacht te stijgen van 4% in 2023 naar maar liefst 9 tot 12% in 2030. Ook in het VK wordt een toename van 160% in data­center­ver­mogen verwacht, wat een aanzien­lijke druk legt op de lokale infrastructuur.

Dit heeft ook invloed op andere kritieke bronnen, zoals water, dat essen­tieel is voor de koeling van data­cen­ters. Tegen 2027 zou de wereld­wijde water­con­sumptie voor data­cen­ters kunnen oplopen tot maar liefst 6,6 miljard m³ per jaar. Dit leidt op sommige plaatsen al tot restric­ties voor de uitbrei­ding van data­cen­ters, zoals bijvoor­beeld in Singapore en Dublin, waar water­te­korten de bouw van nieuwe faci­li­teiten belemmeren.

De vergelijking met Dieselgate

Het lijkt misschien een ongewone verge­lij­king, maar de energie-uitdaging die gepaard gaat met AI kan worden verge­leken met de gevolgen van het Diesel­gate-schandaal. Toen Volks­wagen werd betrapt op het mani­pu­leren van uitstoot­tests, werd de lang­du­rige impact duidelijk: meer dan 53 miljoen voer­tuigen werden wereld­wijd verkocht met “defeat devices”, die scha­de­lijke emissies verborgen hielden. 

Zo kan de impact van AI op de wereld ook onzicht­baar zijn, maar enorme gevolgen hebben. Terwijl Diesel­gate vooral de volks­ge­zond­heid aantastte, dreigt de groei van AI data­cen­ters vooral te leiden tot struc­tu­rele problemen op het gebied van klimaat en ener­gie­ze­ker­heid. De mondiale ener­gie­con­sumptie zal niet alleen toenemen, maar ook de infra­struc­tuur onder druk zetten, wat kan leiden tot hogere kosten, verstoorde ecolo­gi­sche systemen en zelfs watertekorten.

Het belang van transparantie

In reactie op de groeiende bezorgd­heid over het ener­gie­ver­bruik in data­cen­ters, beginnen bedrijven zoals Google al met het publi­ceren van gede­tail­leerde uitstoot- en ener­gie­ge­ge­vens. Zo werd in 2023 gemeld dat een enkele query naar Google’s AI-model Gemini 0,03 g CO₂ uitstoot, wat gelijk­staat aan de energie die nodig is voor slechts 9 seconden tv-kijken. Maar er is een groeiend besef dat derge­lijke cijfers mogelijk niet het volledige verhaal vertellen. Kritische vragen blijven bestaan over de onder­rap­por­tage van indirecte kosten en de werke­lijke milieu-impact.

Deson­danks is het belang­rijk dat de industrie zich blijft inzetten voor trans­pa­rantie en dat er gestan­daar­di­seerde metrieken komen om de energie-effi­ci­ëntie van AI-modellen te verbe­teren. Dit moet worden onder­steund door regionale infra­struc­tuur­plan­ning die rekening houdt met de belasting die AI op de energie- en water­voor­zie­ning legt.

Wat kunnen we leren van Dieselgate?

De AI-revolutie heeft onmis­ken­bare voordelen, maar de mili­eu­kosten die gepaard gaan met het massale ener­gie­ver­bruik van data­cen­ters kunnen niet worden genegeerd. Net als bij Diesel­gate is er een grote kans dat we in de toekomst de gevolgen van dit onver­ant­woorde ener­gie­ver­bruik zullen ondervinden.

Het is van cruciaal belang dat we als samen­le­ving proactief beginnen met het reguleren van AI-ener­gie­ver­bruik, het bevor­deren van energie-effi­ci­ëntie en het onder­steunen van trans­pa­rantie-initi­a­tieven. Het zou onver­ant­woord zijn om deze groei zonder inter­ventie toe te laten. We hebben nog de kans om deze uitdaging aan te gaan voordat we gecon­fron­teerd worden met de volledige impact van deze onzicht­bare energierevolutie.

Conclusie

De tijd om actie te onder­nemen is nu. Net zoals we zagen bij Diesel­gate, kunnen de gevolgen van onge­re­gu­leerde groei desa­streus zijn. AI moet verant­woord worden ontwik­keld, met volledige trans­pa­rantie en de nodige infra­struc­tu­rele aanpas­singen. Alleen dan kunnen we de balans vinden tussen voor­uit­gang en duurzaamheid.

Pin It on Pinterest

Share This